Afrikaanse studenten in China zijn 'ambassadeurs'

Ontwikkelingslanden | Reportage | Jonge Afrikanen kiezen steeds vaker voor een studie in China - met beurs - boven een uitwisseling met de VS of Europa. 'China wakkert je ondernemingsdrift aan.'

"Ik zou het niemand van wie ik houd aanraden", zegt de Keniaanse Amina Chaltu stellig. Ze zit op een bankje in de lommerrijke campus van de Beihang Universiteit in Peking. Langs het bankje lopen kleuters, op weg van school naar huis. Stuk voor stuk blijven ze even staan om Amina's bruine huid en rode hoofddoek wat beter te bekijken. Hun ouders moeten ze wegtrekken. Amina glimlacht flauw. "Ik ben het gewend." Nu ze erover nadenkt wil ze haar uitspraak van net nuanceren: "Ik heb hier ook heel veel geleerd. Maar zwaar was het wel, misschien te zwaar."

Volgende maand hoopt de 24-jarige Amina terug naar huis te vliegen, na vijf jaar in China te hebben gewoond. Met een beurs van de Chinese overheid heeft ze hier een bachelor-opleiding in vliegtuigbouwkunde behaald - in het Chinees. Terwijl studenten uit Europa en de Verenigde Staten meestal komen als tijdelijke uitwisselingsstudenten, is China voor steeds meer studenten uit ontwikkelingslanden een plek om een volledige studie te doen. Na de Verenigde Staten en Engeland ontvangt China de meeste buitenlandse studenten. Volgens cijfers van het Chinese ministerie van onderwijs stijgt het aantal studenten uit Afrika - zo'n 50,000 in 2015 - het snelst. De laatste tien jaar werden het er ieder jaar 30 procent meer. Geneeskunde, technische opleidingen en bedrijfskunde zijn favoriete studies.

"Ik kon ook naar de Verenigde Staten", zegt Amina, die op haar middelbare school een van de best presterende leerlingen was. "Maar mijn ouders zeiden dat ik hierheen moest. China deed het economisch zo goed - daar viel iets te leren voor Kenia." Dus accepteerde ze de gewilde Chinese overheidsbeurs, waarvan de regering er elk jaar een paar duizend voor Afrikaanse studenten reserveert. Het land hoopt met de beurzen 'culturele ambassadeurs' te kweken, die zich eenmaal weer thuis, zullen blijven inzetten voor de steeds hechtere verhoudingen tussen China en Afrika.

Dat lijkt te lukken. Zo denkt de Malinese Assa Touré een betere baan te vinden dan haar zussen die in Frankrijk studeerden. Haar vrijwel vloeiende beheersing van de Chinese taal geeft haar een voordeel op de arbeidsmarkt, zegt Assa, die bijna afgestudeerd is als mechanisch ingenieur: 'Als je een diploma van een gerenommeerde Chinese universiteit hebt, is werk vinden geen probleem. Je kunt zo terecht bij een Chinees bedrijf dat in Afrika zit of bij een lokaal bedrijf dat zaken wil doen met China." Ook Amina hoopt bij een Chinees bedrijf in Kenia aan het werk te gaan.

Beide studenten kijken echter ook met diep gemengde gevoelens terug op hun studentenjaren in de Chinese hoofdstad. Integreren en wennen aan de Chinese studiemethodes - veel stampen - was moeilijk en de universiteit bood weinig begeleiding. De buitenlandse studenten mochten als enige geen stage doen in hun derde jaar, en anders dan de Chinezen mochten ze hun eigen afstudeeronderwerp niet zelf kiezen om onderwerpen die aan 'staatsgeheimen' zouden raken te vermijden. Onyishi Chinedu, manager van het China-team van Africa 2.0, een Zuid-Afrikaans netwerk dat de belangen van Afrikaanse jongeren in het buitenland behartigt, ziet ook hoe veel Afrikaanse studenten zich door hun studie heenploeteren. Maar ze hoort ook veel positieve verhalen, vooral van studenten die net als zij een economische opleiding deden. "China wakkert je ondernemingsdrift aan. Veel studenten raken hier geïnteresseerd om thuis in Afrika een bedrijfje te starten." Zelf is de Nigeriaanse bezig de cashewnoten die haar vader verhandelt naar Chinese winkels te brengen. "Nu is de handel tussen China en Afrika erg asymmetrisch. Onze schappen liggen vol met Chinese producten, maar andersom is er niks. Ik houd niet van zulk eenrichtingsverkeer."

De overtuiging dat Afrikaanse studenten met ervaring in China een belangrijke rol kunnen spelen in de culturele communicatie tussen China en hun thuislanden wordt breed gedeeld. In China vechten ze tegen de wijdverbreide stereotiepen over Afrika als achtergesteld continent waar iedereen honger heeft. Thuis in Afrika brengen ze nuance in een discussie waarin China afwisselend wordt geportretteerd als onbetrouwbaar - in veel Afrikaanse landen is 'China' synoniem met 'nep - en als verlosser.

"In mijn dorp was het eerst het Westen dat werd geïdealiseerd. Nu wordt de samenwerking met China gehypet", vat Amina samen. "Maar ondertussen vergeten we na te denken over wat we zelf nodig hebben en daarover te onderhandelen. Daar heeft mijn verblijf in China me over doen nadenken."

China-Afrika-relaties

De Chinese focus op het aanhalen van de economische relaties met het continent zonder daarbij eisen te stellen aan lokaal bestuur of mensenrechtenbeleid geeft Afrikaanse regimes een alternatief voor westerse partners. Sinds 2009 is het land Afrika's grootste handelspartner (hoewel de handel in Afrika maar 5 procent van China's totale handelsvolume bedraagt).

Daarnaast ziet de Chinese overheid het continent ook als een plek om 'China's verhaal te vertellen', en zo de publieke opinie gunstig te stemmen. Het wijst daarbij graag op de speciale 'broederband' die beide plekken hebben dankzij hun gezamenlijke geschiedenis als slachtoffers van westers imperialisme.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden