Afscheid van de rozenkrans

Met het Tweede Vaticaans Concilie, dit jaar vijftig jaar geleden, wilde paus Johannes XXIII de kerk weer bij de tijd brengen. Maar in Nederland ontketende hij onbedoeld een beeldenstorm.

'Een religieuze Efteling, alleen mocht je er niet uit. Dat was de kerk voor ons." Jos Palm was een katholiek jongetje van zes, toen in Rome op 12 oktober 1962 2500 bisschoppen bij elkaar kwamen voor het Tweede Vaticaans Concilie. Palm groeide op in Zeddam, in de Achterhoek. In het leven van zijn ouders bepaalde de rooms-katholieke kerk alles: met wie ze wel en niet mochten trouwen, hoeveel kinderen ze kregen. De kerk gaf houvast, richting, warmte en geluk, maar verbood de moeder van Palm ook haar liefde voor de hervormde Henk. En dus trouwde ze met de katholieke Piet. Uit een hartverscheurend briefje blijkt dat ze over het verlies van Henk bleef treuren. Toch stortte ze zich met hart en ziel op het gezin dat ze met Piet Palm begon.

In zijn boek 'Moederkerk, De ondergang van rooms Nederland' beschrijft historicus Jos Palm hoe zijn ouders midden jaren zestig die vertrouwde kerk kwijtraakten. De Nederlandse bisschoppen kwamen uit Rome terug van het Tweede Vaticaans Concilie en begonnen met nieuwe bezems alles uit het katholieke leven weg te vegen dat in hun ogen ballast was geworden. In een scène die bijna pijn doet, beschrijft Palm hoe de oude knielbanken uit de kerk werden gesloopt, en de heiligenbeelden weg moesten.

De beeldenstorm joeg de ouders van Jos Palm recht in de armen van de conservatieve pater Kotte. In de Willibrordkerk in Utrecht hield hij ouderwets roomse missen, in het Latijn, met gregoriaans gezang en met heiligenbeelden. Ook de Nederlandse politicus Joseph Luns zat onder het gehoor van pater Kotte.

Zelf verruilde Jos Palm in zijn studententijd Maria voor Mao, net als enkele van zijn broers en zussen. Persoonlijk is hij niet treurig over de ondergang van rooms Nederland na het Tweede Vaticaans Concilie. Hij komt nu alleen nog in de kerk voor uitvaarten, van ouders van vrienden bijvoorbeeld.

Toch is Palm geraakt door de reacties op zijn boek 'Moederkerk'. Hij trekt met lezingen het land door, langs groepen katholieken van 50, 60 jaar en ouder. "Ik had gedacht dat het verhaal van Zeddam en mijn ouders vrij uitzonderlijk was, gezien hun speciale band met de kerk. Mijn vader had werk door de kerk en mijn moeder groeide op als meisje in een huishouden met vooral volwassenen, waarbij alleen de kapelaan die bij haar thuis kwam aandacht voor haar had. Maar het blijkt dat overal katholieken net als mijn ouders het gemis gevoeld hebben. En overal is zo'n beeldenstorm geweest."

Katholiek Nederland is gewond geraakt, eind jaren zestig. En de littekens zijn er nog. Palm: "Je zou bijna een meldpunt vernietiging roomse cultuur in Nederland kunnen instellen. Zo groot is het onbehagen."

Hoe kon het gebeuren dat de Nederlandse katholiek van braaf en volgzaam zo boos en ontevreden werd? Historica Marjet Derks (Radboud Universiteit Nijmegen) maakt studie van alle 2200 brieven die Nederlandse katholieken in de jaren zestig stuurden naar het Pastoraal Instituut van de Nederlandse Kerkprovincie (PINK). Die brieven waren verstuurd op verzoek van de Nederlandse bisschoppen, die wilden weten wat 'de mensen vonden'. Het PINK stond onder leiding van priester-socioloog Walter Goddijn, die voor de Nederlandse bisschoppen de mening van de Nederlandse gelovigen verzamelde met behulp van sociale wetenschappers. Zijn medewerkers lazen in de brieven ergernis over pastoors die zich met het kindertal bemoeiden, maar ook liefde voor het gregoriaans.

Derks: "De kerkleiding heeft onderschat hoe ambivalent gelovigen waren. Dat de geboortepolitiek van de kerk aan vernieuwing toe was, dat vonden de meeste gelovigen ook. Maar dat betekende nog niet dat ze ook van het gregoriaans af wilden, of van hun rozenkrans. Die ambivalentie hebben veel kerkelijke leiders niet gezien. En mede daardoor is de teleurstelling gekomen."

Derks vergelijkt de inhoud van de brieven van de gelovigen met de manier waarop het PINK de agenda voor het Pastoraal Concilie van de Nederlandse Kerkprovincie (1966-1970) in Noordwijkerhout vaststelde. Daar wilden de Nederlandse bisschoppen de kerk moderniseren - leken moesten bijvoorbeeld meer bevoegdheden krijgen in de kerk. Met die vergelijking tussen binnenkomende brieven en het advies dat vervolgens uitging, heeft Derks een belangrijke sleutel in handen gekregen om de grote onrust in katholiek Nederland na Vaticanum II te verklaren. Derks: "Je ziet een voorsortering. Zo lees je in een brief bijvoorbeeld kritiek op de geboortepolitiek van de rooms-katholieke kerk, en daarnaast de roep dat de Latijnse mis nooit afgeschaft mag worden. De eerste opmerking kwam in het advies aan de bisschoppen, de tweede vaak niet."

Nederlandse katholieken, concludeert Derks, stonden veel genuanceerder tegenover hun kerk dan Goddijn de bisschoppen deed geloven. "De ambivalentie was veel groter dan men later dacht. Juist doordat werd weggelaten dat gelovigen het een wel waardeerden en het andere niet, en ook de media die nuanceringen niet aanbrachten, leek het alsof de grote meerderheid van de gelovigen 'wetenschappelijk bewezen' achter allerlei vernieuwingen stond."

Jos Palm herkent die tweeslachtige houding wel. Zijn ouders hadden dat ook. Hij herkent ook de sturende manier waarop de ploeg van Goddijn omging met de brieven van gelovigen. Palm: "Die voorhoede was misschien wel progressief in haar opvattingen, maar ze bleef er tegelijkertijd van overtuigd dat zij wel uitmaakte wat de gelovigen moesten vinden. Hiërarchie met een vriendelijk gezicht. Die mentaliteit van over de mensen heenlopen bleef bestaan. Ook in Noordwijkerhout bij het landelijk Pastoraal Concilie. Daar wilde de voorhoede een nieuw soort heftige gelovigen creëren, even fanatiek als de oude gelovigen."

Na 1968 drong het anti-autoritaire gedachtengoed van de studentenrevoluties ook de Nederlandse huiskamers binnen. Historica Marjet Derks: "Dat ging zo ver dat gewone gelovigen zich afvroegen waar ze nog voor wilden knielen."

Jos Palm: "Je kunt de leegloop van de kerk niet los zien van wat er in de rest van Nederland gebeurde. Geluk, dat was in de jaren twintig en dertig nog iets collectiefs. Geluk was voor mijn moeder altijd verbonden met 'wij'. Maar vanaf de jaren zestig mocht je zelf uitmaken hoe je gelukkig werd."

De kerk zou toch wel leeggelopen zijn, ook als alles bij het oude was gebleven, denkt Jos Palm. "Je ziet alleen wel dat het elders langzamer ging, als kleine gaatjes in een fietsband. Bij ons was het meer een klapband, béng, in een keer. Misschien is dat wel het calvinistische karakter van de Nederlandse katholieken. Consequent zijn, daarin onderscheidt katholiek Nederland zich. Dat hoort denk ik bij onze cultuur. Je ziet het terug in de strakheid van de priesterfabrieken, de seminaries. En je ziet het in de beeldenstorm van eind jaren zestig. Die heeft elders niet zo fanatiek plaatsgevonden."

Met het Tweede Vaticaans Concilie wilde paus Johannes XXIII de kerk weer bij de tijd brengen. Jos Palm: "De vraag is natuurlijk, bij welke tijd. Ik zou zeggen dat hij eerder de jaren vijftig voor ogen had dan zijn eigen tijd. In die zin is het Concilie mislukt."

Zelf heeft Palm het geloof van zijn ouders niet helemaal afgezworen. "Als ik na het hardlopen hier langs de Vredeskerk kom, ga ik even naar binnen. Kruis slaan, knielen, even bidden. Het katholieke geloof is een handelingsgeloof. Je doet bepaalde dingen, om te bezweren, of jezelf te kalmeren. Misschien is het een hang naar geborgenheid."

Jos Palm, Moederkerk, De ondergang van rooms Nederland.

Contact, 19,95 euro

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden