Afscheid in het avondrood

Het laatste werk van een kunstenaar. Is het de artistieke optelsom van jaren ervaring of slechts een zwakke afspiegeling van eerdere hoogtijdagen? Trouw licht deze zomer wat finale kunstwerken uit. Vandaag: 'Vier letzte Lieder' van Richard Strauss.

'Wat een grafschrift om voor jezelf te schrijven', merkte een orkestlid in 1950 op. De musicus van het Philharmonia Orchestra had net meegespeeld in de allereerste uitvoering van de 'Vier letzte Lieder' van Richard Strauss. De laatste noten van 'Im Abendrot' waren als het ware nog aan het uitklinken toen de musicus - geheel onder de indruk - zijn opmerking plaatste. Het is één van de vele anekdotes rondom Strauss' opus ultimum, wellicht ontsproten aan een al te levendige fantasie, maar se non è vero, è ben trovato!

Een grafschrift voor zichzelf. De aanwijzingen in die richting zijn te talrijk om toevallig te zijn. Strauss concipieerde de liederen voor een hoge, dramatische sopraan; het was gedurende zijn leven zijn meest geliefde stemtype en zijn aanbeden vrouw Pauline de Ahna was zo'n sopraan geweest. Een belangrijke partij is in de liederen bovendien weggelegd voor de hoorn, het instrument dat zijn vader bespeeld had. En dan is er natuurlijk nog de keuze van de gedichten.

O weiter, stiller Friede!

So tief im Abendrot.

Wie sind wir wandermüde -

Ist dies etwa der Tod?

O weidse, stille vrede!

Zo diep in 't avondrood.

Hoe moe zijn wij van 't gaan -

Is dit misschien de dood?

Het gedicht 'Im Abendrot' van Joseph von Eichendorff, waarvan hierboven de laatste strofe is afgedrukt, is een verdere aanwijzing dat Strauss wellicht aan de gezegende leeftijd van zichzelf (81) en die van zijn vrouw (83) dacht toen hij het gedicht begin april 1946 in zijn schetsboek kopieerde - 'Hoe moe zijn wij van 't gaan'.

Het was het eerste lied van de vier die hij met korte tussenpozen in 1948 componeerde, maar het wordt vanwege die laatste regel tegenwoordig bijna altijd als laatste gezongen. Al helemaal omdat Strauss op dat punt in de muziek een herinnering, een duidelijk citaat laat doorklinken van zijn symfonisch gedicht 'Tod und Verklärung' (1889), dat hij zo'n zestig jaar eerder componeerde.

De drie andere liederen zijn gezet op gedichten van Hermann Hesse, en ook daarin klinken weemoed, herfst en dood door. Het zijn in volgorde van compositie 'Frühling', 'Beim Schlafengehen' en 'September'. Strauss las de Hesse-gedichten in de zomer van 1947, nadat hij de dichter een jaar eerder in Baden-Baden ontmoette. Hesse herinnerde zich die ontmoeting later.

"Strauss was er ook. Ik probeerde hem zo omzichtig mogelijk te ontlopen. Dat Strauss joodse familie heeft, is natuurlijk geen aanbeveling én geen excuus. Het is juist vanwege die familieleden dat Strauss - al geruime tijd gesettled en welvarend - privileges en ereblijken van de nazi's had moeten weigeren. We hebben het recht niet om hem zwaar te veroordelen. Maar ik geloof dat we wel het recht hebben om ons van hem te distantiëren."

Strauss was natuurlijk nogal dubbel geweest in de oorlog. Het kleefde hem nog lang aan; nog steeds eigenlijk wel. Naïef is misschien een beter woord, een begrip dat ook vaak gebruikt wordt als het gaat om het oorlogsverleden van Willem Mengelberg, chef-dirigent van het Concertgebouworkest.

Strauss 'vluchtte' na de oorlog voordat het denazificatie-tribunaal begon - waar hij zeker in categorie 'Klasse I - Schuldig' terechtgekomen zou zijn - naar Zwitserland. Hij verbleef er met zijn vrouw van oktober 1945 tot mei 1949, en noemde het een paradijs op aarde. En het is daar dus dat hij zijn 'Vier letzte Lieder' schreef, in een vrijwillig doch opportunistisch gekozen ballingschap.

"Voor ons, twee zielige Duitsers die alleen voor kunst hebben geleefd en die gevlucht zijn voor chaos, misère, slavernij en een tekort aan kolen, is dit een hemel; door de verwoesting van ons geliefde vaderland waren we genoodzaakt om onze lieve kinderen en kleinkinderen te verlaten, en de mooie zaken die we tientallen jaren bezaten, zo ver mogelijk weg van de ruïnes van onze platgebrande theaters en andere zetels van de Muzen - we kunnen de rest van ons leven doorbrengen in rust en vrede".

Het was in die sfeer van onthechting dat de gedichten die Strauss als 'Vier letzte Lieder' op muziek zou zetten zo'n snaar bij hem raakten. In zijn laatste jaren componeerde Strauss een aantal voor hem atypische stukken. Ze verschenen allemaal na zijn laatste opera 'Capriccio', die hij zag als de waarlijke sluitsteen van zijn creativiteit.

"Mijn levenswerk is voltooid met 'Capriccio'. Om het even welke noten ik nu nog neerkrabbel, da's niets meer dan een oefening voor de pols (...)Het enige doel dat ze dienen is dat ik de uren met een minimum aan verveling door kan brengen."

Opmerkelijk is dat deze 'polsoefeningen' bijna allemaal stukken voor blaasinstrumenten zijn. Een Hoornconcert, een Hoboconcert, een Dubbelconcert voor klarinet en fagot, twee Sonatines voor zestien blazers. Bijna allemaal blazers dus, op het schrijnende 'Metamorphosen' na, dat prachtige requiem voor de Duitse operatheaters voor 23 solostrijkers. En de enige andere uitzondering zijn de 'Vier letzte Lieder'.

Een grafschrift? Waarschijnlijk niet, eerder een in het reine komen met de naderende dood. Strauss had specifieke wensen aangaande de muziek die hij op zijn begrafenis uitgevoerd wilde hebben. Niet één van die vier laatste liederen, maar het befaamde terzet uit de laatste akte van zijn opera 'Der Rosenkavalier'. Muziek voor drie hoge sopranen, die als het ware door elkaar heen ieder hun eigen lied zingen. Dat trio wordt beschouwd als het toppunt van wat Strauss' muziek - speciaal die voor sopraan - zo specifiek maakt. En het is precies die kwaliteit die ook in zijn 'Vier letzte Lieder' zo overduidelijk aanwezig is.

De liederen zijn sinds de eerste uitvoering een groot succes bij kenners en liefhebbers. Er zijn weinig stukken in de klassieke canon waarover zo heftig gesteggeld wordt over wat nu de allermooiste uitvoering is als juist deze liedcyclus. Elisabeth Schwarzkopf, Jessye Norman, Lisa della Casa, Gundula Janowitz, Kiri te Kanawa, Anne Schwanewilms, Charlotte Margiono?

De wereldpremière van de 'Vier letzte Lieder' vond plaats in de Londense Royal Albert Hall op 22 mei, 1950. Voor sommigen was een navrant detail dat deze eerste uitvoering gezongen werd door Kirsten Flagstad en gedirigeerd door Wilhelm Furtwängler. Net als Strauss waren Furtwängler en Flagstad na de Tweede Wereldoorlog in problemen gekomen vanwege hun houding ten opzichte van het nazi-regime.

Van die wereldpremière is een prachtig geluidsdocument bewaard gebleven waarop zangeres, dirigent én componist zegevieren. Is het dan toch zo dat wat Strauss over zichzelf en zijn vrouw beweerde, dat hij alleen voor de kunst geleefd had? Pauline de Ahna stierf amper een week vóór deze eerste uitvoering, haar man was toen al acht maanden dood, en zou zijn laatste liederen nooit horen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden