Ahmed Issa Al-J. wachtte 7,5 jaar op vrijspraak

Al-J. tijdens een eerdere zitting. Vlnr: Een Tolk; prof. Delemont; voorzitter mevr. Hoeben; een tolk; Ahmed al-J.; advocaat Eduard Damman. Beeld ANP
Al-J. tijdens een eerdere zitting. Vlnr: Een Tolk; prof. Delemont; voorzitter mevr. Hoeben; een tolk; Ahmed al-J.; advocaat Eduard Damman.Beeld ANP

Een 30-jarige man liep gisterochtend juichend door de straten van Tripoli. De Libiër Ahmed Issa Al-J. had zojuist te horen gekregen dat hij op geen enkele wijze schuld heeft aan het veroorzaken van de Schipholbrand.

Bart Zuidervaart

"We hebben gewonnen!", vertelde zijn advocaat Eduard Damman hem meerdere keren. Aan de andere kant van de telefoon klonk ongeloof. "Really?", antwoordde Al-J. wel vijf keer. "Is het echt waar?"

Wie deze slepende zaak heeft gevolgd, begrijpt de aarzelende reactie van de Libiër. Een kleine 7,5 jaar lang gold hij als de aanstichter van de brand in het detentiecentrum voor illegalen op Schiphol-Oost. De vuurzee die in de late avond van 26 oktober 2005 in cellenvleugel K ontstond, kostte uiteindelijk aan elf mensen het leven. De verstikkende rook werd hun fataal. Bewaarders, slecht opgeleid en daardoor niet opgewassen tegen de brand, slaagden er pas uren later in alle celdeuren te openen. Sommige lichamen waren toen al verkoold.

Ahmed Al-J. zat vast in cel 11, de plek waar de brand volgens onderzoeken is ontstaan. Hij werd na zijn bevrijding tien dagen in een kunstmatige coma gehouden en verklaarde daarna dat hij op de bewuste avond een shagje had gerookt op bed en vervolgens weggeschoten. Hij viel in slaap en werd wakker van brand bij zijn voeten. Op 8 november 2005 zei Al-J. tegen de recherche: "Het is mogelijk dat het een foutje van mij is, maar dat heb ik niet zo bedoeld."

'Welbewust het risico aanvaard'
Het waren zijn eigen verklaringen, aangevuld met het ontbreken van een andere mogelijke oorzaak, die het fundament vormden onder zijn veroordeling. De rechtbank in Haarlem legde Al-J. in juni 2007 drie jaar celstraf op vanwege 'opzettelijke brandstichting'. Hij had 'welbewust het risico aanvaard' dat zijn weggeschoten peuk brand zou kunnen veroorzaken. Die straf werd op 3 september 2009 in hoger beroep teruggebracht naar achttien maanden. Al-J. werd diezelfde dag nog opgepakt en vastgezet om twee weken later met vlucht KL 573 te worden uitgezet naar zijn geboortestad Tripoli.

De Libische man had op dat moment vier uiterst turbulente jaren in Nederland achter de rug. Eerst de brand met bijkomende verwondingen en zijn kunstmatige coma. Daarna maandenlange geïsoleerde opsluiting in het Huis van Bewaring in Heerhugowaard. Vervolgens meerdere keren vrijgelaten en weer vastgezet, telkens met de dreiging om hangende de strafzaak teruggestuurd te worden naar Libië.

Eenmaal terug bij zijn moeder in Tripoli oordeelde de Hoge Raad in 2010 dat de strafzaak opnieuw moest; zijn veroordeling was onzorgvuldig geweest. Voor Al-J. was het leed met zijn uitzetting in zekere zin al geschied. Terugkeren naar Nederland was onmogelijk. Libië verkeerde in een burgeroorlog en bovendien had (en heeft) Al-J. geen geld voor de reis.

'Enorm opgelucht'
En nu, na 3,5 jaar wachten in Tripoli, volgt alsnog algehele vrijspraak. Ahmed Al-J. vertelt dat hij 'enorm opgelucht' is. "Ik heb altijd vertrouwen gehouden in een goede afloop." Hij lichtte eerst zijn moeder in en zocht vervolgens met een vriend een café op. Een feestje, zegt de man, volgt later nog wel. Over de telefoon lijkt Al-J. het nog nauwelijks te beseffen.

Het Gerechtshof in Den Haag kwam gisteren tot een vonnis dat bijna haaks staat op de eerdere veroordelingen. Al-J. kan juist geen opzet of schuld aan de brand worden verweten. Hij rookte een shagje met vloei van zelfdovende Rizla blauw. Volgens het Hof is de kans dat de weggeschoten peuk het vuur heeft veroorzaakt 'gering'. En mocht dat wel de aanleiding zijn geweest, dan heeft de Libiër niet 'de aanmerkelijke kans' op brand aanvaard. Immers; hij zat alleen in een cel, zonder bewaking in de buurt. Hij was niet suïcidaal. Waarom zou hij zijn eigen leven in gevaar willen brengen?

Damman stond zijn cliënt bijna het hele proces bij. De advocaat is euforisch. "Meer dan vrijspraak kan je niet wensen." Het onbevredigende blijft, geeft Damman toe, dat niet met zekerheid is te zeggen hoe de brand exact is ontstaan. "Maar dat is niet mijn zaak."
De uitspraak van het Hof biedt nieuwe mogelijkheden voor Al-J. Hij zinspeelt op terugkeer naar Nederland. Dan moet Justitie eerst zijn ongewenstverklaring intrekken. Toenmalig minister Verdonk van vreemdelingenzaken verleende in de zomer van 2006 39 overlevenden van de brand op humanitaire gronden een verblijfsvergunning. Damman vindt dat zijn Libische cliënt daar met terugwerkende kracht ook recht op heeft. De Staat kan ook een forse eis tot schadevergoeding tegemoet zijn. "De maximale", zegt Damman. Een bedrag met vijf nullen.

De zaak is nog niet geheel afgedaan. Het Openbaar Ministerie kan nog in cassatie gaan bij de Hoge Raad. Volgens de woordvoerder van het OM komt deze vrijspraak "als een duveltje uit een doosje".
'Maximale' schadevergoeding

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden