Afscheid Nout Wellink 'Geld is gestold vertrouwen'

Hij voelde zich 'een roepende in de woestijn'. Zijn waarschuwingen werden vaak in de wind geslagen. Maar toen het fout ging, met ABN Amro of DSB, kreeg Nout Wellink de kritiek dat hij te weinig had gedaan. Vandaag komt er een eind aan zijn presidentschap van De Nederlandsche Bank.

Zijn laatste onbezonnen daad, noemde hij het zelf al eens. Als 21-jarige student in Leiden duikt Nout Wellink in de gracht voor een uit de hand gelopen weddenschap met zijn studievrienden. Een spaak uit het wiel van de fiets die net onder water lag doorboort zijn knie, en de latere bankpresident belandt in het ziekenhuis met een gevaarlijke beeninfectie. Het had hem zijn leven kunnen kosten, maar Wellink komt er vanaf met een stijve knie, die hem overigens tot de dag vandaag problemen met lopen oplevert. "Daar heb ik veel van geleerd", aldus Wellink een aantal jaar geleden.

Op veel onbezonnen daden is Wellink na die tijd inderdaad niet te betrappen. Dat past in zijn ogen bij het ambt van president van de centrale bank: rustig, consequent en voorspelbaar zijn. Saai zelfs, misschien. In economisch goede tijden waarschuwen voor al te veel optimisme, in mindere tijden juist zorgen dat het vertrouwen van mensen niet wegvalt. "Geld is gestold vertrouwen", is een uitspraak die regelmatig uit de mond van Wellink wordt opgetekend. En de waarde van dat geld beschermen, is het hoogste doel van de centrale bankier. Pas aan het einde van zijn 29-jarige carrière bij De Nederlandsche Bank (DNB) wordt die rust verstoord, als de kredietcrisis Wellink dwingt zijn post als relatieve buitenstaander om te wisselen voor een veel actiever rol.

Niet dat Wellink zich vóór die tijd niet durfde uit te spreken, of te waarschuwen als de zaken zijns inziens een gevaarlijke kant opgingen. Jarenlang waarschuwde hij voor de gevaren van de hypotheekrenteaftrek, die huiseigenaren uitlokte steeds meer schuld aan te gaan waardoor de nationale hypotheekschuld inmiddels groter is dan het jaarlijkse bruto binnenlands product. Of voor een te uitbundige loonontwikkeling in tijden waarin de conjunctuur verslechtert, die zo de neergang in de economie verder dreigt te verdiepen. Maar het had soms ook iets plichtmatigs, waardoor politici vrij makkelijk de (politiek vaak impopulaire) waarschuwingen in de wind sloegen. Een centrale bankier die niet waarschuwt voor risico's, dat zou pas opzienbarend zijn geweest. Tijdens de verhoren van de commissie-De Wit, die begin 2010 de oorzaken van de kredietcrisis onderzocht, zei Wellink dat hij zich regelmatig 'een roepende in de woestijn' voelde als zijn voorstellen weer eens op niets uitliepen.

Het gevoel dat hij niet gehoord werd, moet voor Wellink extra sterk aanwezig zijn geweest ten tijde van de overname van ABN Amro, zo blijkt uit dezelfde gesprekken voor de commissie-De Wit. Al vroeg in het overnameproces trad Wellink nadrukkelijk op de voorgrond. De eisen van de kleine aandeelhouder hedgefonds TCI om de bank op te breken en in stukken te verkopen noemde hij 'een brug te ver'. Maar de tijdgeest was er begin 2007 niet naar, om het op die manier tegen te houden. 'Nout Fazio', klonk het snerend in de internationale pers, naar de Italiaanse bankpresident Antonio Fazio die een aantal jaren daarvoor de overname van Antonveneta door datzelfde ABN Amro probeerde te blokkeren - en een paar weken geleden tot vier jaar cel werd veroordeeld voor zijn rol in dat proces.

Wellink maakte zich in die periode sterk voor een fusie tussen 's lands grootste financiële instellingen tot een nationale kampioen: ABN Amro en ING. Ook hier toonden politici zich weinig toeschietelijk. De kersverse minister van financiën Wouter Bos hield het voorzichtige verzoek tot politieke steun af, en onthield de bankpresident toegang tot premier Balkenende. Nederland diende zich als braafste jongetje van de klas te gedragen, en daar paste het buigen van regeltjes niet in. Toen puntje bij paaltje kwam en DNB daadwerkelijk moest beslissen over toestemming voor de overname van ABN Amro, zag Wellink zonder politieke rugdekking niet de ruimte om 'nee' te zeggen. Bos zelf marginaliseerde zijn rol door de verantwoordelijkheid volledig bij DNB te leggen. "Als ik ook maar het kleinste gaatje had gezien, had ik nee gezegd", aldus Wellink.

De casus ABN Amro markeert de omslag van de rol die Wellink jarenlang zo graag vervulde. Voorheen was een stevig gesprek met een bankdirecteur aan het Frederiksplein nog wel voldoende om ongewenste zaken in de financiële sector te keren. "Vroeger kon je nog wel eens met banken in overleg gaan. Zij volgden je adviezen toen nog op. Nu zit je voor je het weet in een juridische strijd over je bevoegdheid", aldus Wellink. En die bevoegdheden moesten juist komen vanuit diezelfde politiek waarmee de relatie in de jaren daarvoor steeds stroever leek te worden. Doordat DNB niet wettelijk beschermd wordt tegen aansprakelijkheidsclaims - hedgefonds TCI dreigde al eens met een claim van 10 miljard euro - is de manoeuvreerruimte van Wellinks instituut tot een minimum beperkt.

Met het uitbreken van de kredietcrisis staat Wellink plotseling volop in de schijnwerpers. Eerst nog als crisismanager: als Fortis Bank Nederland en ABN Amro in oktober 2008 genationaliseerd worden, staat hij naast premier Balkenende en vice-premier Bos tijdens de persconferentie. Maar met het verlopen van de crisis, waarvan de gevolgen zich steeds meer laten voelen in de samenleving, ook steeds meer als betrokkene: waar was de toezichthouder toen deze situatie ontstond? Was het niet te voorkomen geweest? Wellink moet meer dan ooit tevoren zijn woorden op een goudschaaltje wegen, maar is tegelijkertijd nog nooit zo actief bezig om de positie van zijn instituut voor het publiek uit te leggen.

Des te harder komt de kritiek aan dat DNB zich te 'juridisch' heeft opgesteld in de zaak ABN Amro, of Icesave, of de omgevallen DSB. De commissies die zich over deze zaken buigen, kunnen rekenen op een afwijzend commentaar op de conclusies. Het is niet alleen dat DNB, in de persoon van Wellink, de fouten niet kán toegeven uit angst voor schadeclaims - hier is sprake van moreel onrecht, is de gedachte. Wie eerst niet luistert naar de waarschuwingen, en vervolgens niet de mogelijkheden biedt om op te treden, dient zich te onthouden van het beschuldigende vingertje en neerbuigende commentaren achteraf.

Het leidt uiteindelijk tot een onvermijdelijke clash met politiek Den Haag. Kamerleden willen spijt horen, cultuurverandering, en dwingen de minister van financiën tot ingrijpen. Waar Wellink tot 2008 nog wel zei dat hij graag een derde termijn als bankpresident zou beginnen, sluit Jan Kees de Jager dit publiekelijk uit door het maximum aantal termijnen te beperken tot twee. De verzekering van DNB dat er wel geleerd is van de kredietcrisis wil Den Haag eerst terugzien in een 'plan van aanpak voor cultuurverandering'. En de gedroomde opvolger van Wellink - de in 2009 van Robeco overgekomen Lex Hoogduin - wordt aan de kant geschoven voor een vertrouweling van de minister, de relatief jonge topambtenaar Klaas Knot.

Daarmee is niet alleen het instituut DNB geschaad, maar dreigt ook de reputatie van Wellink in Nederland te verworden tot die van degene die uiteindelijk het omvallen van DSB niet wist te voorkomen, Icesave de voet niet dwars kon zetten, ondanks al zijn pogingen de overname van ABN Amro niet kon tegenhouden. En dat terwijl Wellink in het buitenland Nederland als financieel centrum een enorm aanzien heeft gegeven: als voorzitter van de Bank van Internationale Betalingen - het overlegorgaan van centrale bankiers wereldwijd, of als voorzitter van het Basels comité van toezichthouders, waar de internationale regelgeving voor de financiële sector wordt ontworpen, als bestuurslid van tal van andere internationale financiële gremia.

"Bij tegenvallers in het leven heb ik de neiging , net als een hond uit het water, het van me af te schudden", zegt Wellink in een interview uit 2008. "Dat is geen verdienste, dat zit in je karakter."

Nout Wellink
De rooms-katholieke Arnout Henricus Elisabeth Maria Wellink werd op 27 augustus 1943 geboren in Bredevoort. Als Leids student economie (1961-1968) was hij lid van het corps LSC en de rk-studentenvereniging Sanctus Augustinus. Hij promoveerde in 1975 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op een proefschrift over de inkomens- elasticiteit van het Nederlandse belastingstelsel. Vanaf 1970 werkte hij bij het ministerie van financiën, waar hij opklom tot thesaurier-generaal, de eeuwenoude functie van algemeen schatkistbewaarder. In 1982 begon hij als directielid bij De Nederlandsche Bank, waar hij in 1997 toenmalig president Wim Duisenberg opvolgde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden