AFSCHEID VAN PLEIDOOI

De Vara durfde het niet aan, het Stimuleringsfonds wilde het niet financieren, de Avro twijfelde vreselijk voordat ze een vervolg liet maken. Pas tegen het einde van het tweede seizoen kreeg 'Pleidooi' de erkenning waar zo lang op was gewacht. De serie werd bekroond met de Zilveren Nipkovschijf. Het Nederlandse publiek sloot het groepje dolende dertigers in het hart. De jonge honden van advocatenkantoor Van Gilze-Wesseling, waar iedereen nog op de fiets naar het werk gaat, problemen worden uitgepraat in de kroeg en waar het gezamenlijk nuttigen van de middagboterham het hoogtepunt vormt van de dag. Deze week was de laatste aflevering. Een gesprek met Maria Goos, geestelijke moeder van de serie, over kroketten, oud geld en de schoonheid van de taal.

“De acteurs weten onderhand meer over de personages die ze spelen dan ikzelf. Als Pam zegt: 'Het is voorbij, hè?', denk je: wat bedoelt ze daar eigenlijk mee? De relatie met Cas, het kantoor, of allebei? Actrice Yvonne van den Hurk weet dan precies hoe Pam zoiets moet zeggen. Je kunt er eigenlijk blind op varen dat haar interpretatie beter is dan die van mij. Ik denk dat Pam bedoelde: het is voorbij met het simpele leven, de ongecompliceerde liefde, zoals het was, gewoon gezellig. Wat er ook gaat gebeuren, van nu af aan wordt het alleen nog maar ingewikkelder.”

Vier jaar geleden begon Maria Goos (38) samen met Hugo Heinen en Pieter van der Waterbeemd te schrijven aan de televisieserie. Dat het over een advocatenkantoor zou gaan stond vast. De rest lag nog helemaal open. Toch wisten ze alledrie van het begin af aan dat het 'iets anders' zou worden. Goos: “Als het niet al te onbescheiden klinkt: er was al heel snel een sfeer van jongens, dit wordt iets heel bijzonders.” Het project, dat geproduceerd werd door IDTV, kwam uiteindelijk terecht bij de Avro.

“Maar alleen onder onze voorwaarden”, roept Goos nog steeds fel. “We wilden absoluut werken op film, met een professionele crew, onze eigen acteurs en genoeg geld en tijd om het ook echt zo te doen als we het in ons hoofd hadden.” De strenge eisen van het scenarioteam wierpen hun vruchten af. Het resulteerde in een bijna onhollandse, stijlvolle serie. Maar wat vooral opviel, dat waren de karakters. Dit keer eens geen voorspelbare typetjes, maar mensen van vlees en bloed, wat vooral een verdienste was van Goos, die verantwoordelijk was voor de 'menselijke lijnen' in het verhaal.

“Hugo zegt altijd: ik rook het talent. Voor die tijd had ik een aantal toneelstukken geschreven en geregisseerd. Tonny van Velzen, dramaturge bij de NOS, zei toen: daar moet je eens iets mee doen voor tv. Waarop ik zei: dat kan ik niet. Op die manier ben ik op het opleidingsinstituut Sandbergen terechtgekomen, waar Hugo secenario-les gaf. Later bleek dat 'ie al mijn stukken had gezien.”

“In het begin zouden we 'Pleidooi' gewoon met zijn drieën schrijven. Al snel bleek dat Pieter een voorkeur had voor de rechtszaken, terwijl ik me graag bezighield met alles daar omheen, de persoonlijke lijn. Hugo schreef alles dan zo'n beetje aan elkaar. Hugo en ik zijn echt een meneer en een mevrouw, een soort echtpaar geworden. Terwijl we toch heel verschillend zijn. Daarom vullen we elkaar waarschijnlijk zo goed aan.”

“Mijn mechanisme als schrijver is: ik ga zitten en laat mijn personages aan het woord. Als je al zo'n tijd bezig bent met die karakters, dan weet je onderhand wel: oh, jij bent er zó een. Ik weet natuurlijk wat er in grote lijnen moet gebeuren, maar hoe ze dat dan vervolgens gaan doen? Geen idee. Ik wil me daardoor laten verrassen, anders vind ik er geen bal meer aan.”

“Elk verhaal heeft wel een nuchtere basis, bijvoorbeeld: vandaag moet ik zorgen dat Pam met Cas het bed induikt. Maar, denk je dan, hoe pakken ze dat in godsnaam aan? Gewoon in bed bij hem of bij haar, dat heb ik al zo vaak gezien, maar waar dan wel? In een hotelletje is wel raar. Je moet het jezelf een beetje moeilijk maken, throwing stones at your character noemen de Amerikanen dat. Verzin iets waardoor je zelf denkt: in een hotelletje, maar hoe komen ze daar dan terecht? En zo mijmer ik dan een beetje door. De invulling, de dialoog, dat bepalen ze zelf, dat gebeurt op het moment dat ik het opschrijf. Soms gaan die gesprekken een heel andere kant op dan ik eigenlijk van plan was, maar dat kan dan blijkbaar niet anders.”

“De eigenheid van schrijven heb je of je hebt het niet. Een gevoel voor taal, voor woorden, kun je niet leren. Je kunt het wel ontwikkelen, maar een zekere potentie moet altijd aanwezig zijn. Wat ik wel van Hugo heb geleerd, is een technische benadering. Hoe vertel je op een goede manier een verhaal? En dan nog vind ik dat we daar bij 'Pleidooi' dikwijls niet in zijn geslaagd, of maar ten dele. Het verhaal was vaak nog te warrig, lijnen vulden elkaar niet altijd aan.”

“Het is natuurlijk ook een geweldig ingewikkelde constructie: vijf personages, met allemaal een eigen leven, dat clubgevoel, een secretaresse die ook nog een privéleven blijkt te bezitten en dan nog elke week zo'n ingewikkelde zaak. Soms hadden we wel 23 scènes nodig om dat allemaal uit te leggen. Daardoor kwamen de menselijke lijnen soms wat in de knel. Die laatste aflevering, waarin helemaal geen zaak meer voorkomt, was voor mij een verademing. Eindelijk was er tijd om die mensen rustig met elkaar aan tafel te laten praten.”

“Bij televisiedrama komt het bijna niet voor dat de voortgang van het verhaal even wordt stopgezet om de ruimte te geven aan de dialoog. Die staat altijd in dienst van het verhaal, het moet altijd maar door. In de toneelwereld is dat heel anders. Misschien komt daar mijn behoefte aan dialoog wel vandaan. Bij het toneel gaat het vaak alleen maar om de karakters en de taal.”

De taal komt er, volgens Goos, überhaupt niet best vanaf als het om Nederlands drama gaat. Goos: “Poëtisch taalgebruik zit ons niet in de genen. Nederlanders zijn ook niet trots op hun taal, zoals de Britten of de Fransen. Zelfs de Vlamingen, twee uur rijden bij ons vandaan, als je die hoort praten... wat een poezië, wat een ritme. Ik kan genieten van die Engelse kamerdebatten op tv, alleen vanwege de taal. Die mensen spreken zo sappig, zo witty, zelfs jan-met-de-pet in van die onbenullige kwisjes weet daar de mooiste woordspelingen te maken. Bij ons is taal toch in de eerste plaats communicatie. Een middel om je doel te bereiken, je boodschap over te brengen. Als je hier te veel aandacht schenkt aan de taal ben je al snel een aansteller.”

ELITE Goos heeft het over 'Oud Geld', het volgende project waar ze mee bezig is en dat 'als alles goed gaat' in '96 op de televisie zal komen. Goos: “'Oud Geld' gaat over de elite in Nederland. Die kleine groep mensen waar je nauwelijks iets van hoort, maar die wel degelijk bestaat. Het idee is een soort spin-off van de vader van Victor, de oude Van Gilze. Ik vond het altijd heerlijk om voor die man te schrijven. Op een gegeven moment ga je dan denken: wat voor 'n vrouw zou hij eigenlijk hebben gehad? Het is een uitdaging om te kijken of je ook in die wereld kunt binnendringen. Of je de taal die dat soort mensen bezigt te pakken kunt krijgen. Om, net zoals bij 'Pleidooi', op die manier de personen tot leven te brengen. Het omgekeerde dus van 'Diamant'.”

“Op dit moment ben ik daar nog uiterst onzeker over. Want laten we wel wezen, 'Pleidooi' was natuurlijk een makkie. Het ging over mensen van mijn eigen leeftijd, gespeeld door acteurs die ik allemaal goed ken (Goos studeerde samen met Yvonne van den Hurk, Carine Crutzen, Gijs Scholten van Asschat en haar man Peter Blok aan de toneelschool in Maastricht, red.). Het was iets dat heel dicht bij me lag. Of me dat dit keer weer lukt, daar maak ik me reuze zorgen over.”

Ging 'Pleidooi' ook een beetje over de desillusies van haar eigen generatie? Goos: “Dat kun je wel zeggen, ja. De generatie dertigers die vol idealen volwassen zijn geworden en die inmiddels hun keuzen in het leven hebben gemaakt. Dat heeft natuurlijk veel met mezelf te maken. Die laatste aflevering was wat dat betreft een soort spiegel. Het betekende niet alleen het einde van Van Gilze-Wesseling, maar ook het einde van de bijzondere samenwerking die wij hadden. Niet alleen met de schrijvers, maar met het hele team, de regisseurs, de cameraman, de producent.”

“Die hechtheid van dat clubje advocaten en de hechtheid van het 'Pleidooi'-team, dat ook bestaat uit allemaal verschillende karakters, die elk hun eigen belangen hebben. Die opmerking van Helen - als ze zegt: 'Ik weet zeker dat wij een van de beste kantoren van Nederland zijn, waarom moeten wij er mee ophouden en gaan al die tinnef kantoren gewoon door?' - dat is welbewust met die dubbele lading geschreven. Dat gaat natuurlijk over de Nederlandse tv. Niet dat wij als schrijvers door hadden willen gaan. We hebben er zelf voor gekozen om te stoppen, omdat de serie anders in kwaliteit achteruit was gegaan. Dan hadden we, vooral wat betreft de personages, moeten gaan inboeten aan subtiliteit. Dat had ik bij de laatste afleveringen al: ja nu ken ik ze wel hoor, die mensen. Het was gewoon op. Maar die opmerking sloeg wel op de gemiddelde kwaliteit van de Nederlandse tv.”

“'Pleidooi' wordt een elite-serie genoemd, omdat het verhaal iets ingewikkelder is en de karakters iets genuanceerder liggen. Dat is men blijkbaar niet meer gewend. Het moeten altijd boeven of braverikken zijn en het liefst moet je dat al aan het gezicht kunnen aflezen. Een advocaat die chocoladerepen steelt in de supermarkt, daar zit de gewone kijker niet op te wachten. Dat heeft me wel teleurgesteld. Ik had niet gedacht dat het gros van de tv-kijkers al zo is afgestompt. Dat die grijze cellen daarboven al zo drabbig zijn geworden. Dat vind ik echt een zorgelijke situatie.”

“Ik voel me ook een beetje verantwoordelijk voor die debiliserende invloed van de tv. De tv is er alleen nog maar om je gedachten op nul te zetten en de sores van de dag te wissen. Daardoor blijft die ontwikkeling van de kijker eindeloos op hetzelfde punt hangen. Het wordt nu wel een heel moralistisch praatje, vind je niet? Een beetje wat Pam ook heeft, jazeker, ik herken dat wel.”

Desondanks is haar eigen vak, het métier van scenarioschrijven, er toch wel iets op vooruit gegaan, vindt Goos. “Er is op dit moment wel iets aan het veranderen. Dat zeg ik niet alleen, dat hoor ik ook van Carel Donck en Willem Capteijn, die nu voor de NCRV aan het schrijven zijn. Ook zij krijgen veel vrijheid en een royaal produktiebudget. Dan denk ik: jongens, het lijkt wel alsof er een soort kentering is. Sinds kort sluiten steeds meer scenarioschrijvers zich aan bij de Vereniging voor Letterkundigen. Er is een overkoepelend orgaan gekomen, de Stichting Netwerk voor Scenarioschrijvers. Ze beginnen ons met respect te behandelen. Niet meer zoals vroeger, toen het scenario alleen maar een 'uitgangspunt' was waar iedereen 'creatief' mee aan de slag kon gaan. De eigenheid van een scenario wordt meer onderkend, er gaat niet meer automatisch zo'n saus van de dramaturg of een omroep overheen.”

MIX “Het vervelende is dat je als schrijver alleen iets kunt leren door achteraf te zien wat je fout hebt gedaan. Tegen die tijd krijg je meestal geen kans om nog verder te gaan. Mijn grote voordeel is, dat ik eerst redelijk lang in dat veilige toneelwereldje heb kunnen friemelen. Eigenlijk zou iedere schrijver daar moeten beginnen.”

“Het mooiste is als je je verhaal kunt laten doorlopen, althans die illusie kunt wekken, terwijl je eigenlijk iets heel anders aan het vertellen bent. Dat is de uitdaging, die mix van verhaal en tegelijkertijd toch die menselijkheid. Dat is ook waar het bij 'Pleidooi' steeds om ging.”

Ze geeft een voorbeeld: “De sterfscène van pa Van Gilze. In een heel slechte serie zouden we hem op de grond zien liggen, zou Victor de kamer inrennen en zou de aflevering eindigen met een vette close up van Victor, die met een vertrokken gezicht naar pa staat te kijken, zodat je denkt: zou 'ie nou wel of zou 'ie nou niet? Kijkt u volgende week verder. In een half-slechte serie komt Victor binnen en zien we pa met betraande ogen in zijn papieren rommelen, of iets dergelijks. Bij ons zie je pa terwijl hij met iets heel triviaals bezig is, een beetje aan het rommelen in de tuin. 'Kijk', zegt 'ie tegen Victor, 'seringen, die had je moeder ook in haar bruidsboeket'. Hebben ze het over iets heel anders, terwijl je voelt dat die man op dat moment afscheid aan het nemen is.”

“Bij mij gaat het vaak over het gerommel tussendoor. Waarom zijn er geen kroketten vandaag, dinsdag is toch altijd kroketten-dag, terwijl het eigenlijk over een ernstige moordzaak gaat. Dat zijn de dingen waar mensen in het dagelijks leven mee bezig zijn. Het leven bestaat voor 95 procent uit trivialiteiten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden