Opinie

'Agamemnon' van Het Vervolg glijdt als plastic langs je heen

De 'Agamemnon' van Aeschylus spelen, en niet het vervolg van de trilogie, 'Offerplengsters' en 'Eumeniden', is goed beschouwd een ernstige verminking van het dramatische werk. Immers, anders dan zijn jongere collega's Sophocles en Euripides, schreef Aeschylus trilogieën waarin de handeling in die drie stukken zijn ontplooiing en einde vindt.

Zo is zijn 'Agamemnon' een stuk van zinderende wraakgevoelens en wanhoop over het bestaan van zoiets als 'god' of 'gerechtigheid'. De vrede en de verzoening komen pas in de 'Eumeniden', de 'welgezinde godinnen'. Nu wordt de 'Agamemnon' als een echt grote, lyrische tragedie van de Grieken toch vaak apart op het repertoire genomen. Dat heeft ook Het Vervolg -ons Limburgs toneelgezelschap- gedaan, in een regie van artistiek leider Hans Trentelman en in de dramaturgie van zijn compaan, Léon van der Sanden.

Ik vrees dat beide heren op enkele essentiële punten zich danig hebben vergist. Dat Clytaemestra, de koningin (Mieneke Bakker), een hart van steen heeft, dat met een koele bijlslag een eind maakt aan het leven van de zegevierend thuiskerende koning, is volstrekt duidelijk. Dat er diep in dat stenen hart een vuur van wrokkende verblinding woedt, wordt niet duidelijk.

De twee hoofdpersonen van de 'Agamemnon' zijn Clytaemestra en het koor van oude raadgevers van de koning. Het is bekend dat vrijwel elke moderne regisseur, Peter Stein wellicht uitgezonderd, worstelt met het koor van een Griekse tragedie. Maar wat Het Vervolg ervan maakt, doet werkelijk de tranen in de ogen springen van gêne. Spelers die niet een rol hoeven te spelen, vormen een groepje mummelende oude mannen. En dat mummelen doen ze echt! De lippen ver over de tanden naar voren getrokken, doen ze oude mannetjes na, je houdt het niet voor mogelijk. Soms is er niemand beschikbaar, en staat de koningin wat in de lege ruimte met de burgers te converseren. De enige die aan deze mallotige koorbehandeling ontkomt is Ingrid Desmet, die als koorleidster een in het zwart gehulde tegenpool is van de kleurige koningin op wel vermakelijke hoge hakken en met een kruising tussen een bolhoed en een tiara op het hoofd.

Kennelijk waren de makers vergeten eens wat na te lezen over het koor in de tragedie, en ook hoe je Griekse namen uitspreekt. Dat kan vaak op verschillende manieren, of je het Griekse accent volgt of de Latijnse regels over de lengte van de lettergreep, maar we moeten toch een restje antieke cultuur bewaren en het eenduidige Príamos met de klemtoon op de i niet in een metrische deun vermonsteren tot: 'Wat zoú Priámos doén als híj de wínnaar wás?'

De stalen stellage van Herbert Janse die het paleis verbeeldde werkte wel mooi als Agamemnon (Hans van Leipsig) thuiskomt: zij hoog boven hem, hij als een klein jongetje in de diepte. Dat de trotse koningin later voor hem knielt en zijn laarzen losrijgt, ging natuurlijk wel érg ver, evenals de vreemde vondst dat Clytaemestra's vrijer, Aegisthus, in de laatste minuut het hoofd van de koorleidster beetpakt en haar een dodelijke dwarslaesie toebrengt.

Genot voor oren en ogen brengen Denis Coenegracht met een fraai geluidsdecor en Henk van de Geest met een prachtige belichting. Maar daarachter moet in de voorstelling natuurlijk te vinden zijn waarvoor we kwamen: huiver en vrees. Deze 'Agamemnon' glijdt als plastic langs je.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden