Review

Agressieve onverschilligheid

De alom geprezen debutant Wells Tower weet zijn persoonlijke obsessies (schoonheid, stiefouders) zó te verwoorden, dat ze lijken te staan voor heel Amerika, schrijft Rob Schouten.

Wells Tower (1973) is een aanstormend talent in de Amerikaanse letteren en zijn debuut, de verhalenbundel ’Alles verwoest, alles verbrand’, moet dat bewijzen: het boek werd maar liefst twee keer in de New York Times besproken.

Tower heeft om zo te zeggen een krachtige poot, onbevangen en doeltreffend zet hij een harde wereld neer, van instinctieve handelingen en overlevingsdrift. De titel van de bundel is veelzeggend, vrolijk word je niet van zijn verhalen, het is alles destructie wat de klok slaat. Zijn personages lijden stuk voor stuk áán en anders wel ónder wat hij ergens noemt ‘agressieve onverschilligheid’.

In het verhaal ‘Op de kermis’ zien we een wanstaltig jochie samen met een bijzonder mooi jochie, die elkaar nu al het leven zuur maken, en ook nog eens de jonge Jeff die vergeefs op zijn onverschillige lustobject Katie wacht, terwijl de oudere Gary zich seksueel aan de jonge Henry vergrijpt. Het verhaal heeft niet veel plot maar geeft wel een indringend beeld van hedendaagse strijd en ellende vlak onder het oppervlak van de alledaagse werkelijkheid.

Veel illusies laat Tower niet heel, in ’De bruine kust’ verzamelt de hoofdpersoon mooie vissen in een aquarium, tot iemand er een zeekomkommer bij stopt die alle omringende vissen vergiftigt. In ’De overkant’ begluurt een oude man een vrouw aan de overkant, die volgens zijn dochter een hoer moet zijn, maar als hij de stoute schoenen aantrekt, haar bezoekt en om haar gunsten vraagt, blijkt ze een drugsdealer te zijn. Puisterige puber Yancy in het verhaal ’Luipaard’ probeert de buitenwereld van alles en nog wat op de mouw te spelden, maar wordt door zijn omgeving niet geloofd; was hij maar een luipaard, een roofdier.

Mooie, stevige verhalen in de trant van de grote Amerikaanse verhalenschrijvers, John Cheever, John Updike, James Salter, met ook die typisch Amerikaanse gewoonte om vertellingen een open einde te geven, alsof ze nog eindeloos kunnen doorgaan. De afzonderlijke geschiedenissen krijgen bovendien, hoe divers ook, een innerlijk verband door een aantal kennelijke obsessies van de auteur die steeds weer als motieven terugkeren: uiterlijke schoonheid, huidproblemen, stiefouders. Het knappe van Tower is dat hij zulke persoonlijke neuroses ongemerkt weet op te heffen tot een soort all-american trauma, zonder zijn oog voor de realiteit te verliezen.

Towers specialiteit is zijn stijl, veelal rechttoe rechtaan maar zo nu en dan bijzonder kleurrijk. Als volgt legt in ‘Het Wilde Amerika’ de kat een net gevangen duifje voor de hoofdpersoon neer: „Het ding was roze, bijna doorschijnend, met magenta wangen en lavendelblauwe ovalen rond de ogen. Het zag eruit als een halfgekookt stuk gum dat ervan droomde ooit de prostitutie in te gaan.” Iemand wordt een ‘witharige gargouille’ genoemd, een ander heeft een ‘hoofd als een brandkraan’. Wie even verder kijkt dan zijn neus lang is treft in Towers schijnbaar realistische tekeningen een heel middeleeuws rariteitenkabinet aan, een wereld vol geestelijke en lichamelijke gedrochten.

Gek genoeg overtuigt dan het titelverhaal ‘Alles verwoest, alles verbrand’, dat zich ook werkelijk in de middeleeuwen afspeelt, het minst van allemaal. Het gaat over een stel Vikingen op strooptocht. Hier maaien ze wat koppen neer, daar wordt een monnik geveld, elders een dochter geschaakt. Helemaal serieus kun je het niet nemen, Tower heeft het nota bene over het ‘draken-en-ziektecircuit’ en laat zijn personages vragen of er ‘nog iets te plunderen’ valt. De bedoeling van dit uit de toon vallende verhaal is duidelijk, de hedendaagse mens stamt af van die moordlustige Vikingen en heeft van de geschiedenis niet veel geleerd. Jammer dat onze voorouders nu juist de ironie krijgen te verduren die in de andere verhalen ontbreekt. Het vloekt een beetje op Towers anderszins veelbelovende palet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden