Afrikanen tussen integratie en verzuiling

AMSTERDAM - Kun je als Afrikaan het beste kiezen voor 'integratie' of voor 'verzuiling' als je in Nederland vooruit wilt komen? Jude Kehla, lid van de stadsdeelraad Bijlmer, vindt dit weer zo'n typisch Nederlandse vraag.

“Wat is dat, integratie? Wat is het dan om Nederlander te zijn? Ik hoor steeds: een huis, Nederlands spreken, geld verdienen. Dan is dus ook de Ghanese drugsdealer uit de Bijlmer perfect geïntegreerd.”

Het begrip verzuiling, als tussenstap tot integratie doet het op dit moment goed onder (gemeente)besturen. Velen weten zich geen raad meer met de onveranderd slechte posities van veel allochtonen. Zij geven, niet zelden opgejaagd door de slechte opkomst van migranten bij de stembus, aarzelend weer meer subsidies aan organisaties van migranten, onder het motto 'ach, ook in Nederland hebben we ooit een periode van verzuiling nodig gehad.' Zelfs de eerder zo strenge scheiding tussen kerk en staatlijkt soepeler te worden: religieuze organisaties als moskeeverenigingen worden, als ze bijdragen aan het welzijn van migranten en de integratie, in veel steden niet langer per definitie van subsidie uitgesloten.

Het lijkt een nieuwe trend: de afgelopen jaren werd juist een (subsidie)kaalslag gehouden onder de 'verzuilde zelforganisaties' van migranten. De redenering daarachter was onder meer (naast de bezuinigingen op welzijn) dat migrantenorganisaties de integratie in de Nederlandse samenleving zouden blokkeren.

Kehla vindt de discussies over verzuiling of integratie vooral theoretisch gezeur over het simpele feit dat het met veel migranten ondanks allerlei integratiepogingen niet goed gaat. “Nu integratie op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld niet lukt, wordt dus weer het begrip verzuiling uit de kast gehaald. Maar verzuiling houdt in dat er een interne cohesie bestaat in de eigen zuil, en dat, zoals vroeger in Nederland, de elites van de verschillende zuilen met elkaar afspraken maken. De Afrikaanse groepen in Nederland zijn nog jong, en je kunt nauwelijks van gemeenschappen spreken. Bovendien is de samenleving veel transparenter geworden, onvergelijkbaar met de oer-Hollandse samenleving van toen.”

Kehla sprak gisteren in Felix Meritis in Amsterdam tijdens de druk bezochte studiedag 'Afrika in Nederland' waarmee het Afrika Studiecentrum zijn vijftigjarig bestaan vierde. In zijn kritiek dat Afrikanen in Nederland weinig zelf te kiezen hebben tussen integratie of verzuiling maar gewoon de mogelijkheden moeten pakken die geboden worden, werd Kehla gesteund door de godsdienstwetenschapster Gerrie ter Haar. “Afrikanen die hier komen zijn of vluchtelingen of arbeidsmigranten. De vraag is of de Nederlandse samenleving bereid is deze mensen écht te laten integreren. Ik denk van niet, het is voor de Nederlandse overheid vertrouwder om in plaats van integratie voor het model van de verzuiling te kiezen. In de Bijlmer hebben ze bijvoorbeeld gemerkt dat de meeste migranten heel gelovig zijn. Maar de gelovigen krijgen niet aparte ruimtes voor hun kleine kerkgenootschapjes zoals ze zouden willen, ze moeten allemaal in dat ene kerkverzamelgebouw. Dus wel verzuiling, maar de Nederlandse overheid bepaalt wel de vorm.” Hetzelfde geldt voor Den Haag waar zo'n vijftien migrantenorganisaties door de gemeente via het subsidiekanaal gedwongen worden één (te klein) gebouw in de Schilderswijk te delen, met alle onderlinge ruzies van dien.

Volgens Ter Haar organiseren mensen, die in groten getale een land binnenkomen, zich altijd eerst in eigen organisaties. Door de strakke subsidieregels schrijft de Nederlandse overheid wél voor hoe ze zich moeten organiseren. Die strakke sturing leidt ongewild tot wildgroei. Kehla: “Het enige wat de Bijlmer op bepaalde plekken produceert zijn welzijnsstichtingen. Als de subsidiecriteria bekend zijn, komt er meteen een nieuwe stichting bij, zo werkt dat.”

Ook Afrikaanse politici die in Nederlandse gemeenteraden zitten, worstelen met het vraagstuk van enerzijds integratie in een Nederlandse partij en anderzijds de verzuiling - het contact met de 'eigen' achterban die immers voor de voorkeursstemmen heeft gezorgd. Zo heeft de geboren Kaapverdiaan Antonio Silva die voor het CDA in de Rotterdamse deelraad Delfshaven zit, na kritiek van zijn achterban besloten dat hij zijn net begonnen bliksemcarrière in de fractie alweer moet afremmen. Silva: “Ik hoorde steeds meer 'sinds de verkiezingen zien we je nooit meer.' De kloof dreigt te groot te worden.” Silva ondersteunt ook bijna dagelijks vanuit Rotterdam een politieke partij op de Kaapverdiaanse eilanden. In zijn deelraad zit een tweede Kaapverdiaan, die met een andere partij in Kaapverdië is verbonden. De lokale verkiezingsstrijd tussen de twee in Rotterdam ging over de twee partijen in Kaapverdië, erkent Silva.

Ook voor de Ghanese Amma Asante, Pvda-fractielid in Amsterdam, blijft de achterban 'als legitimatie' in de Bijlmer belangrijk. “Eerst dacht ik van niet, tot ik zag dat alle kandidaten tijdens de campagne vooral met hun eigen achterban bezig waren. Toen ben ik op zondag als een gek alle Ghanese kerkgenootschappen afgerend. Dat heeft me op het laatste moment de 1 320 voorkeursstemmen opgeleverd. Daar zitten vast ook een paar solidaire autochtonen bij.”

Asante heeft geen binding met een politieke partij in Ghana. “De Afrikanen zijn hier niet gekomen voor de belangen in het land van herkomst, maar voor zichzelf. Het is hard werken hier. Om zich dan ook nog druk te maken over de politieke situatie in Ghana, dat is toch echt een luxeprobleem. Zo ver zijn de meesten nog lang niet. We ondersteunen de achtergebleven familie niet politiek, maar met geld en goederen. Er gaan containers vol naar Ghana.”

Uit de zaal, die met veel Nederlandse vrijwilligers uit asielzoekerscentra en van anti-discriminatiecomités gevuld was, kwam meteen het bekende geheven vingertje: wat zijn de Ghanezen hier toch onsolidair met de achtergeblevenen in Afrikaanse landen die zonder politieke steun van buiten maar blijven zuchten onder ondemocratische regimes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden