Afrikaanse bondscoaches zijn de grote afwezigen bij Afrika Cup

Europese trainers van het tweede garnituur blijven populair bij bonden. Dat belemmert de ontwikkeling van Afrikaans trainerstalent.

Florent Ibengé is een opmerkelijke bondscoach in deze Afrika Cup. Niet zozeer om wat hij zegt of doet, maar simpelweg omdat de trainer van de Democratische Republiek Congo bij het ingaan van de kwartfinales de enige overgebleven Afrikaanse coach is op het voetbalkampioenschap van dat continent. Zijn zeven resterende collega's komen uit Europa.

Dat Afrikaanse voetbalbonden graag coaches uit Europa halen, is niet nieuw. Maar zo extreem als dit jaar was het nog niet eerder. Van de zestien landen die deelnamen aan de groepsfase, hadden maar drie een coach uit Afrika. Dat aantal is sinds de uitbreiding van het toernooi naar zestien deelnemers in 1996 nooit zo laag geweest.

Het wekt hier en daar op het continent irritatie op. Coach Stephen Keshi stelde twee jaar geleden bijvoorbeeld, vlak voordat hij de vorige Afrika Cup met Nigeria won: "Die blanke jongens komen alleen naar Afrika voor het geld. Zij kunnen niets dat wij zelf niet kunnen."

Nigeriaans oud-international Joe Erico herhaalde dat kritische geluid afgelopen week. Hij noemde de aanstelling van Europese coaches door Afrikaanse voetbalbonden 'één grote zwendel'.

Een Europese trainer staat ook niet per se garant voor succes. Van de laatste elf Afrika Cups werden zes gewonnen door een bondscoach uit Afrika, slechts vijf door landen met een trainer uit Europa.

Het zijn dan ook meestal niet de westerse toptrainers die hun heil zoeken in Afrika. Soms zijn het uitgerangeerde coaches als de Belg Georges Leekens, die dit toernooi Tunesië traint, of Israëliër Avram Grant, die Ghana naar de kwartfinales leidde.

Vaker nog zijn het Europese coaches van het tweede garnituur, trainers van wie in Europa zelden iemand heeft gehoord: de in België wegens matchfixing geschorste Paul Put (Burkina Faso), de Fransman Christian Gourcuff (Algerije), de Duitser Volker Finke (Kameroen).

En er zijn coaches die van Afrika hun specialiteit hebben gemaakt. De Fransman Claude Le Roy was bijvoorbeeld al bondscoach van vijf Afrikaanse nationale elftallen. De vorige Afrika Cup trainde hij Democratische Republiek Congo, nu staat hij aan het roer bij buurland Congo-Brazzaville. Hij won het toernooi één keer, in 1988 met Kameroen.

Zo veel Europese coaches is slecht voor het Afrikaanse voetbal, menen velen. Zo wees Johan Cruijff erop dat met al die Europese trainers en voetballers uit Europese competities de spontaniteit uit de Afrika Cup is verdwenen. 'Voetballers die inspelen op wat ze zien en veel improviseren, zijn vervangen door profs die voor het resultaat gaan', schreef hij in zijn column in De Telegraaf.

Al zijn er natuurlijk ook andere redenen. Zo bevorderen de hobbelige grasmatten in de twee kleinere stadions van gastland Equatoriaal-Guinee gestroomlijnde aanvallen niet. En bovendien is de kwaliteit van veel teams gewoon beperkt. Dat Wilfried Kanon van het bescheiden ADO Den Haag vaste waarde is in het op papier verreweg sterkste team van het toernooi, Ivoorkust, zegt genoeg.

Blijft staan dat er uitzonderlijk weinig wordt gescoord deze Afrika Cup. Gemiddeld slechts 1,8 doelpunt per wedstrijd. Slechts één keer wist een team tijdens de poulefase in een wedstrijd drie keer raak te schieten. Exact de helft van alle groepswedstrijden eindigde in een gelijkspel.

Wat Afrikaanse analisten echter vooral steekt, is dat de voorkeur voor Europese coaches de ontwikkeling van Afrikaanse trainers belemmert. In de nationale competities loopt genoeg trainerstalent rond, maar daarvan krijgt bijna niemand de kans om ervaring op te doen op een landentoernooi.

Waarom daar maar geen verandering in komt, durft niemand met zekerheid te zeggen. Maar misschien had de bondscoach van Malawi, Kinnah Phiri, wel gelijk toen hij in 2010 zei: "Het is de Afrikaanse mentaliteit. Wij Afrikanen hebben te weinig vertrouwen in onze eigen mensen."

In dat geval rust er nu heel veel druk op de schouders van de Congolese bondscoach Ibengé. Hij is de enige die tijdens deze Afrika Cup dat vertrouwen nog wat kan vergroten.

Equatoriaal-Guinee en Guinee verrassen

Het piepkleine thuisland Equatoriaal-Guinee is de grote verrassing van de Afrika Cup. Via twee gelijke spelen en een overwinning op buurland Gabon nestelde het oliestaatje met slechts 700.000 inwoners zich bij de beste acht. Tunesië is vandaag in de kwartfinale de tegenstander.

Burkina Faso, twee jaar geleden verliezend finalist, vloog er door toedoen van Equatoriaal-Guinee uit. Ook Kameroen ontbreekt verrassend bij de laatste acht. Favorieten Algerije, Ghana en Ivoorkust plaatsen zich wel. Buurlanden Congo-Brazzaville en Democratische Republiek Congo nemen het vandaag in de tweede kwartfinale tegen elkaar op.

Algerije speelt morgen tegen Ivoorkust. Ghana komt dan uit tegen de andere verrassing: Guinee. Dat land won donderdag de loting van Mali, nadat beide teams al hun poulewedstrijden met 1-1 gelijk hadden gespeeld en het lot de doorslag moest geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden