Afstanden

Vanuit de onvergetelijke entree van het Teylers museum in Haarlem kun je al meteen een blik in de fossielenzaal werpen waar je doorheen moet op weg naar de tentoonstelling Landschap van Verlangen.

Het is wel de moeite er een ogenblik te verwijlen want hier tref je in steen gevangen, of uit rivierbeddingen opgehaald de eerste verwarrende elementen van wat later een ontstellend goed passende legpuzzel bleek te zijn: de ware geschiedenis van het mensdom. Heel geleidelijk drong een aantal misrekeningen tot ons door. De leeftijd van onze wereld was het schokkende voorbeeld van een rekensom waaraan bij nader inzien helemaal niet gerekend was. Ruskin schreef zo'n 150 jaar geleden dat hij aan het einde van elke bijbelregel het hamertje van de geoloog hoorde tikken. Het is voor ons niet goed meer na te voelen maar de betrekkelijk warme en lichte plek waarin de mens zich dacht te bevinden in het duistere woud van de wereld begon ergens na 1750 geleidelijk tot een ongemakkelijk onderkomen te worden.

Twee afstanden werden weggenomen uit het ons omringende: de afstand in Tijd tot de aanvang van de Schepping, en de afstand in ruimte tot de verblijfplaats van God. De datum van het scheppingsverhaal was niet de befaamde 4004 voor Christus. Geologen kregen kijk op de snelheid waarmee veranderingen aan het aardoppervlak zich afspelen en kwamen vanuit het aanwezige landschap tot ontzagwekkende conclusies over het aantal jaren dat verlopen moest zijn om te verklaren waarom de aarde er nu zo uitzag. Nee, 4004 bleek een misverstand. Het geologische hamertje tikte elke bijbelregel los uit de geschiedschrijving en plaatste het relaas voorgoed in onze hoofden. En harten niet te vergeten.

Een tweede misrekening bleek de afstand tot de Schepper. De wonderwerker die uit het niets een wereld boetseerde verdween langzaam van het toneel. Fossielen vroegen om een verhaal en het lukte ons nog een hele tijd om deze versteende dierenresten in het bestaande verhaal in te passen. Middeleeuwers beschouwden de onmiskenbare dierensporen die wij nu fossielen noemen als een bewijs voor de zondvloed. Er waren toen immers duizenden dieren verdronken en geen wonder dat je de resten van die slachtoffers later terug vond. Ook heel fraai vind ik de Griekse uitleg voor de mammoetbotten, die ze bij Trapezus opgroeven. Hun verklaring was dat de goden de laatste giganten aldaar versloegen en dat het dus te verwachten was dat bij het ploegen af en toe een deel van zo'n gigantenskelet zou bovenkomen.

In Teylers museum kun je nog eens zien om wat voor giganten het ging. De plompe schedel van een mammoet maakt precies die cyclopenindruk die je zoekt. Er zijn geen oogkassen waar je ze vermoedt, zodat de indruk ontstaat van een zeer oude blinde blunderaar. Maar fossielen zijn er in alle soorten. De mooiste is ongetwijfeld die van de archaeopteryx lithographica, 120 miljoen jaar oud, hier in kopie aanwezig. Dit in steen geschreven vogeltje lijkt ruggelings neergestort à la Icarus en onder de ragfijne aanduiding van veren zie je de scherpe lijntjes van een dinosaurusje. Biologen denken dat hij meer een zwever was dan een klapwieker, want voor vleugelslag had hij de spieren niet. Hij had niet dat opvallend sterke borstbeen waaraan je een vlieger herkent. Zweven en klapwieken geven mooi de ontstaansgeschiedenis van het vliegen weer. Je kunt het uit vallen leren, waarbij je parachuterig probeert te doen met lichaamsdelen. Of uit de methode die opvallend vaak voorkomt in kinderdromen: aanloopje nemen, in de hoogte springen en dan terwijl je zweeft zo lang mogelijk de lucht onder je wegduwen.

,,Ga je nou nog mee naar het Landschap van Verlangen of niet?'', kwam mijn metgezel licht geprikkeld vragen.

Na de cyclopenschedel en dit tovervogeltje vielen de zoetelijke landschappen van Koekkoek en Schelfhout een beetje tegen. Hun gezelligheid leek zo'n pietluttig streven naast de 120 miljoen jaar waar ik net naar had gekeken.

Wij stapten vervolgens welgemoed naar het Frans Halsmuseum waar de stillevens van Pieter Claesz te zien waren. Pieter leverde een Vanitas voor elk seizoen en ging binnen het genre moeiteloos met de markt mee, toen men in plaats van een vermanend memento mori gewoon een pronkstuk wilde om de buren te laten zien dat men kreeft kon betalen. Wat niet opvalt als je er af en toe eens eentje ziet, dat springt hier wel heel erg in het oog. Er hangen er namelijk een stuk of twintig.

Pieter werkte uit een voorschriftenboekje. De attributen die hij gebruikte om de ijdelheid des levens symbolisch te verkondigen vormen een standaardrecept. Beetje fantasieloos eigenlijk, en je hoort zijn vrouw zuchten: ,,Piet, als jij nog één keer, een omgevallen beker, een aangesneden pastei, een kapot horloge, een gekraakte noot, een halfgeschilde citroen en een vage schedel bij mekaar in de buurt zet, dan zal ik jouw schedel eens...''

Geheel andere koek bood ons het onvoorziene hoogtepunt van de dag, Jan van Scorels Broederschap van het Heilig Graf. Twaalf burgers die als pelgrim Jeruzalem bezochten en die na terugkeer in een bijzondere verbondenheid bijeenkwamen. Ze dragen elk een palmtak, als aandenken aan hun bezoek. Eén lid draagt er zelfs twee, vanwege twee pelgrimages. Twaalf uitgesproken knoestige persoonlijkheden, sommigen met vettige piekhaartjes, elk met wapen en lijfspreuk. De mooiste vond ik 'eer voor baet'. Linksboven toont een knecht een afbeelding van de kerk die boven het Graf werd gebouwd. Het schilderij is uit 1528, en je ziet het aan deze sterke koppen: zij kenden hun afstand nog ten opzichte van God en de Schepping.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden