Afstappen van de lijn van je voorvaderen

Kunst | interview | Van je geloof vallen als je uit een prominente reformatorische familie stamt. Ga er maar aan staan. In 'De Val' toont fotograaf Samuel Otte zijn worsteling met het geloof.

Fotograaf Samuel Otte gelooft niet meer in God. Dat is niet wat zijn familie voor hem in gedachten had. Overgrootvader dominee Henri Kersten was namelijk oprichter van de Gereformeerde Gemeenten en de SGP. Vader en opa waren directeur van de reformatorische uitgeverij De Banier.

In 'De Val' schetst Otte zijn worsteling met het geloof en de rol die zijn vader hierin had. Het werk dingt samen met vier andere producties mee naar de prijs voor beste afstudeerproductie die het Steenbergen Stipendium uitlooft.

Vanwaar de naam 'De Val'?

"Een hoofdstuk uit een boekenserie van mijn overgrootvader heet zo en gaat over de zondeval. Verder staat 'De Val' voor de val van mijn vader die sterft, mijn afvallen van het geloof en het falen in de waarmaking van verwachtingen. Mijn familie had in de reformatorische wereld aanzien en status. Dat bracht verwachtingen mee en een carrière als kunstenaar hoorde daar niet in thuis. Een taak in de kerk of in de uitgeverij van mijn vader wel. Daarom volgde ik vanaf mijn 21ste de opleiding Pastoraal Werk aan de Christelijke Hogeschool Ede. Daarna ben ik aan de opleiding theologie begonnen, maar op mijn 29ste ging ik naar de kunstacademie in Den Haag. Dat was mijn val."

Hoe ontdekte u uw liefde voor kunst?

"Tijdens mijn studententijd in Ede voelde ik me lange tijd leeg en eenzaam, was zoekende. Toen ik ging meespelen in de amateurtheatergroep van de school kwam ik voor mijn gevoel veel dichter bij mezelf. Ik kwam erachter dat er in mijn leven naast kerk ook kunst was. Ik besefte dat mijn opleiding voor mij te krampachtig was. Toch maakte ik de opleiding af en ging theologie studeren. Na twee jaar stopte ik daarmee en ging naar de kunstacademie in Den Haag. Daar kreeg ik ineens heel veel levensenergie en lef. Dat voelde als een openbaring."

In die tijd nam u ook afscheid van het geloof. Hoe liep de weg naar die stap?

"Op mijn twintigste heb ik openbare geloofsbelijdenis gedaan. Dat deed ik met volle overtuiging, maar na ongeveer acht jaar verloor ik die overtuiging. Ik hield het krampachtig vast, maar het holde steeds verder uit. Het geloof liet mij los, maar ik wilde dat niet accepteren, want het geloof gaf zin aan het leven van mijn voorvaderen. Toen ik erachter kwam dat kunst ook zin gaf, was het geloof niet meer relevant. Jezus was voor mijn zonden gestorven, maar dat deed er voor mij niet meer toe."

Voelde u zich eenzaam toen u het geloof de rug toekeerde?

"Absoluut. De stap naar de kunstacademie heeft daar ook sterk aan bijgedragen. Als kunstenaar moet je namelijk overal vragen bij stellen en om iets interessants te maken, moet je bepaalde grenzen overschrijden. Dat maakt je kwetsbaar en dat vond ik eng, want ik had het idee als eenzame afvallige op een hellend vlak te staan. Over die kwetsbaarheid groeide ik heen en nu houd ik er ontzettend van om overal een vraagteken achter te zetten."

Wat gelooft u nu zelf?

"Dat heb ik zelf ook niet helder meer. Het is een moeilijke paradox. Enerzijds ging het verliezen van het geloof vanzelf, anderzijds had ik daar een geloof in iets anders voor nodig. Maar waarin, dat weet ik ook niet precies."

Het einde van het boek handelt over de tijd kort voor de dood van uw vader. Hoe kijkt u daarop terug?

"Mijn vader had kanker. Hij kreeg bijbelteksten van God, waaruit hij opmaakte dat hij beter zou worden. Toch ging het slechter en volgens de doktoren zou hij nog een paar weken te leven hebben. Praten over de dood, betekende voor hem toegeven aan de angst om te sterven. En toegeven aan die angst, zou zijn geloof op beterschap bemoeilijken. Als ik hem vroeg hoe hij terugkeek op zijn leven, reageerde hij daarom niet. Zo verloor ik het contact met hem, dat was moeilijk."

Was de persoonlijke band met uw vader wel goed?

"Jazeker! Die band was af en toe heel intiem. Dat kwam waarschijnlijk doordat wij een gedeeld dilemma hadden in ons leven. Wij voelden beiden de angst om afgewezen te worden op het moment dat we van de lijn van onze voorvaderen zouden afstappen. Ik wilde kunstenaar worden, mijn vader boer. Uiteindelijk volgde hij mijn opa op als directeur van de succesvolle uitgeverij."

Voor bezoekers van de expositie ligt een stapel kaarten met een foto van uw oma klaar. Waarom?

"Door de hele productie heen, krijgt de mannelijke helft van mijn voorgeslacht de meeste aandacht. Logisch, want zij waren de mannen die status en aanzien verworven hadden. Mijn oma verdient echter ook speciale aandacht. Ze was namelijk een mooie, maar vooral heel bijzondere vrouw en ik had een goede band met haar. In het boek vertel ik dat ze als eerste vrouw deelnam aan het Heilig Avondmaal in de kerk in Rotterdam. Niet dat vrouwen uitgesloten waren van deelname, maar tot die tijd lag er een soort taboe op. Op die zondag werd ze door een engel uit haar stoel getild en at en dronk met de mannen. Daardoor zag ik haar als een soort feminist in de kerk."

In uw werk heeft de beroemde poster van de brede en de smalle weg een prominente plek. U schrijft dat u er vroeger uren naar kon kijken, hoezo?

"Toen ik huiskamers ging fotograferen, merkte ik dat die plaat voor veel mensen als een tweede geweten werkt. Dat deed het voor mij absoluut niet. Als ik ernaar keek, zag ik een romantische weergave van de wereld. De weg naar de hemel is een smal, knus kronkelpaadje. Zoals je ze tijdens een vakantie in de bergen tegenkomt. De brede weg is druk, er worden mensen vermoord en hij loopt naar de hel waar je mensen ziet branden. Het is heel interessant dat het leven en het geloof zo versimpeld en romantisch zijn weergegeven op één plaat. Daarnaast is het ongelooflijk dat het schilderij bij zoveel mensen zo enorm op het gevoel werkt."

Waar bevindt u zich op die poster?

"Een dominee waarvan ik ook de huiskamer heb gefotografeerd, heeft de plaat ook aan de muur hangen. Ik stelde hem dezelfde vraag als die jij mij nu stelt. Hij zei dat ik, ondanks dat ik een goeie jongen was, op de brede weg liep, maar dan wel aan de rechterkant van de brede weg. De goede weg is dus dichtbij, maar ik ben er niet. Mijn voorvaderen waren daar wel. Ik vond het als kind bijzonder om te zien dat hun leven zo sterk overeenkwam met het leven dat de smalle weg op de plaat schetst."

Welk beeld wil je dat de kijker krijgt van de reformatorische wereld?

"Ik heb in het boek een fotoreportage opgenomen van de Familiedagen in Gorinchem. Dat is een reformatorische beurs die ik in het boek als volgt omschrijf: 'Alles op deze beurs past binnen de reformatorische normen en waarden. Alles mag gekocht worden, alles is veilig, hier is alles geoorloofd'. Het is dus een soort reformatorische hemel, midden in de wereld. Voor de seculiere wereld is dat heel absurd, maar ik wil niet dat zij de reformatorische wereld belachelijk gaan vinden. Door mijn opvoeding ben ik er namelijk aan gehecht, het zal me nooit helemaal loslaten. Toch neem ik er afscheid van."

Een expositie van de producties is tot 30 oktober te zien in het Fotomuseum Rotterdam. Tevens is het project onderdeel van de tentoonstelling 'Belief, on the Move', te zien bij Fotodok Utrecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden