Afscheid van een Euphorbia

We hebben onze Euphorbia trigona weg moeten doen. In drieëntwintig jaar was hij uitgegroeid van een veertig centimeter hoog plantje van de bloemenmarkt tot een reus van ruim twee meter. Zijn honderden driekantige takken stonden als de torens van een kasteel fier rechtop, maar de plant had zo'n omvang gekregen dat ik er gemakkelijk achter schuil kon gaan.

De groei was er uit, want de top kreeg geen licht meer. Wat armzalige pogingen tot groeien resulteerden alleen in dunne platte scheuten. Zo was er voor ons ook de aardigheid af en werd de donkergroene stekelige boom meer een obstakel dan een sieraad. Ik wilde hem een nieuw tehuis verschaffen. Euphorbia's van deze omvang kosten in de handel al snel een paar honderd gulden, dus ik verwachtte er wel wat belangstelling voor. Maar de handel had geen interesse in door particulieren grootgebrachte euphorbia's: “Die planten zijn toch alleen maar uit hun krachten gegroeid. Of ze zijn krom en slordig vertakt.”

De hortus bleek deze soort al zo vaak aangeboden te krijgen dat men alleen bij herhaald aandringen 'wel eens zou komen kijken'. Ik wachtte een paar weken tevergeefs. Met een verdrietig hart heb ik de plant toen maar gesloopt om de onderdelen in de biobak kwijt te raken. Het kostte me een uur om hem met behulp van mes en zaag klein te krijgen. En in zijn pot staat nu een nieuwe euphorbia, van een andere soort. Daarvan mag ik verwachten dat die minder groot wordt.

Euphorbia trigona is maar een van de vele soorten boomvormige euphorbia's, die vooral uit Afrika komen. In de savannen vormen zij samen met de parapluvormige acacia's karakteristieke, wijd uitwaaierende kandelaarbomen. Euphorbia trigona heeft driekantige takken, waaraan de soort de wetenschappelijke naam ontleent. De dikke bruine stam heeft meestal ook drie groene lijsten. Kenmerkend voor deze soort is de bleekgroene tekening op de donkergroene takken, die in het groeiseizoen lichter groene bladeren dragen. In de rusttijd vallen die langwerpig ovale bladeren af.

De meeste uiteenlopende vormen komen voor in het geslacht Euphorbia. De kleurige kerstster met zijn grote rode, roze of witte topbladeren behoort er bijvoorbeeld toe. Die komt uit de vochtige bergwouden van Midden-Amerika en Mexico. De uiterst stekelige Christusdoorn daarentegen komt uit droge streken van Madagascar. En er bestaan tal van korte ronde soorten, die alleen door kenners van cactussen te onderscheiden zijn.

Giftig sap

Er zijn meer dan tweeduizend euphorbiasoorten. Lang niet allemaal zijn ze afkomstig uit tropische of subtropische streken. In Nederland komen twaalf soorten in het wild voor, sommige zelfs als tuinonkruid. In ons land heten ze wolfsmelk, naar het giftige sap dat uit hun bladeren en stengels vloeit als je ze afbreekt. Dat sap hebben alle euphorbiasoorten, ook de kamerplanten.

De meeste wolfsmelksoorten bloeien in deze tijd van het jaar en zijn dan op hun mooist. Dat laatste wil niet zeggen dat ze dan bijzonder opvallen tussen de vele bloeiende planten van de voorzomer. Het zijn allemaal kruidachtige planten, die in de herfst afsterven. De grootste is de kruisbladige wolfsmelk. Er groeide niet veel in de keiharde kleigrond van het tuintje uit mijn jeugd: alleen een armetierige rode meidoorn op hoge stam, een forsythia als klimheester tegen de muur en ontzettend veel planten van een meter hoog met een rechte stengel en kruisgewijs tegenover elkaar staande, heel donker blauwgroene bladeren. In de zomer kregen ze dikke doosvruchten, die we koffieboontjes noemden. De planten zaaiden zich zelf uit, dus je had er geen omkijken naar. Sommige buren beschouwden het als een lastig onkruid, vergelijkbaar met de reuzenbalsemien, die we toen nog niet kenden.

Artsenijplant

De kruisbladige wolfsmelk is ooit uit Zuid-Europa ingevoerd als artsenijplant. Hij groeit verwilderd op allerlei plaatsen in West-Europa, maar is inmiddels in Zuid-Europa niet meer als wilde plant bekend. Andere wolfsmelksoorten die nogal eens in tuinen groeien, zijn het kroontjeskruid en de tuinwolfsmelk. Vooral de laatste zaait zich kwistig uit en komt zelfs na herhaald wieden massaal op in moestuinen en driftig onderhouden voortuintjes. Kroontjeskruid is nog wel aardig om te zien met zijn steeds weer vertakte scherm met ovale, fijn getande blaadjes, maar aan de tuinwolfsmelk is oppervlakkig weinig te genieten.

Dat is iets anders bij de helaas steeds zeldzamer wordende moeraswolfsmelk. Vroeger zag ik deze plant vaak in het Vechtplassengebied, tegenwoordig steeds minder. De moeraswolfsmelk wordt bijna zo hoog als de kruisbladige wolfsmelk en bloeit nu met grote gele schermen boven lichtgroen blad. De gele kleur komt niet van de bloemen, maar van de schutblaadjes eromheen. Dat is kenmerkend voor Euphorbia's: denk maar aan de karmijnrode schutblaadjes om de bloemen van de Christusdoorn.

De bloemen van de euphorbia's zijn tot het uiterste vereenvoudigd. Ze bestaan uit een bekertje met meestal geel gekleurde honingklieren op de rand en meeldraden en een stamper binnenin. Gekleurde schutbladen om een paar van die bloempjes hebben de functie van de kroonbladen overgenomen. Met hun kleur lokken ze insekten naar de rijke nectarbron. Het zijn vooral vliegen die daarop afkomen, maar ik heb ook nogal eens kevers gezien, die zich eraan tegoed deden.

Een van de mooiste euphorbia's vind ik de zeewolfsmelk, die tot voor kort in de zeeduintjes bij de IJmuidense zuidpier groeide. In de winter zijn de korte scheuten donkerrood gekleurd en lijken ze op vetplantjes. In de zomer groeien de stengels uit en dragen dan schermen van bloemen met brede gele schutbladen. Maar het fraaist is deze plant als ze in de herfst nog bloeit. Want dan krijgen de bladeren al die donkerrode winterkleur, wat schitterend combineert met de gele bloeiwijze.

Enige groeiplaats

De zeewolfsmelk is zeldzaam. Dat geldt ook voor stijve, brede, zand- en kleine wolfsmelk. Maar de zeldzaamste van alle is de amandelwolfsmelk, die alleen voorkomt op een enkel bevoorrecht plekje in Zuid-Limburg, een hellingbos met gele dovenetel, bosandoorn en bosbingelkruid. De amandelwolfsmelk is eigenlijk een gebergteplant uit Midden-Europa, die in ons land alleen in dat bos niet ver van Maastricht de milde omstandigheden vindt waaronder ze kan groeien. In het voorjaar draagt de stoere rood gekleurde stengel een rozet van donkergroene langwerpige bladeren, die in de loop van april en mei uitgroeit tot een bloeistengel met bloemen op schoteltjes van steeds twee vergroeide schutbladen. In die groengele schoteltjes vallen de gouden honingklieren in de vorm van een halvemaan extra op.

NATUUR DEZE WEEK

Waterlelie en gele plomp verlevendigen plassen en stille bochten van de kleinere rivieren met hun bloemen. Ook de veenwortel is een waterplant met drijvend blad, maar dit nichtje van het perzikkruid groeit in sloten en ander ondiep water. Veenwortel bloeit met roze bloemaartjes, die boven water uit steken. - De gele waterkers is een kruisbloemige, die vooral te vinden is in rietkragen van plassen en vaarten. De witte waterkers daarentegen groeit bij voorkeur in bijna dichtgegroeide slootjes, samen met watereppe en zompvergeet- mij-nietje. Beide kruisbloemigen zijn geen echte waterplanten, maar houden van natte voeten. - In de rietlanden en in voedselarme veenweiden is de kale jonker in bloei gekomen, een distel met een zeer stekelige, maar bijna onbebladerde stengel met helemaal bovenin een paar dicht opeengedrongen paarse bloemhoofdjes. War de kale jonker groeit, zijn vaak ook andere bijzondere drasplanten te vinden. Zoals de grote ratelaar, die op een gele leeuwebek lijkt, maar parasiteert op grassen. Rietorchis en welriekende nachtorchis zijn wilde orchideeën van schraal rietland, die nu in volle bloei komen. De donkerpaarse rietorchis is in het veenweidegebied in West- Nederland niet zeldzaam. Rond Amsterdam groeit hij zelfs veel in de bermen van de grote uitvalswegen. Andere moerasplanten die net in bloei zijn gekomen, zijn moerasrolklaver, gewone wederik en moeraswederik. Ze bloeien allemaal met gele bloemen. - De gewone rolklaver is niet op moerasgrond te vinden, maar in zandige bermen, op de heide en in de duinen. Deze vlinderbloemige bloeit al sinds half mei met gele, iets rood aangelopen bloemen. - In de bossen geuren de bleekgele bazuinbloemen van de wilde kamperfoelie, die in de avondschemering vooral de langtongige pijlstaartvlinders aanlokken. Overdag komen voornamelijk hommels op bezoek. - Op dezelfde plekken als de engelwortel is de kattestaart te vinden. De roodpaarse toortsvormige bloeiwijzen trekken vooral koolwitjes.

EN VERDER

Vandaag wordt van 9 tot 16 uur bij de Sterrenwacht in Leiden de jaarlijkse milieu-bijenmarkt gehouden, waar de imkers in de vroege morgen hun volken verhandelen en de hele verdere dag aan het publiek laten zien hoe zij met hun bijen omgaan. Er is een informatiemarkt van natuur- en milieuverenigingen, er zijn verkoopkraampjes van plaatselijke kunstenaars en er treden artiesten op. De toegang tot de nabijgelegen Hortus Botanicus is gratis. - Natuurwandelingen voor het publiek van het IVN: vanavond vanaf 22.30 uur bij kinderboerderij Zegersloot in Alphen aan den Rijn kijken en met een batdetector luisteren naar het verborgen leven van nachtvlinders en vleermuizen;

morgen anderhalf uur op Remmerstein in Veenendaal, om 10 uur parkeerplaats ziekenhuis De Gelderse Vallei (Julianaziekenhuis); fietstocht door de Eempolders aan de hand van een routebeschrijving, start van 14 tot 14.30 uur van NS- station Baarn of VVV Soest bij NS-station Soestdijk, gidsen geven onderweg uitleg; dinsdag vanaf 19 uur moerasflora bekijken met het IVN Veenendaal in het blauwgrasland De Blauwe Hel met maximaal 16 personen, daarom opgeven bij Ejo Smit, 08385-15757; woensdag van alles over keukenkruiden (hoe teel je die en wat doe je ermee?) in de IVN-natuurtuin Albert Hahnweg hoek Enkweg in Lochem. - Morgen is het van 11 tot 16 uur open dag in de tuin van

frater Jeroen achter het fratershuis van de Leo Stichting aan de Alexandrinalaan in Borculo. Frater Willibrord en IVN-gidsen leiden rond. Kom niet vroeger dan 11 uur, anders stoort u de fraters in hun zondagviering. Er zijn ook wilde planten te koop voor de tuin. - Op zaterdag 25 juni kunnen jongeren tussen 15 en 30 jaar helpen bij natuur- en landschapsbeheer in Dwingeloo. Inlichtingen geeft Mem Wedman, Paterswoldseweg 590, 9728 BE Groningen, 050-254811. Op dezelfde dag organiseert de Werkgroep van Kampbegeleiders van het IVN een werkdag bij Fort Kijkuit (NH). Daar weet Pieter Jagtman, Klokkemeet 32, 1566 RJ Assendelft, 02987-3189, alles van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden