Aftrek van hypotheekrente al jaren aan banden gelegd

Ser-commissie pleit terecht voor een integrale aanpak van het wonen in Nederland

Marnix van Rij fiscaal jurist en oud-partijvoorzitter CDA (1999-2001)

Politici vertellen niet de waarheid over de hypotheekrenteaftrek. De ene partij roept dat de hypotheekrenteaftrek intact moet blijven, de andere partij kondigt aan dat de aftrekbaarheid (op termijn) wordt beperkt. Beiden draaien ze de kiezers een rad voor ogen.

Sinds 1 januari 2001 is de duur van de aftrekbaarheid van hypotheekrenteaftrek beperkt tot dertig jaar. Daar is al bijna tien jaar van om. Veel eigenaren die hun huis voor 1 januari 2001 in eigendom hebben verworven realiseren zich dat niet. In 2000 heeft het parlement deze maatregel op voorstel van het tweede paarse kabinet ( PvdA, VVD en D66) in het kader van een herziening van het inkomstenbelastingstelsel aangenomen.

Op 1 januari 2005 is de ingewikkelde ’bijleenregeling’ ingevoerd. Dat was een voorstel van het kabinet Balkenende-II (CDA, VVD en D66). Deze regeling houdt in dat de gerealiseerde overwaarde bij de verkoop van de eigen woning in de nieuwe eigen woning geïnvesteerd moet worden. Doe je dat niet en financier je de aankoop van de nieuwe woning toch geheel met een hypothecaire lening, dan heb je nog maar een beperkte aftrek. De facto houdt dat een beperking van de hoogte van hypotheekrenteaftrek in.

Daarnaast is er uitdrukkelijk bepaald dat alleen die rente aftrekbaar is die is betaald voor de financiering van aankoop, onderhoud en verbetering van de eigen woning. De fiscus controleert scherp op het causale verband. Met andere woorden, hypotheekrente betaald voor de financiering van auto’s, boten, dure reizen of andere consumptieve uitgaven zijn niet meer aftrekbaar. Dat was vroeger anders.

Verder is het uitsluitend mogelijk om een aftrek ter zake van een hoofdverblijf (een woning) te claimen. Kortom de hypotheekrente betaald voor de tweede woning is niet meer aftrekbaar, tenzij het om een leegstaande woning gaat bij aan- of verkoop voor in beginsel een periode van maximaal twee jaar.

Er is al een aantal maatregelen getroffen met betrekking tot het eigen woningforfait. Dat is een fictief inkomen in de vorm van een percentage van 0,55 procent per jaar van de WOZ-waarde van de woning, waarover belasting moet worden geheven. Wanneer je geen of hoegenaamd geen schuld ter zake van de eigen woning hebt, dan hoef je geen eigen woningforfait aan te geven. Dit is een maatregel die op voorstel van het CDA in de wet is gekomen. Het bevordert het aflossen van de schuld. Sinds 1 januari 2009 geldt er geen plafond meer voor het eigen woningforfait. Dat was een voorstel van Balkenende-IV (CDA, PvdA en CU). Voor woningen boven de 1 miljoen euro stijgt het forfait in een periode van zeven jaar (tot 2016) tot 2,35 procent.

De conclusies zijn duidelijk. De wetgever heeft de afgelopen tien jaar de hypotheekrenteaftrek in duur en hoogte beperkt door een combinatie van verschillende maatregelen. Het zijn uiteenlopende kabinetten van verschillende politieke signatuur die de initiatieven hebben genomen. Verder sleutelen aan de aftrek op het moment dat Nederland in de diepste economische recessie verkeert sinds 1945 is uiterst onverstandig. Terecht heeft de president van De Nederlandsche Bank daar voor gewaarschuwd.

Op termijn zijn er nog wel maatregelen mogelijk. Recent zijn er twee goede rapporten verschenen. De een is van de studiecommissie belastingstelsel ’Continuïteit en Vernieuwing’ (7 april), de ander van een commissie van de Sociaal-Economische Raad (16 april) onder leiding van hoogleraar en Ser-lid Goudszwaard.

Met name het laatste rapport pleit terecht voor een integrale aanpak van het subsidiëren van wonen in Nederland. Dan gaat het niet alleen om de eigenaren van huizen, maar ook om de huurders. De grootste onevenwichtigheid zit hierin dat de hoogste inkomens nog steeds onevenredig profiteren van de deels beperkte hypotheekrenteaftrek en dat veel huurders te goedkoop wonen, het zogeheten scheefwonen.

In verkiezingstijd lijken de scheidslijnen zich al duidelijk af te tekenen. Links ( SP, PvdA, D66, GroenLinks en CU) wil verder sleutelen aan de hypotheekrenteaftrek en rechts ( CDA, VVD en PVV) wil dat niet. Rechts wil vervolgens – met mate – huurliberalisering invoeren, al dan niet in combinatie met het veranderen van inkomensafhankelijke toeslagen en links wil daar niet of hoegenaamd niet aan. Zo is een van de belangrijkste vraagstukken teruggebracht tot een ogenschijnlijk onoplosbaar waardenconflict. Deze patstelling kan alleen na de verkiezingen worden doorbroken, indien de belangrijkste partijen uit het linkse en rechtse kamp tot een uitruil bereid zijn. Het Ser-rapport geeft daar de beste aanzetten toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden