Afscheid van een vader, met uitzicht op de brug

Negen jaar was Jolien Nederlof-Renkema, toen de brug die haar vader in het verre Curaçao aan het bouwen was, op de ochtend van 6 november 1967 met donderend geraas instortte. Haar vader Wobbe Renkema was een van de vijftien doden. Bijna dertig jaar later nam Jolien bij de nieuwe brug op het eiland definitief afscheid van hem. “Toen ik eroverheen reed, dacht ik: Nou pa, nou ben ik er.”

Na een emotionele oproep in de Libelle kreeg zij dit jaar tot haar stomme verbazing van een groep Curaçaose vrijmetselaars een reis naar het eiland aangeboden. “Tijdens een rondvaart door de haven heb ik nu de plek gezien waar hij is gevallen. Hij stond op het uiteinde van de halve brug, naast de kraan, hoorde ik van ooggetuigen. Ik zag het als het ware met eigen ogen gebeuren. Alle puzzelstukjes vielen in elkaar. Ik voelde ineens ook de paniek die er op Curaçao moet hebben geheerst.”

“Thuis was er ook behoorlijke paniek. De dag van het ongeluk staat in mijn geheugen gegrift. Ik kwam om half vier uit school. Mijn vader, hoofduitvoerder bij Schelde Montagebedrijf, was in januari naar Curaçao vertrokken voor de bouw van de brug over de Annabaai. Via de radio had mijn moeder gehoord dat de brug die ochtend was afgebroken en in de Annabaai gestort. Misschien zit je vader erbij, vertelde ze. Verder zei ze niets. Ze liep alleen maar zenuwachtig door de keuken en af en toe naar de kamer om naar de radio te luisteren. Ik schrok me naar. 's Avonds werd bevestigd dat hij bij de slachtoffers hoorde. Het was allemaal zo onwezenlijk en Curaçao zo ver weg.”

De negenjarige Jolien weigerde gewoon te geloven dat haar vader dood was. “Ik had hem in januari uitgezwaaid en dacht dat hij wel weer een keer het tuinpaadje op zou komen lopen. Hij zou immers Kerstmis thuis vieren.” Het besef dat hij dood was, kwam pas echt na het overlijden van haar moeder, eind 1994. “Ik heb niks meer, schoot het door me heen. Mijn broer was achttien, toen het gebeurde, en ging vlak daarna in dienst. In één klap bleef ik dus alleen met mijn moeder over. Een heel gelukkig gezin werd uiteengerukt. Mijn moeder wilde nooit over het ongeluk praten. Als kind begreep ik al gauw dat het met haar alleen goed ging, als ik mijn gang ging en geen moeilijke vragen over mijn vader of zijn dood stelde. Dat was nou eenmaal de tijdgeest: je laat aan de buitenkant niet zien wat je van binnen voelt. Dus heb ik al die jaren aan haar verwachtingen voldaan en niet over mijn vader of Curaçao gepraat.”

Daardoor wist ze echter weinig van hem of van de omstandigheden waaronder hij was gestorven. Na haar moeders overlijden ging ze dus met haar broer praten, die haar wel steunde, maar haar wens om haar vader te leren kennen niet begreep. Wat geweest is, is geweest, was zijn houding. Daar schoot Jolien dus ook niets mee op.

Het was begin 1995, de tijd van de hoge waterstanden en Jolien en haar gezin moesten uit hun woonplaats Gorinchem evacueren. Op het werk ging het ook al niet lekker en toen ze met een 'zware griep' naar de dokter ging, kwam ze met medicijnen tegen een depressie terug. “Ik slikte die pillen wel, maar wist tegelijkertijd dat ik zo de rest van mijn leven niet kon doorgaan. Ik wist ook dat het allemaal dieper zat dan het overlijden van mijn moeder en de problemen op mijn werk. Ik had steeds het gevoel dat de dood van mijn vader ermee te maken had. Als het bij papa ligt, moet ik iets gaan doen, vond ik. Maar het heeft nog een jaar geduurd voor ik de stoute schoenen aantrok en zijn oude bedrijf schreef. Door reorganisatie en verhuizing waren alle archieven daar helaas weg en zijn vroegere collega's waren al met pensioen.”

“Dit kreeg ik wel”, zegt ze en haalt uit een van de drie plakboeken die ze na haar Libelle-oproep heeft aangelegd de laatste brief van haar vader. Geschreven op de dag voor zijn dood. In een helder, vierkant handschrift regelt hij het kerstverlof van zichzelf en zijn collega's.

De oproep in Libelle, eind 1996, was Joliens ultieme poging om iets meer over de dood van haar vader te weten te komen. “Het zat me allemaal zo hoog en toen ik las dat je een kerstwens mocht insturen, bedacht ik dat dit mijn laatste kans was om nog iets te weten te komen. Al mijn andere pogingen waren stukgelopen.”

Haar brief eindigde met: 'Ik wil mijn verdriet daar afsluiten, eens en voor altijd.' Libelle vervulde haar wens niet, maar plaatste hem wel samen met tientallen andere verzoeken. “Vrijdagmiddag lag de Libelle in de bus en diezelfde avond stond de telefoon roodgloeiend. Van mensen die iets van het ongeluk afwisten, of van de brug, of die mijn vader hadden gekend. Dat ging het hele weekeinde door. Plus de post die ik kreeg.” Het plakboek met foto's en brieven gaat weer open. Ze haalt er een pagina uit van een Curaçaose krant uit 1967. Opgestuurd door iemand die de krant al die jaren had bewaard en nu vond dat zij er meer aan had. Het is een pagina vol foto's van de brug in aanbouw. Op drie daarvan haar trotse vader. “Toen ik dat zag, moest ik wel even slikken. Verder kreeg ik van iemand die mijn vader gekend had, foto's waar hij op stond. Nooit geweten dat er zoveel Nederlanders op Curaçao hebben gewoond en gewerkt.”

De brug over de Annabaai werd gebouwd, omdat de karakteristieke pontonbrug vanwege het vele scheepvaartverkeer te vaak open moest en zo het verkeer ophield. De montage van de in Nederland geconstrueerde brugsecties begon in 1966. De oostelijke helft was vrijwel klaar, toen in 1967 de ophanging van de brug brak. Zestienhonderd ton staal stortte de diepte in, vijftien bruggenbouwers (onder wie acht Europese Nederlanders) met zich meesleurend. Pas twee jaar later ging men verder met de bouw van de 55 meter hoge en 495 meter lange Julianabrug. Een monument uit 1974 herinnert aan de ramp die zich hier voltrok. Bij dat monument nam Jolien in april van dit jaar afscheid van haar vader.

“Mijn gastheren en -vrouwen hadden een bloemstuk gekocht en zijn met mij naar de brug gereden. Ze hadden ook iemand uitgenodigd die mijn vader had gekend en iemand van Openbare Werken. Naderhand kon ik alle vragen stellen waarmee ik al zo lang had gezeten. En toen van die herdenking foto's in de lokale kranten verschenen, kreeg ik weer zo veel reacties van wildvreemden. Echt ontroerend. Iedereen had zijn eigen verhaal. De een liep net aan de overkant toen het gebeurde, een ander onder de brug door en weer een ander wist te vertellen dat het leek of er een vliegtuig neerstortte. Eén man kwam speciaal naar het hotel met een nooit uitgegeven ansichtkaart uit 1967. Het was een foto van de halve brug, de dag voor het ongeluk genomen. Hij werkte destijds bij de drukkerij en vertelde dat de persen met deze kaart werden stopgezet, toen het nieuws bekend werd. Zo waren er meer wildvreemden die me van alles gaven. Onvoorstelbaar.”

“Het was al met al fantastisch. Dertig jaar lang heb ik van binnen om hulp geschreeuwd en toen ik die schreeuw uitte, kreeg ik direct voor honderd procent hulp uit Curaçao. Ik heb me daar echt een week lang de koningin gevoeld. Er was een heel programma voor me georganiseerd, ik wist niet wat me overkwam. Mijn gastheren hadden geregeld dat ik vanuit de hotelkamer op de brug uitkeek. Daar heb ik natuurlijk wel een paar tranen om gelaten. Maar wat een gigantisch ding, zeg. Je ziet hem altijd, waar je ook bent. Ze zijn op Curaçao echt trots op de brug. Ik ben er nu ook heel trots op dat mijn vader aan die brug heeft bijgedragen.”

“Toen ik terugkwam in Nederland, ben ik direct met de medicijnen gestopt. Ik heb nu afscheid van hem genomen. Als ik nu aan Curaçao denk, heb ik mooie herinneringen in plaats van die nare beelden van vroeger.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden