Agnes is terug in 't land van herkomst

UDEN - Museumdirecteur Leon van Liebergen is apetrots: hij heeft weer een beeld van de 15de-eeuwse Meester van Koudewater op een Duitse veiling kunnen aankopen. Het resultaat is dat het Museum voor Religieuze Kunst inmiddels acht beelden van deze kunstenaar in zijn bezit heeft. Volgend voorjaar vormen ze het middelpunt van een grote tentoonstelling over middeleeuwse beeldhouwkunst.

De nieuwste aanwinst stelt de heilige Agnes voor en werd rond 1470 door de Meester van Koudewater gemaakt. Dat Van Liebergens verzamelwoede zich juist op deze meester toespitst heeft alles te maken met het feit dat die in de 15de eeuw veel beelden vervaardigde voor de Birgittijnse orde. Het museum in Uden is namelijk gehuisvest in een gedeelte van het enige Birgittijnse klooster dat Nederland nog rijk is, de abdij van Maria-Toevlucht. Eigenlijk is deze abdij regelrecht voortgekomen uit het klooster Coudewater bij Rosmalen, waaraan de Meester zijn naam dankt en waarvoor hij veel opdrachten uitvoerde. Geen wonder dus dat de directeur er alles aan gelegen is om beeldhouwwerk van hem te achterhalen en terug te brengen in de omgeving van de Birgittinessen.

Ook andere Birgittijnse kloosters bestelden beelden bij de Meester van Coudewater. Ze weerspiegelen allemaal de voorliefde van de orde voor maagdheiligen zoals Maria, Catharina van Alexandrië, Barbara en Dorothea. Het Agnesbeeld past dus in dit rijtje. Evenals de andere heiligen heeft het een langwerpig gezichtje met halfgeloken ogen en een spits kinnetje. Ook het lange krullende haar is op dezelfde wijze in het hout uitgestoken als bij enkele andere beelden. Dat het om Agnes gaat, blijkt uit het lam dat ze draagt. Het dier - agnus in het latijn - verwijst niet alleen naar haar naam, maar ook naar Christus als haar hemelse Bruidegom.

De Birgittijnse orde werd in de 14de eeuw gesticht door Birgitta van Zweden als de Orde van de Allerheiligste Zaligmaker. De devotie voor de lijdende Christus stond centraal, terwijl Maria als inspirerend voorbeeld voor de ordeleden gold.

Het klooster Coudewater was de eerste stichting in de Nederlanden. Toen het in 1713 door de Staten-Generaal werd geconfisqueerd, vertrokken de overgebleven zusters naar een klein klooster in Uden, dat de naam Maria-Refugie ofwel Maria-Toevlucht kreeg. De beelden - of wat daarvan over was gebleven - gingen mee en kregen een plek in de nieuwe abdij, totdat in 1871 de bekende heren Pierre Cuypers en Victor de Stuers er op bezoek kwamen. Zij namen het merendeel mee naar Amsterdam, voor de collectie van het Rijksmuseum. Drie beelden staan daar nog, de overige zijn inmiddels als bruiklenen naar Uden teruggekeerd.

De Meester van Coudewater werkte met notenhout, ook het Agnesbeeld is uit dat materiaal vervaardigd. Zijn atelier was waarschijnlijk in Den Bosch, waar hij door leerlingen werd bijgestaan. Van Liebergen onderscheidt beelden die in hun geheel door de meester zijn gemaakt, beelden die gedeeltelijk van hem zijn en werk dat onder zijn directe invloed tot stand kwam.

Waarschijnlijk hoort Agnes bij de tweede en niet tot de eerste categorie, want het gewaad is totaal anders uitgevoerd. Het valt in ruime plooien naar beneden, terwijl de gewaden van de andere maagdheiligen door een ceintuur strak bijeen getrokken worden waardoor waaiervormige plooitjes ontstaan. Van Liebergen denkt dat de kledingvariant aan een leerling te danken is. Bovendien bleek dit gedeelte van eikenhout en tegen de notenhouten kern 'aangeplakt'. Door de verf, die grotendeels bewaard is gebleven, werd de toevoeging gecamoufleerd. Maar, zo verzekert hij, het gezicht, het haar en de handen zijn werk van de Meester zelf.

Warmrood en goud zijn de overheersende kleuren. Toch bleef de beschildering niet ongerept, vooral op het gezicht tekenen zich kale plekken af. Omdat de verflagen los zitten, gaat het beeld binnenkort naar een Haags restauratie-atelier. Daar zal met computertechnieken bekeken worden wat wel en niet wordt aangevuld.

Als alles goed gaat, kan het beeld vanaf april 1999 in gerestaureerde staat in Uden worden bewonderd, wanneer het museum 25 jaar bestaat. Hoeveel Agnes gekost heeft en waar ze is gekocht, wil Van Liebergen niet zeggen. Stiekem hoopt hij namelijk op meer beelden en zolang het werk van de Meester in het buitenland niet wordt herkend, wil Van Liebergen die situatie meester blijven. Zijn speurtocht is dus nog niet afgelopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden