Aginnum geeft zijn schatten moeizaam prijs

In de geest van Asterix en Obelix maakt de Gids de Ronde van Gallië. In elf steden verschalkt culinair journalist Jeroen Thijssen de lokale delicatessen. Tiende etappe: Agen.

Jeroen Thijssen

Het grootste raadsel van mijn culinaire toer is Agen. Waarom houden Asterix en Obelix tijdens hun Ronde van Gallia halt in een plaatsje van dertigduizend inwoners, waarvan zelfs reisboekjes niet weten dat het Romeinse wortels heeft?

Toch speelt dit dorp, dat dan Aginnum heet, een prominente rol in het stripalbum: voor de tweede keer op hun lange reis worden de Gallische helden verraden door een landgenoot. De wanhopige Romeinen hebben een beloning van vijftigduizend sestertieën uitgeloofd aan wie de opstandelingen voor hen vangt, en een besnorde Agenais doet een poging met gebraden everzwijnen vol slaapmiddel.

Misschien was dat de enige manier waarop de scheppers Agen een rol konden geven. Je bent erdoor voor je het in de gaten hebt, dit stadje aan de oever van de Garonne. Een marktje onder platanen, een skateboardbaan: dat zie je van Agen. Natuurlijk is er een fameus aquaduct, waar schepen de brede Garonne dwars oversteken, op vijftien meter hoogte. Leuk voor kinderen en vaders die vroeger met speelgoedtreintjes hebben gespeeld. Maar verder?

Gelukkig is het gratis parkeren op een enorm terrein aan de oever van de rivier; het is alsof Agen zich heeft opgemaakt voor de komst der horden, maar wat zouden die hier te zoeken hebben? De markt biedt het beste uit de streek: kardoen, artisjokken, die in Nederland zo ondergewaardeerde groenten, maar ook wortels, kaas, kip. Niet de lokale specialiteit waarvoor tweeduizend jaar geleden twee Galliërs helemaal zijn komen lopen uit Toulouse, niet de wereldberoemde gedroogde pruimen uit Agen.

Het is heet, heet en stoffig, de zomer schroeit in dit zuidelijke land. Agen ademt de rust van het dorp dat het is. Op naar een Office de Tourisme, dat volgens een winkelier in het hart van het stadje te vinden is. En pruimen, zegt hij, ach, die vind je overal wel.

Nou, dat valt tegen. De stoffige, wat armoedige winkelstraten van de vorige eeuw maken plaats voor een avenue vol luxe, tot Swarovski-kristal aan toe, maar nergens een épicier, een kruidenier, laat staan een winkel gespecialiseerd in de beroemde pruimen. En naar de Office is het ook zoeken.

Gelukkig zijn de Agenais vriendelijke mensen, die alle tijd nemen voor een praatje over het weer. Een van hen leidt mij zelfs, haast aan de hand, drie blokken verder naar het lokale VVV, weggestopt in een onaanzienlijk winkelpand. Ik zou het op eigen houtje niet gevonden hebben. Binnen zit een vriendelijke jongeman die in uitstekend Engels bescheiden de loftrompet steekt over zijn stad. De vriendelijke mensen, het gezond klimaat. Weet ik, dat de middeleeuwse ziener Nostradamus een aantal jaar in Agen gewoond heeft? Over Romeinse restanten heeft de vriendelijke jongeman minder te vertellen. Er is een prachtig beeld van Venus opgegraven, en La Cathedrale Saint Caprais is gebouwd op de Romeinse fundamenten, is dat iets? Voor pruimen verwijst hij me naar het pruimenmuseum in de Rue de la Grand Horloge.

Vanaf de VVV tot het museum openbaart Agen zich plotseling als een aardig stadje: gevels van vakwerk, winkeltjes onder arcaden, een biologische markt op een klein plein. Hier zit ook een winkel met produits regioneaux. Voor pruimen wil ik naar het museum, maar in zo’n winkel zouden ook andere lokale specialiteiten te koop moeten zijn. Worst, kaas, ham? Helaas, de schappen van de winkel dragen cassoulet uit het oostelijk gelegen Toulouse, cognac uit het noordelijker Cognac, confit de Canard uit de hele Languedoc, maar verder niets lokaals. Ja, pruimen.

Vanaf het pleintje is het museum niet ver meer, een straat oversteken en de volgende ingaan. Daar hangt het uithangbord van het museum. Het is helaas dicht. ’Des vacances’, meldt het bordje op de deur.

Daar sta je dan. Terug naar de winkel met produits regioneaux? Eerst maar eens zien of er bij de kerk iets waar te nemen valt van die Romeinse fundamenten, heb ik dat ook weer gehad.

Met het stijgen van de zon valt het dorpsleven stil, het middagmaal nadert. Gelukkig is de kathedraal niet ver. Na drie bochten duikt een pleintje op met zwervers en de kerk, niet zo’n overdonderende kerk vol bogen als in het noorden, maar een eenvoudige met grote vlakken en weinig krullen. Romaans maar niet Romeins. En daar tegenover: Mâitre Prunille. Pruimen. Een etalage vol, maar vol cadeauverpakkingen. Binnen gaat dat gewoon door, krullen en frutsels puilen uit de schappen: in chocola, in suiker, in fondant, likeur van, brandewijn van. Tussen dit klatergoud staat een keurige verkoopster die haar buitenlandse klant wat bevreemd gadeslaat. Heeft u ook de gewone? Vraagt de buitenlandse klant. De wereldberoemde?

Onbewogen wijst ze de verpakkingen aan, die midden in de winkel liggen opgestapeld, van half ponds tot twee kilo.

Even later sta ik weer buiten met een zakje gewone pruimen en een pond met chocolade korstje. De fundamenten van die kerk geloof ik nu wel, het is tijd om te vertrekken. De twee zakjes staan op de passagiersstoel, open, en geven hun inhoud prijs aan mijn proevende mond. De gewone pruimen zijn gewone pruimen, sappig, vaag zuur en zoet, vezelig en mals tegelijk. Uitstekende, half droge pruimen, maar meer niet. De chocoladevariant vereist een neutrale instelling bij de proever. Eerst het zoete mokka van de chocolade, dan het zurige zoet van de pruim – na drie keer proeven begint het te smaken, als het zakje leeg is zijn ze heerlijk. Inmiddels ligt Agen ver achter me, te ver om terug te keren voor nog een zakje. Maar mijn vraag is wel beantwoord. Waarom Agen? Om zijn chocolade pruimen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden