Afrikaanse onafhankelijke kerken reageren op paternalisme van westers christendom

David Livingstone, de beroemde Schotse zendeling uit de vorige eeuw, vatte ooit zijn bedoelingen voor het continent Afrika samen in drie c's: christendom, civilisatie en commercie. Alsof het continent Afrika een 'tabula rasa' was, een spirituele woestijn zonder inheemse cultuur en religie.

Die houding was gebaseerd op een misplaatst gevoel van westerse superioriteit en op etnocentrisme, en daar hebben westerlingen nog steeds last van, aldus Teresia Hinga (38). Bijna twee weken lang was Hinga, docent bijbelse studien en vergelijkende godsdienstwetenschappen in Nairobi, te gast bij de Katholieke theologische universiteit in Utrecht die dit jaar haar 25-jarig bestaan viert. Wat haar in die periode opviel is het cynisme waarmee hier over religie wordt gesproken. "In Nederland is godsdienst een last. Bij ons daarentegen" , zegt ze, "is het een bron van inspiratie."

De wetenschappelijke belangstelling van Hinga gaat vooral uit naar de Afrikaanse vormen van christendom en naar het Afrikaanse antwoord op het christendom. Hinga heeft het idee - "een gevoel, niet gebaseerd op harde feiten" - dat Afrika meer dan welk continent ook 'overrompeld' is door missionarissen. In Azie maakten missionarissen zich op voor een strijd met concurrenten, Afrika daarentegen beschouwden ze als een goddeloos en godsdienstloos continent. Afrika was donker en mysterieus, een jungle. En Afrikanen waren wilden, die niet bekeerd moesten worden, maar geciviliseerd via het christendom.

Ze zijn succesvol geweest. In een land als Kenia noemt ruim tachtig procent van de bevolking zich christelijk. Sommige regio's zijn overwegend rooms-katholiek, andere protestants - het gevolg van de verdeling die de verschillende denominaties met elkaar overeenkwamen. De protestanten, aldus Hinga, waren uiterst verbeten in het uitroeien van alles wat Afrikaans was, de rooms-katholieken waren 'iets' milder. "Mijn moeder heeft daar een interessant verhaal over. Aanvankelijk had ze zich bij een protestantse denominatie aangesloten. Dat betekende dat ze niet aan de besnijdenisrite mocht meedoen die gebruikelijk was in de stam van mijn moeder. Desondanks ging ze kijken naar de optocht van de meisjes die besneden zouden worden, haar leeftijdsgenoten, en in die groep ontdekte ze haar beste vriendin. U begrijpt, ze kon niet aan de kant blijven staan. Ze sloot zich aan bij de processie, werd besneden, en kon daarom niet in de protestantse kerk blijven. Toen is ze rooms-katholiek geworden."

Wat er, ondanks alle verboden, van de authentieke culturele en religieuze traditie overbleef, is volgens Hinga moeilijk kwantificeerbaar en traceerbaar. 'De traditie' kan niet zomaar uit de diepvrieskist worden gehaald. Van dag tot dag leven de mensen als christenen en "vereren ze geen bomen meer" , maar in tijden van crisis vallen ze wel terug op oude gebruiken. Hinga geeft als recent voorbeeld de moeilijkheden rond de begrafenis van een advocaat in de Keniase hoofdstad. De man was als klein kind naar Nairobi verhuisd en daar volledig westers opgevoed. Maar toen zijn vrouw de begrafenis wilde regelen, doken opeens zijn stamgenoten op die het lichaam opeisten en stelden dat de begrafenis een stam-aangelegenheid was: "Een man wordt thuis begraven" . Oppervlakkig gezien zijn we westers" , concludeert Hinga, "maar in wezen zijn we Afrikaans."

Pas de laatste decennia proberen Afrikanen een antwoord te formuleren op de westerse 'bezetting' en proberen ze hun eigen menselijkheid te bevestigen. Hinga concentreert zich op het fenomeen van de 'Afrikaanse onafhankelijke kerken', een beweging van gewone Afrikanen die op een eenvoudige manier gestalte geven aan hun "religieuze en culturele creativiteit." Hinga: "Over het hele Afrikaanse continent zijn er tenminste duizend onafhankelijke kerken. Dat zijn groepen mensen die voor zichzelf beginnen en een eigen liturgie, leiderschap en rituelen hebben. Ze zijn een reactie op het paternalisme dat hand in hand gaat met het westerse christendom. Dat paternalisme verbiedt de Afrikanen om zichzelf religieus en cultureel te uiten, tenzij op een manier die door de kerk wordt toegestaan."

Kenmerkend voor de onafhankelijke kerken is de holistische benadering ofwel het onlosmakelijke verband dat tussen de fysieke en de spirituele wereld wordt gelegd, en de nadruk op extatische ervaringen. Daarnaast zien de onafhankelijken de kerk als een echte gemeenschap, zowel in praktisch als in spiritueel opzicht. Er is een gevoel van verwantschap in deze kerken. Maar het meest opmerkelijke nog van de onafhankelijke kerken, is hun 'ontdekking' dat het christendom verkeerd is geinterpreteerd en is misbruikt, vindt Hinga. "De onafhankelijken hebben in de bijbelse verhalen een glimp opgevangen van een rechtvaardige en bevrijdende God. Dat concept van God hebben ze toegepast in hun theologie - een bevrijdingstheologie. Ze hebben het christendom in hun eigen omstandigheden geplaatst en het christendom letterlijk eigen gemaakt."

Westerse theologen hebben de onafhankelijke kerken onmiddellijk afgedaan als ketters en syncretistisch. De onafhankelijke kerken worden beschuldigd van het verdraaien van theologische concepten, vooral op het gebied van de christologie en de pneumatologie, de leer van de Heilige Geest; de nadruk op de extatische ervaringen wordt uitgelegd als uiting van een gebrek aan sociaal en politiek bewustzijn, en dat alles terwijl de retoriek in de christelijke kerken een andere kant opwijst. 'Respect voor andere culturen' wordt er geroepen in het christelijke westen en ze ruimen een plaatsje in voor het drumstel als een 'authentiek middel voor liturgische expressie'.

Wil men echt meedoen aan de vorming van een Afrikaans christendom of is die belangstelling slechts cosmetisch? Hinga vreest het laatste. In het westen heeft men niet het idee dat Afrikanen iets te bieden hebben. Met andere woorden: de wortels van etnocentrisme en racisme zitten er nog. 'Cultureel pluralisme' is een loze kreet want verder dan een verandering in uiterlijke vormen is het in Afrika nog niet gekomen.

Hinga: "Het proces van inculturatie is een stap in de goede richting. Maar we hebben het gevoel dat fundamentele vragen niet aan de orde komen. Het christendom zoals dat in Afrika werd verkondigd, was een individuele aangelegenheid: het individu wordt gered. Dat botst met Afrikaanse waarden. In Afrika hunkeren de mensen ernaar om begrippen als gemeenschappelijke solidariteit en zorg in de kerk in te voeren. Wat nu voor syncretisme doorgaat, is in werkelijkheid een oprechte poging om datgene wat Afrikanen geleerd hebben te combineren met wat er in hun waardensysteem zit. Daarvoor begrip te tonen, dat is de uitdaging voor de kerk. Het westers christendom moet naar buiten treden en de rest van de wereld ontmoeten. Niet met de bedoeling om te vernietigen, maar om verrijkt te worden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden