klassiek & zo

Afzwaaien kan soms stil en mooi

Jiří Bělohlávek overleed vorige week donderdag. Beeld Getty Images

Rotterdam huilde een beetje vorige week. Vlak na elkaar overleden twee dirigenten die beiden werkzaam zijn geweest bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. 

Donderdag bezweek de Tsjech Jiří Bělohlávek (71), gastdirigent sinds 2013, aan de gevolgen van kanker. Vrijdag werd de Britse Sir Jeffrey Tate (74), chef-dirigent van 1991 tot 1994, in het Italiaanse Bergamo door een hartaanval getroffen.

Het Rotterdams Philharmonisch is momenteel op tournee door Azië, waar het onder leiding van de jonge, Duitse dirigent David Afkham concerteert in Seoul, Shanghai, Peking en Jakarta. Maar op het thuishonk verschenen in persberichten en op de site van het orkest berichten waarin Bělohlávek en Tate werden geëerd en herdacht.

Beide dirigenten waren slechts een korte periode aan het Rotterdamse orkest verbonden. Het chefschap van Tate verliep niet helemaal naar wens (of beter: helemaal niet), en een jaar vóór zijn eerste contract officieel zou aflopen was hij al uit Rotterdam vertrokken. Het boterde gewoonweg niet tussen de weinig ambitieuze en vaak vlak dirigerende Tate en de musici, die maar wat graag wilden opstomen in de muzikale vaart der volkeren. De dirigent trok zijn conclusies en zwaaide af.

Met Bělohlávek waren de verhoudingen losser, want 'slechts' vaste gastdirigent, maar wel inniger. De Tsjech was een innemende persoonlijkheid bij wie het altijd om de muziek ging en nooit om hemzelf. Zijn geliefde muziek uit Tsjechië wist hij vaak een 'authentieke' laag mee te geven, wat dat dan ook betekenen mag. Het moge blijken uit zijn laatste opname, het Stabat Mater van Dvořák, die vorige maand uitkwam bij Decca. Datzelfde werk was het laatste dat hij in Rotterdam dirigeerde, en vlak daarvóór dirigeerde hij in Londen Dvořáks Requiem. Werken vol droefenis.

Je mag hopen dat Bělohlávek, die wist dat hij ging sterven, er enige troost heeft weten uit te halen. Het lijkt mij mooi om te weten dat je het aardse gaat verlaten en dat je dan omringd bent met de noten uit Dvořáks Requiem en Stabat Mater. Sterker nog: dat je die zelf in beweging zet. Afzwaaien kan soms stil en mooi zijn.

Veel dirigenten is zo'n zacht en wonderschoon afscheid van de bok niet gegeven. Er zijn er nogal wat die in media res, dus in het harnas, van de bok gerukt werden. Heldhaftige verhalen van dirigenten die letterlijk voor hun vak en passie het leven lieten. Een paar voorbeelden met achter hun illustere namen het jaar van overlijden.

Felix Mottl (1911) en Joseph Keilberth (1968) stierven allebei tijdens het dirigeren van Wagners 'Tristan und Isolde', Giuseppe Sinopoli (2001) tijdens een voorstelling van Verdi's 'Aida', Giuseppe Patanè (1989) midden in 'Il barbiere di Siviglia'. Mariss Jansons kreeg een hartaanval tijdens 'La bohème', maar overleefde die. Zijn vader Arvids had dat geluk niet en stierf in 1984 aan een hartaanval tijdens een concert met het Hallé Orchestra in Manchester. Dmitri Mitropolous (1960) zakte in elkaar tijdens een repetitie van Mahlers Derde symfonie. In Amsterdam lieten Eduard van Beinum (1959, tijdens een repetitie van Brahms' Eerste) en Kirill Kondrasjin (een paar uur na een concert met Mahlers Eerste) het leven.

En dan zijn er die het eeuwige leven lijken te hebben. Haitink en Blomstedt zijn al even heldhaftig, ook al leven ze gelukkig nog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden