Agenten klopten regelmatig op de deur

Aspergesteker Tony van de in opspraak geraakte kwekerij in Someren wordt goed behandeld. De buurvrouw is echter niet verrast over het schandaal. „De gemeente heeft te weinig gedaan.”

Het is stil rond het woonhuis aan de Nederweertseweg 3 in Someren. In het bedrijf achter het huis zit de aspergekwekerij waar Roemeense seizoensarbeiders onder erbarmelijke omstandigheden vastgehouden werden.

De voordeur is niet uitgerust met een bel, maar met een klopper. Als die op het hout valt, spurt een heftig blaffende hond naar de deur. Grommend wacht hij tot zijn bazin opendoet, maar die is niet thuis.

Hoewel de meeste Roemeense arbeiders met de bus terug naar hun vaderland zijn, werken er nog een paar mensen. Tony, ook uit Roemenië, stapt aan de zijkant van het bedrijf uit een auto. Hij was erbij donderdag, toen de politie de slaapvertrekken van het personeel op slot gooide. „Iets met brandgevaar”, vertelt hij in gebrekkig Engels.

Tony wordt goed behandeld, zegt hij. Zijn enige zorg is het weer. „Bij 25 graden is de hitte ondraaglijk.” Hij denkt er niet over terug te gaan naar Roemenië. „Ik kom hier om geld te verdienen”, legt hij uit, „dus dan ga ik niet terug.” Nu de meeste van zijn collega’s weg zijn, moet hij wel harder werken. „Maar dat is niet erg.”

De moeder van de eigenaresse is ook bijgesprongen. Over de ophef rond haar dochter houdt ze zich van de domme. „Ik heb niets gehoord”, beweert ze.

Aan de overkant van de weg, op nummer 4, hebben ze het in ieder geval wel gemerkt. Nadat De Telegraaf zondag onverhoopt haar adres had verwisseld met dat van de aspergekwekerij, kreeg Jolanda van de Voort direct dreigmails. Inmiddels is het misverstand rechtgezet.

Van de Voort is ’niet echt verbaasd’ door wat er zich bij haar overbuur afspeelde. „Vroeger gingen we goed met elkaar om”, vertelt ze, „maar sinds tien jaar geleden is dat verwaterd. Toen begon de buurvrouw met afvalverbrandingen, van dat stinkende plastic. Mijn verzoek om dat te stoppen heeft maar heel kort effect gehad.”

Het ging van kwaad tot erger. De politie stond er regelmatig voor de deur, en ieder jaar kwamen de seizoensarbeiders uit een ander land. „De Poolse werknemers dronken veel en zorgden ’s avonds voor overlast. We hebben hier Portugezen aan de deur gehad die vroegen of ze de politie mochten bellen.”

Maar dat de werknemers geslagen en opgesloten werden, wist Van de Voort niet. „Ze liepen hier heel vaak langs, gewoon vrolijk pratend. En soms voetbalden de Roemenen met elkaar. Of ze opgesloten werden, weet ik niet. De poort stond vrijwel altijd open. Misschien konden ze alleen ’s nachts niet weg.”

Wel heeft Van de Voort aan de alarmbel getrokken. Toen de Portugezen aanbelden bijvoorbeeld, en ze heeft de gemeente ingelicht.

„Die heeft gewoon veel te weinig gedaan”, meent ze. „Ik ben bang dat het volgend jaar gewoon weer terugkomt.”

Burgemeester Alfred Veltman van Someren heeft geluiden als die van Jolanda van de Voort niet gehoord, vertelt hij.

Hij wist dat de aspergekwekerij een probleembedrijf was, maar niet dat het er zo slecht aan toe ging. Dat bleek pas toen de hulpdiensten met de Roemeense werknemers praatten.

Of er inderdaad eerder al meldingen bij de gemeente zijn binnengekomen, gaat hij uitzoeken, belooft hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden