Afstand NOC-NSF en sportbonden wordt alleen maar groter

„Ik hoorde dingen waar ik van dacht: bestaan die in deze organisatie?”

André Bolhuis is zojuist gekozen tot voorzitter van NOC-NSF, als hij verwijst naar een overleg met de sportbonden een paar dagen eerder. Er was in januari, niet voor het eerst, gemor over het beleid van de sportkoepel. Bolhuis, al jaren bestuurslid, was kennelijk verbaasd.

Vorige week presenteerde een aantal bonden als vervolg op hun onvrede de notitie ‘Op zoek naar Evenwicht’. Daarin wordt de vloer aangeveegd met het beleid van NOC-NSF. Eén verwijt mag de nieuwe, op 18 mei aantredende voorzitter Bolhuis zich persoonlijk aantrekken: ‘NOC-NSF weet onvoldoende wat er onder haar leden speelt’.

Daarmee herhaalt de geschiedenis zich. In december 2001 uitten twaalf sportbonden in een brief hun bezorgdheid over de groeiende macht van NOC-NSF. Onder hen niet de geringste: de wielrenunie en de hockeybond.

Dankzij het beleid van de sportkoepel had Nederland de ongedacht succesvolle Olympische Spelen van Sydney achter de rug. Met het opzetten van een professioneel topsportbeleid gedragen door een even slagvaardige als lucratieve sponsorwerving telde Nederland ineens mee op olympische niveau.

Die initiatieven werden gezien als bedreiging in plaats van een zegen. De, meest zwakke, bonden hadden het op de sponsormarkt steeds moeilijker gekregen. En graag zouden ze zelf bepalen hoe ze hun topsportgeld (sponsoring en subsidies) inzetten. Op dat gebied was inspraak steeds kleiner geworden.

Hans Blankert, al enige jaren voorzitter, was verbaasd. „Ik dacht dat ze het mooi vonden wat wij deden”, luidde zijn reactie. En ook: „De grootste bedreiging voor NOC-NSF is dat we als club op onszelf komen te staan.” Als voormalig werkgeversbaas paste hij de in tijden van crisis beproefde tactiek toe: geeft ze in alles gelijk, dan is de discussie gesloten.

NOC-NSF ging onder Blankert en zijn opvolger, de tot 18 mei heersende vorstin Erica Terpstra, onverstoorbaar door met het plaveien van het topsportpad. En met het nemen van talloze (commerciële) initiatieven waarmee veel bonden niet gelukkig zijn. Een klacht uit 2001: De ene na de andere nota valt op de deurmat, we hebben amper tijd om erop te reageren.

NOC-NSF werd slechts machtiger, en wat Blankert wél signaleerde, gebeurde. De afstand tussen de sportkoepel en de bonden is alleen maar groter geworden, het evenwicht is verstoord.

Onvrede is er over samenwerking, taakverdeling, besluitvorming, administratieve regelgeving, ontbreken van begrotingsdiscipline en „de vele projecten die als paddenstoelen uit de grond schieten”.

„Ons vertrouwen is verdwenen”, is een conclusie in ‘Op zoek naar Evenwicht’. „De gesprekken kabbelen voort en lijken op geen enkele wijze gehoor te geven aan signalen die de afgelopen jaren zijn afgegeven.” En: „Het is vreemd dat bonden het steeds zwaarder krijgen en dat NOC-NSF steeds verder uitdijt.”

In haar reactie ontpopte Terpstra zich als plagiator van haar voorganger. Ze is niet boos en teleurgesteld, ze beschouwt deze anticlimax niet als een vervelende afsluiting van haar ambtstermijn. Prima dat zo’n signaal wordt afgegeven! „We hebben iedere keer een herijking nodig van de rol van NOC-NSF en de rol van de bonden. Dat is een kwestie van volwassenheid.”

Op 18 mei, als inleiding van haar afscheidsreceptie, zal blijken of deze dooddoeners wederom worden geslikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden