Afrikaner met het zwarte hart

,,Een Afrikaner die voor het hele volk een bron van inspiratie is.'' Met deze woorden prees Nelson Mandela Christiaan Beyers Naudé bij diens 80ste verjaardag. 'Oom Bey' had eerst met de Bijbel in de hand de gescheiden ontwikkeling van blank en zwart verdedigd, maar was later misschien wel de belangrijkste criticus van het Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind geworden. Dat slaagde er niet in de predikant monddood te maken.

Oktober 1994 was het dan zover. Hetzelfde kerkgenootschap, de blanke Nederduitse Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika, dat hem 31 jaar eerder de status van predikant had ontnomen, verzoende zich met 'Oom Bey'.

,,Het was'', schreef de Afrikaner krant Beeld, ,,'n dag van koue rillings.'' En masse stond de synode op en zong de gewezen 'volksverrader' toe: ,,Laat Heer U seen op hem daal''. Nu het te laat was werd de profeet tegen apartheid in eigen huis geëerd. Toch leek de cirkel rond.

Christiaan Frederick Beyers Naudé, die gisteren na een lang ziekbed overleed, werd op 19 mei 1915 geboren te Rodepoort (Transvaal). Zijn vader was een streng gereformeerde predikant en voorvechter van het Afrikaner nationalisme. Vader Naudé was een van de oprichters van de Broederbond, een geheim genootschap van invloedrijke Afrikaners en de belangrijkste pressiegroep achter het systeem van apartheid.

Beyers Naudé werd er al op zijn 21ste lid van. En met overtuiging. Hij was grootgebracht in het vaste besef dat blanken superieur waren aan kleurlingen en zwarten. Zijn dominante vader drong hem al vroeg in de richting van de kansel. Tot verdriet van Beyers Naudé (de toevoeging Beyers koos vader bij de doop van zijn jongste, als herinnering aan de generaal onder wie hijzelf in de Boerenoorlog als veldprediker had gediend). De jongen wilde liever advocaat worden. Later bekende hij: ,,Ik voelde in het begin van m'n studie geen greintje roeping.''

Hij studeerde theologie aan de prestigieuze universiteit van Stellenbosch, denktank voor het blanke apartheidsregime. Hij raakte verliefd op Ilse Weder, studente van Duitse afkomst, dochter van de predikant van het Morvische kerkje in Genadendal. Daar zag hij voor het eerst blanken en zwarten samen dezelfde kerkdienst bijwonen. Christaan en Ilse trouwden en kregen vier kinderen.

Na zijn opleiding steeg de ster van Beyers Naudé snel: 1949 studentenpredikant in Pretoria-Oost, een jaar later beroepen te Potchefstroom en in 1959 predikant te Aasvöelkop, een rijke wijk van Johannesburg. De intelligente, welbespraakte, charismatische dominee werd gekozen tot voorzitter van de belangrijke synode van Zuid-Transvaal. Er leek een briljante politieke loopbaan voor hem in het verschiet te liggen. Niet voor niets heette de NG kerk 'de (regerende) Nationale Partij in gebed'.

Langzaam, maar gestaag sloop echter de twijfel binnen. Op oriëntatiereizen naar Europa en de Verenigde Staten kwam Beyers Naudé in contact met zelfverzekerde, goedgeschoolde niet-blanken die zijn superioriteitsgevoel ondermijnden. En in eigen land brachten bezoeken aan zwarte collega-predikanten in de townships hem de ellendige woonomstandigheden onder ogen waaronder de zwarte bevolking leefde.

Dit en het grondig bestuderen van de Bijbel leidden bij hem geleidelijk tot de conclusie dat apartheid in strijd is met het Evangelie. Het was een bewustwordingsproces waarbij de ene twijfel de andere versterkte, totdat er van zijn theologisch gefundeerd racisme niets overbleef. Iemand uit zijn omgeving drukte dit zo uit: ,,Die probleem met 'n man soos Beyers is dat sy idees aanhoudend kleintjes kry.''

Toch duurde het nog geruime tijd voordat hij zijn twijfels openlijk uitsprak. Beyers Naudé besefte maar al te goed waar zo'n stap toe zou leiden: buiten de Afrikaner 'kraal' gestoten worden, met alle sociale gevolgen van dien.

Toen kwam 'Sharpeville'. Op 19 maart 1960, tijdens een vreedzame betoging van zwarten, opende de politie het vuur: 69 doden en honderden gewonden waren het droeve resultaat. Geschokt riep de Wereldraad van Kerken de Zuid-Afrikaanse lidkerken op tot overleg. Dat vond plaats in Johannesburg (Cottesloe). Beyers Naudé was lid van de NG delegatie.

In een geruchtmakende verklaring, ook onderschreven door de blanke NG'ers, stelde de vergadering in Cottesloe dat apartheid onverenigbaar was met het christelijk geloof. Een woedende premier Hendrik Verwoerd beval de kerken het besluit van hun afgevaardigden te herroepen. Dat deden ze. Ook de NG kerk, maar minus Beyers Naudé. In 1962 begon hij een anti-apartheidsblad, Pro Veritate (Voor de Waarheid).

Het jaar daarna stapte Beyers Naudé uit de Broederbond. Hij deed dat op een voor dit geheime genootschap ongehoorde manier: door de brief aan voorzitter Piet Meyer waarin hij zijn vertrek meldde, openbaar te maken. Daarin veroordeelde hij de invloed van de bond op de kerk en op de apartheid. Piet Cilli, hoofdredacteur van Die Burger, schreef sarcastisch: ,,Bey lijdt aan een Christus-syndroom.''

De Broederbond zag zijn houding als hoogverraad. De reacties waren navenant: de ruiten van zijn huis werden ingegooid, onbekenden staken z'n auto in brand en hij kreeg een lawine van dreigbrieven en telefoontjes: ,,Jij het die Afrikanerdom verraai.'' Zelf zei hij: ,,Ik verloor de meeste van mijn blanke kennissen, maar kreeg er Bantoe-vrienden voor in de plaats. Geen slechte ruil.''

Toen hij daarna de leiding kreeg van het oecumenisch, multiraciaal Christelijk Instituut in Braamfontein, hartje Johannesburg, kwam het ook tot een conflict met de NG kerk, die toch al geïrriteerd was door zijn breuk met de Bond.

De leiding eiste dat hij zou breken met het instituut, op straffe van ontheffing uit het ambt. Beyers Naudé hield de eer aan zichzelf. In zijn afscheidspreek, zondag 3 november 1963, smeekte hij de deftige gemeenteleden van Aasvoëlkop: ,,Ontwaak voor het te laat is. Er is nog tijd, maar die tijd is kort, baje kort.'' Na deze woorden hing hij voor iedereen zichtbaar zijn toga aan de preekstoel en ging naar huis ,,als na een begrafenis''. Tegen zijn vrouw zei hij: ,,Liefste, het wordt een lange tocht door de woestijn.''

Beyers Naudé bleef tot 1978 jaar lid van de NG kerk. Toen de synode met overgrote meerderheid stemde tegen eenwording met de zwarte en kleurlingen NG kerken trad hij uit.

Zijn ontheffing uit het predikantsambt maakte hem in blanke Zuid-Afrikaanse ogen helemaal tot een paria. Dit ging zo ver dat zijn eigen familie hem tijdens de begrafenis van zijn moeder met geweld belette bij haar graf te staan. In de jaren na 1963 werd hij een boegbeeld in de strijd tegen apartheid. Zijn naam werd in één adem genoemd met coryfeeën als Allan Boesak, Desmond Tutu en Steve Biko, alle drie goede vrienden van hem. Alleen waren zij zwart en Beyers Naudé was blank.

Onder zijn leiding probeerde het Christelijk Instituut morele druk uit te oefenen op de blanke oligarchie. Maar door de groeiende polarisatie tussen blank en zwart, begin jaren zeventig, begon Beyers Naudé te beseffen dat een beroep op het morele geweten van de blanke overheid geen nut had. Het zou nooit leiden tot ingrijpende verbeteringen in de positie van zwarten en kleurlingen. De enig juiste tactiek was steun aan zwarte actiegroepen. Aldus gebeurde. Vanaf toen streefde Beyers Naudé naar een zwart meerderheidsbewind.

Deze keuze nam het regime hem niet in dank af. De politie schaduwde hem, zijn telefoon werd afgetapt, post doorgelezen. En in 1972 staken 'onbekenden' in Kaapstad de plaatselijke vestiging van het instituut in brand. Het jaar daarop kwam het tot een frontale botsing met de regering. Die beschuldigde directeur en instituut ervan geweld en revolutie te propageren, en stelde een onderzoekscommissie in. Toen Beyers Naudé en zijn medewerkers weigerden voor de commissie te getuigen volgde veroordeling. In 1976 velde de Hoge Raad het slotvonnis: celstraf of vijftig rand boete. Beyers koos voor het eerste, maar tot z'n grote ergernis, kocht zijn wijkpredikant hem na twee dagen vrij.

Een jaar later sloegen de Zuid-Afrikaanse autoriteiten alsnog toe. Het Christelijk Instituut werd verboden en Beyers Naudé 'geband'. Eerst voor vijf jaar, daarna nog eens voor twee. De 'banning' was bedoeld om hem sociaal en politiek te isoleren. Ze hield beperkte bewegingsvrijheid in, plus het verbod om met meer dan één persoon tegelijk te spreken. Het lukte bijna om hem te breken. Later zou Beyers Naudé onthullen dat hij, in een depressie beland, op het punt had gestaan naar Nederland te vluchten. Zijn vrouw blokkeerde dat: ,,Wát jij ook doet, ik blijf hier.''

Uiteindelijk maakte hij van de nood een deugd door een soort pastorale counseling op te zetten waarbij hij telkens één persoon in behandeling nam. Al gauw vulde het zijn dagen.

Op 19 september 1980 meldde een politierapporteur dat de poging tot isolement was mislukt: ,,Dit is 'n bekende feit dat hy oor die persoonlikheid beskik om selfs als individu 'n betekenisvolle rol in meningsvorming te speel''.

De banning hield overigens niet in dat Beyers Naudé geen kerkdiensten mocht bijwonen of mocht preken. In 1980 werd hij lid van de NGKA, zwarte 'dochter' van de NG kerk. Daar zat hij dan, als enige blanke, op zondagmiddag in de sporthal die als kerkgebouw dienst deed. Hij bad en zong in het Sotho (hij had de taal speciaal geleerd), en hij danste mee met zijn zwarte geloofsgenoten.

De NGKA kerk stelde hem in 1986 aan als predikant in de township Alexandra. De ellende die hij daar tegenkwam ontwikkelde bij hem zo'n schuldgevoel dat hij jaren niet in staat was welk verzoek dan ook van zwarten te weigeren.

Een maand nadat de 'banning' in 1984 was opgeheven werd Beyers Naudé benoemd tot secretaris-generaal van de Zuid-Afrikaanse Raad van Kerken, een functie die Tutu vóór hem had bekleed. Hij benutte de positie door ANC-activisten te helpen en te pleiten voor de vrijlating van Nelson Mandela. Ook steunde hij oproepen tot sancties tegen Zuid-Afrika.

Het was aan mensen als Beyers Naudé te danken dat zwarte leiders in Zuid-Afrika niet het geloof in alle blanken verloren. Hij werkte onafgebroken voor een betere relatie tussen de bevolkingsgroepen. Volgens sommigen had daarom Beyers Naudé en niet zijn vriend aartsbisschop Tutu de Nobelprijs voor de Vrede dienen te krijgen. Maar, zei een prominente ANC'er: ,,Bey had de verkeerde huidskleur.''

In 1990 was hij lid van een ANC-delegatie die de eerste onderhandelingen voerde met het kabinet-De Klerk over machtsoverdracht. Vier jaar later werd zijn wens vervuld en kwamen Nelson Mandela en het ANC aan de macht. In het nieuwe Zuid-Afrika zette Beyers Naudé zich, behalve voor verzoening, ook in voor het overbruggen van de enorme kloof tussen arm en rijk en voor de strijd tegen corruptie. Hij spaarde het nieuwe bewind niet.

De laatste vijf jaren van zijn leven bracht hij, getekend een door slopende ziekte, in een verzorgingshuis door. Beyers was toen in het buitenland al wat op de achtergrond geraakt - zelfs in ons land, waar Beyers Naudé decennialang als icoon van de anti-apartheid had gefungeerd. Dat bracht hem een eredoctoraat van de VU, de zilveren erepenning van de Nederlandse Hervormde Kerk en het grootofficierschap in de orde van Oranje-Nassau.

Het mooiste eerherstel kreeg hij in eigen land. Stellenbosch, nog steeds het bolwerk van blank, gereformeerd en Afrikaanstalig Zuid-Afrika, verleende hem op zijn 85ste een eredoctoraat. Naar eigen zeggen sprongen Beyers Naudé bij die gelegenheid de tranen in de ogen. Het belette hem te zien hoe tijdens de staande ovatie sommige hoogleraren demonstratief bleven zitten. Maar ook al had hij het wel waargenomen, het zou hem niet hebben geraakt. Dat paste niet bij de man die ooit zijn vrouw vroeg: ,,Als je iets van verbittering bij me merkt, zeg het me dan.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden