Afscheid van een straatvechter

Maandag neemt Pieter van Vollenhoven afscheid van de Onderzoeksraad voor veiligheid. Hij wordt geroemd om zijn vasthoudendheid en onafhankelijkheid, maar kreeg ook kritiek. Met zijn rapport over de Schipholbrand ging hij met zijn raad ’langs de rand van de afgrond’.

George Marlet

Ooit vergeleek Pieter van Vollenhoven het onderwerp waarmee hij zich mocht gaan bezighouden met een dorre akker. Veiligheid, wie zat daar nou op te wachten? Maar Van Vollenhoven maakte een doelbewuste afweging: als ik het hier mee moet doen, dan kan ik maar beter zorgen dat die akker tot bloei komt.

En zo geschiedde, met taaie vasthoudendheid. Prof. mr. Pieter van Vollenhoven (71) neemt maandag afscheid van de Onderzoeksraad voor Veiligheid waarmee hij zijn gezag als onafhankelijk en kritisch veiligheidsexpert definitief heeft gevestigd. Dat is op zichzelf al een prestatie en al helemaal voor een lid van het Koninklijk Huis. „Lange tijd gold per definitie dat leden van het Koninklijk Huis vanwege de ministeriële verantwoordelijkheid geen functie mochten uitoefenen die tot een conflict met diezelfde ministers kon leiden”, zegt historicus en monarchiekenner Coos Huijsen. „Het hof en Nederland waren daar niet aan gewend, maar Van Vollenhoven heeft laten zien dat de combinatie wel mogelijk is. Hij heeft het heel goed gedaan. Voor hetzelfde geld had hij gefrustreerd kunnen raken of zich in het uitgaansleven kunnen storten.”

In de jaren dat Van Vollenhoven voorzitter was van voorlopers van de onderzoeksraad kreeg hij regelmatig de vraag of het wel zo verstandig was om die functie te combineren met het lidmaatschap van het Koninklijk Huis, als echtgenoot van prinses Margriet. Bij de installatie van de Onderzoeksraad, op 7 februari 2005, ging Van Vollenhoven daar fijntjes op in. „De ministers wilden mij maar al te graag tegen mijzelf beschermen en met name tegen de consequenties die aan al mijn brieven verbonden zouden kunnen zijn. ’Schatte ik’, vroegen zij zich bezorgd af, ’die consequenties zelf wel in voldoende mate in?”

Van Vollenhoven is zes jaar voorzitter geweest van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, die ernstige incidenten, ongelukken en rampen onderzoekt en aanbevelingen doet om herhaling te voorkomen. De raad kwam in de plaats van verschillende onderzoeksinstanties die op deelterreinen actief waren, zoals spoorwegen en wegtransport. Hoogleraar veiligheidskunde Ben Ale: „De verwachting was dat de Onderzoeksraad niet meer zou zijn dan de samensmelting van eerdere raden. Maar dat is door de inzet van Van Vollenhoven anders uitgepakt. Hij is krachtig en met succesvoor de raad gaan staan.”

Zonder ’25 jaar drammen’ van Van Vollenhoven zou de Onderzoeksraad er niet zijn gekomen, is het unanieme oordeel in veiligheidsland. Departementen zoals Binnenlandse Zaken, Defensie en Verkeer en Waterstaat waren gewend om calamiteiten te laten onderzoeken door hun eigen inspecties. Van Vollenhoven stelde schamper vast dat ’de slager zijn eigen vlees keurt’.

De departementen bleven zich lang verzetten tegen de onafhankelijke onderzoeksraad, die in de meeste gevallen voorrang heeft boven het Openbaar Ministerie en getuigen onder ede kan horen. Ale: „Van Vollenhoven heeft de raad voor de poorten van de hel weggesleept”.

De Onderzoeksraad onder leiding van Pieter van Vollenhoven heeft Nederland veiliger gemaakt, stelt Ale. Aanbevelingen van de raad hebben geleid tot brandveiliger gevangenissen, veiliger treinen en vliegtuigen maar ook tot verbeteringen in operatiekamers en de jeugdzorg.

De meningen zijn verdeeld over de vraag of Van Vollenhovens lidmaatschap van het Koninklijk Huis een voordeel of juist een nadeel is geweest bij zijn werk voor de Onderzoeksraad. Ale: „Wat hielp, is dat hij ’de zwager van’ was. Die positie maakte het hem wel gemakkelijk om vastberaden te blijven. Voor de goede zaak heeft Van Vollenhoven gebruik gemaakt van alle middelen die hem ten dienste stonden.”

Volgens Dorine Hermans, auteur van de biografie ’Burger aan het hof’, ligt het anders. De invloed die Van Vollenhoven aan zijn koninklijke status zou kunnen ontlenen, deed hijzelf weer voor een groot deel teniet door zijn eigenzinnige optreden. „Hij heeft heel veel last gehad van het verwijt dat hij zijn functie aan zijn koninklijke connecties te danken heeft. Dat is echt ten onrechte. Van Vollenhoven heeft er zelf keihard voor gewerkt om deze positie te bereiken. En door zijn karakter heeft hij de invloed van zijn koninklijke positie geneutraliseerd. Hij is een enorme straatvechter en heeft daarmee in de loop van de jaren bij nogal wat ministers irritatie gewekt. Een terriër, die tot op het pathologische af volhoudt wat hij doet.”

Weerstand maakt Van Vollenhoven alleen maar hardnekkiger. Het onderzoek naar de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost laat dat duidelijk zien. Bij de brand op 26 oktober 2005 kwamen elf gedetineerden om het leven. Tot schrik van de verantwoordelijke minister van justitie, Donner, kwam de Onderzoeksraad tot de conclusie dat de brand zich zo had kunnen verspreiden door slecht toezicht op de brandveiligheid en onvoldoende training van de bewakers. Een poging van Donner om de conclusies af te zwakken, werkte averechts. In zijn eindrapport concludeerde de raad – in september 2006 – dat „minder of geen slachtoffers te betreuren waren geweest als de brandveiligheid de aandacht van de betrokken instanties zou hebben gekregen”. De ministers Donner en Dekker (Vrom) besloten op de dag van de presentatie op te stappen.

Van Vollenhoven kreeg kritiek op zijn optreden. Hij zou met deze conclusie verder zijn gegaan dan de wettelijk vastgelegde taak van de Onderzoeksraad toestaat en op de stoel van de rechter zijn gaan zitten. De kwestie van de ministeriële verantwoordelijkheid laaide weer op. Van Vollenhoven zou dit eerste grote onderzoek hebben gebruikt om de Onderzoeksraad op de kaart te zetten.

Volgens hoogleraar veiligheidskunde Ale is de raad met de Schipholbrand ’langs de rand van de afgrond’ gegaan. Er was niet veel meer voor nodig geweest om Van Vollenhoven in diskrediet te brengen en de Onderzoeksraad aan banden te leggen. „Maar de Onderzoeksraad heeft in het eindrapport geen namen genoemd. De conclusie was dat de overheid zich aan haar eigen wetten had moeten houden. Dat is toch een tamelijk logische mededeling.”

Hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga omschrijft het rapport over de Schipholbrand als ’op eieren lopen’, omdat Van Vollenhoven scherpe kritiek uitte ’op de regering terwijl hijzelf een lid van die regering (koningin Beatrix, red.) heel goed kent’. „Van Vollenhoven heeft voldoende prudentie en constitutioneel inzicht om hier goed mee om te gaan. Hij is een voorbeeld dat je als lid van het Koninklijk Huis zo’n functie toch onafhankelijk kunt vervullen, maar in een volgend geval is iets meer afstand tot de regering wel aan te bevelen.”

Het afscheid van de Onderzoeksraad zal Van Vollenhoven zwaar vallen, weet biografe Dorine Hermans. „Hij heeft hier lang keihard voor gewerkt en er zijn ziel en zaligheid in gelegd. Dit afscheid is voor hem een oefening in doodgaan. Van Vollenhoven moet zich ergens in kunnen vastbijten. Gewoon het mes in jezelf zetten, noemt hij dat, niet opgeven omdat het moeilijk is. Hij vindt wel weer wat om zichzelf mee te kwellen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden