Afsplitsingen worden talrijk in ideologische leegte

Het lijstje fractieafsplitsingen sinds de Tweede Wereldoorlog dat het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in 2007 maakte, was al ontluisterend. De opstellers zullen destijds echter niet hebben vermoed hebben dat het fenomeen in de jaren daarna bijkans normaal zou worden.

Tussen 2000 en 2009 kwam het tien keer voor dat een Kamerlid of Kamerleden uit de fractie stapten, dan wel eruit gezet werden. Dat maakte dat decennium al uitzonderlijk in de na-oorlogse parlementaire geschiedenis. In de twintig jaar tot 1966 kwam het welgeteld één keer voor.

In het laatste decennium van de vorige eeuw gebeurde het vijf keer, maar in de vijf jaar tussen 2010 en 2014 al bijna twee keer zoveel: acht maal besloot een Kamerlid, dat hij het beter wist dan zijn fractiegenoten of dat hij rechter in de partijleer was dan de afgedwaalde fractie.

De toename van afsplitsingen valt samen met fundamentele veranderingen in de politiek; veranderingen in de relatie tussen partijen en kiezers, in de relatie tussen individuele Kamerleden en kiezers en in de selectie van kandidaten voor politieke functies. Maar eerst en vooral toch de verandering in de (steeds kleinere) rol die ideologie speelt in de nationale politiek.

De toename van afsplitsingen en besluiten van individuele Kamerleden om voor zichzelf te beginnen hangt nauw samen met de opkomst van partijen die politiek bedrijven vanuit één specifiek belang en van partijen die wel even schoon schip zullen maken in dat verderfelijke Den Haag. Ideologie speelt in die partijvorming niet eens een bescheiden rol. Ouderen worden gepakt, dieren ziet de politiek niet staan, Den Haag doet niets aan de tsunami van asielzoekers. Daar gaat het hun om.

De 'oude' partijen ontkomen niet aan die ontwikkeling. Ook daar speelt ideologie een ondergeschikte rol of heeft de oude ideologie steeds minder antwoord op de moderne tijden.

Het al dan niet gedwongen vertrek van de Kamerleden Kuzu en Özturk uit de PvdA-fractie bewijst dat de van oudsher sociaal-democratische partij ideologisch dolende is, of in ieder geval dat die ideologie als bindende factor aan betekenis inboet. Kennelijk biedt die ideologie niet langer een voor elke PvdA'er bevredigend antwoord op het integratievraagstuk.

Alle pogingen tot remedie zijn kunstgrepen. Een verhoogde kiesdrempel heeft grote bezwaren. En ook de suggestie van Ronald Plasterk, eind vorige week, om het onmogelijk te maken dat een individueel Kamerlid een fractie verlaat en in zijn eentje verdergaat in het parlement, heeft grote nadelen. De suggestie is strijdig met de Grondwet, die nog altijd uitgaat van de fictie dat elk Kamerlid individueel gekozen wordt. Maar goed, áls het een oplossing zou zijn, zou je de Grondwet kunnen wijzigen. Er kleven echter veel grotere, veel principiëlere bezwaren aan het idee. De dreiging je zetel te verliezen dwingt tot conformisme. Een beetje kritiek op de politieke lijn van de fractie en hop, je staat buiten. De fractievoorzitter, het fractiebestuur en de partijleiding zouden in de voorstellen van Plasterk een bijna oneindige macht krijgen.

Het zijn en blijven kunstgrepen, die niets doen aan de werkelijke oorzaken van de versplintering van de politiek. Die valt alleen te bestrijden met een herwaardering van politieke ideologie. Maar hoe krijg je die?

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden