Afrika's koploper met topvrouwen

Nederland houdt het voorlopig bij een streefcijfer, een databank en sinds deze week een nieuwe website met vacante topfuncties. Andere landen proberen vrouwen met een hard quotum naar de top te krijgen. Zoals Kenia.

Vrouwen in Afrika breken vaker door het glazen plafond van het bedrijfsleven dan hun zusters in Azië, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten. Uit een onderzoek van de Afrikaanse ontwikkelingsbank (AfDB) blijkt ruim 14 procent van de raden van bestuur in Afrika uit vrouwen te bestaan. Dat steekt nog magertjes af bij een land als Noorwegen: 35 procent, al aardig op weg naar het wettelijke quotum van 40 procent. Nederland houdt het overigens bij een streefgetal van 30 procent, dat nog lang niet wordt gehaald. Azië komt niet verder dan ruim 9 procent en Latijns-Amerika blijft steken op 5,6 procent. Het Midden-Oosten bungelt diep onderaan met 1 procent.

Koploper in Afrika is Kenia, waar in 20 procent van de raden van bestuur minimaal één vrouw zit. Daarna komen Zuid-Afrika en Botswana, met ieder 17 procent. Het bedrijf met het hoogste aantal vrouwen in de raad is Keniaanse bierbrouwer EABL waar vijf van de elf leden vrouwen zijn, iets meer dan 45 procent dus. "Maar ondanks de relatief goede positie van Afrika zijn er op het continent radicale veranderingen nodig om meer vrouwen op de hoogste posities van het management te krijgen", vindt de Zuid-Afrikaanse Geraldine Fraser-Moleketi, belast met vrouwenzaken bij AfDB. "In het verleden is veel nadruk gelegd op onderwijs voor meisjes. Dat moet nu een vervolg krijgen door betere promotiekansen voor vrouwen binnen de privésector."

De AfDB gelooft dat het bepalen van quota een stap in de goede richting is voor vrouwen. Wereldwijd hebben ruim twintig landen wet- en/of regelgeving ingesteld voor het minimumpercentage vrouwen in raden van bestuur. In Afrika hebben Zuid-Afrika, Malawi, Nigeria en Kenia dat gedaan. Quota worden weliswaar niet overal gehaald, maar lijken wel een stimulerend effect te hebben.

In Kenia is bijvoorbeeld wettelijk vastgelegd dat 33 procent van de raden van bestuur uit vrouwen moet bestaan. Die huidige 20 procent komt dus nog niet eens in de buurt. In dezelfde grondwet is bepaald dat óf mannen óf vrouwen ten minste 33 procent van de parlementszetels moeten bezetten. Dat is niet gelukt tijdens de laatste verkiezingen in 2013. De volksvertegenwoordiging bestaat voor 19 procent uit vrouwen en schendt daarmee de grondwet. Maar daar maakt nauwelijks iemand zich druk om. Want anders dan als het gaat om de top van bedrijven loopt Kenia sinds jaar en dag juist ver achter bij de rest van de landen in de regio als het gaat om vertegenwoordiging van vrouwen in het openbaar bestuur.

"Vrouwen in Kenia staan niet te trappelen om de politiek in te gaan, omdat de maatschappij over het algemeen nog altijd vindt dat ze thuishoren in de keuken en slaapkamer. Gekozen worden is een Hercules-taak", merkt parlementariër Sophia Abdi Noor op.

Keniaanse vrouwen prefereren dan ook een carrière in het bedrijfsleven, dat toleranter, moderner en minder macho is. Ze komen in indrukwekkende aantallen in het middenkader terecht, maar het is uiteindelijk toch moeilijk om door te stoten naar de hoogste echelons. Het Keniaanse onderzoeksbureau Ipsos Synnovate vroeg de top-40-vrouwen in het bedrijfsleven naar de oorzaken. "Gebrek aan transparantie over de beschikbare posities in raden van een bestuur is een belangrijk punt. De bestuurskamers zijn meestal nog jongensclubs waarvan de leden niet snel een vrouw zullen voordragen voor een positie. Bovendien zijn weinig mannelijke mentors bereid vrouwen onder hun hoede te nemen", aldus het rapport van Ipsos Synnovate.

Hoe belangrijk vrouwen in topposities zijn, blijkt uit een onderzoek dat het Britse adviesbureau Grant Thornton deed onder 1800 bedrijven verspreid over de hele wereld. De hoogste baas bij een zesde van die bedrijven is een vrouw. "Bedrijven met zowel mannen als vrouwen en culturele diversiteit in de top zijn productiever en komen meestal op de proppen met betere ideeën", stelt Grant Thornton op grond van de resultaten van haar jaarlijkse onderzoeken sinds 2005 naar de positie van vrouwen in het bedrijfsleven.

Waarom doet Kenia het zo goed? Er zijn twee veel gehoorde redenen. Het land is het centrum van internationale ontwikkelingsorganisaties in Afrika. Een scala van de meer dan vijfhonderd nationale en internationale ngo's die er zijn geregistreerd hebben sinds jaar en dag gehamerd op onderwijs voor meisjes. Daardoor zijn er steeds meer goed geschoolde vrouwen op de arbeidsmarkt gekomen.

En dan is er nog de generatiekwestie. Kenia loopt op het continent voorop in ICT en vooral jongeren surfen mee op die nieuwe ontwikkelingsgolf. Jonge vrouwen, opgegroeid met toegang tot het internet, zijn daardoor op de hoogte van de mogelijkheden voor vrouwen wereldwijd. Ze zetten die kennis in op de weg naar de top.

undefined

'De top is bikkelhard. Je hebt moed nodig om de strijd aan te gaan.'

Ze praat snel, zonder te haperen en kiest toch zorgvuldig haar woorden. Sumayya Hassan-Athmani, directeur van het Nationale oliebedrijf in Kenia (NOC), komt gedreven en zelfverzekerd over. Haar kantoor heeft bescheiden afmetingen, is modern ingericht en heeft glazen wanden. "Ik ben hier beland door hard te werken en vooral mezelf te zijn. De olie-industrie wordt gedomineerd door mannen maar ik heb niet geprobeerd mezelf als mannelijk te profileren of vrouwelijke charmes in de strijd te gooien."

Volgens haar zit er een fors aantal vrouwen in het middenkader van de Keniaanse privésector. Het doorstromen wordt belemmerd omdat vrouwen zich vaak nog laten intimideren. "Aan de top van bedrijven vinden soms bikkelharde confrontaties plaats. Vrouwen mijden liever ruzies en prefereren een bemiddelende rol. Je moet moed verzamelen om de strijd aan te gaan."

Zij vindt steun bij medeleden van de talloze verenigingen en organisaties voor vrouwen waarbij ze is aangesloten. Ook put ze kracht uit haar religie. "De islam is een minderheidsreligie in Kenia. Door mijn geloof heb ik geleerd anders te zijn en daarmee om te gaan. Ik draag geen krijtstreepjespak of mantelpakjes. Het is mijn keuze om me te bedekken. Onderdeel van een minderheid te zijn heeft me sterker gemaakt."

Haar opvoeding legde de basis voor haar huidige positie. De ouders stonden erop dat zonen en dochters het best mogelijke onderwijs volgden. Jongens en meisjes hadden in huis dezelfde taken en werden op dezelfde manier behandeld. Hassan-Athmani studeerde rechten in Groot-Brittannië en keerde terug naar Kenia, omdat ze iets voor haar land wilde betekenen. De politiek stond haar niet aan en daarom koos ze in 2002 voor een baan als hoofd van de personeelsafdeling van NOC. Sindsdien klom ze gestaag op binnen het bedrijf, tot ze de baas werd.

Hoewel ze zich volledig op haar gemak voelt in haar positie, blijven er wat haken en ogen aanzitten. "Het is niet alleen een bedrijf managen, maar ook vooral veel netwerken. Mannelijke collega's doen dat graag in bars waar ik me niet prettig voel. Maar dat weerhoudt me niet om mijn contacten te onderhouden. Ik stel meestal een restaurant voor of een koffiehuis en collega's gaan over het algemeen daarmee akkoord."

Uiterst belangrijk is volgens haar dat vrouwen niet alleen op de hoogte blijven van de technische ontwikkelingen in de eigen bedrijfstak maar ook op het gebied van de communicatietechnologie. "Ontwikkelingen gaan razendsnel en je kan het je niet permitteren om achter te blijven als je ambities zijn gericht op de toppositie."

Ze vindt het harde werken prima te combineren met het familieleven. Naar eigen zeggen delen zij en haar echtgenoot de opvoedingstaken van hun twee kinderen.

Als het einde van het gesprek nadert, ontspant ze en leunt samenzweerderig voorover. Ze zegt nog een belangrijk advies te hebben voor vrouwen met grote ambities. "Neem jezelf niet te serieus. Er zijn grotere en belangrijkere mensen geweest op aarde geweest dan wij. En nadat ze overleden, ging de zon gewoon op en onder. Relativeer en geniet van je werk zo lang als het duurt."

undefined

'In het leger leerde ik discipline. Dat is me goed van pas gekomen.'

Van soldaat naar directeur van een mode-instituut. Die weg bewandelde Evelyne Akinyi Odongo de laatste tien jaar. Ze groeide op als enige dochter in een gezin met veel zonen in een gehucht in het westen van Kenia. "Het leek de meest normale carrièrekeuze na de middelbare school", vertelt ze, gekleed in een van haar eigen ontwerpen. Een creatie van een simpele zwarte rok met een jasje in uitbundige kleuren die ook terug te vinden zijn in haar hooggehakte schoenen. "In het leger leerde ik discipline en doorzetten en dat is me uitstekend van pas gekomen in mijn huidige positie."

Ze is directeur van Mefa creations, haar eigen bedrijf dat ze opbouwde vanuit de slaapkamer van haar kinderen. In het huidige, ruime bedrijfspand ontwerpt ze kleding die ter plekke wordt gemaakt. Ook heeft ze er een trainingsinstituut aan verbonden waar jonge ontwerpers alle kneepjes van het vak kunnen leren. "De opbouw van een eigen bedrijf was soms een moeizame en deprimerende ervaring. Ook nu ik directeur ben van een bloeiend en groeiend bedrijf kom ik obstakels tegen die te maken hebben met mijn vrouw-zijn. Ik deel mijn ervaringen met de cursisten in de hoop dat ze iets minder valkuilen op hun weg vinden."

Bij een bank aankloppen voor een lening is volgens haar onbegonnen werk. De modesector wordt als frivool beschouwd en door financiële instellingen zelden serieus genomen. "Dan kom je bij een bank waar ze toch al twijfels hebben over jouw industrie en dan blijkt het bedrijf ook nog eens een vrouwelijke directeur te hebben. Dat is gewoon te veel voor ze. Mannelijke collega's in mijn branche worden serieuzer benaderd en hebben meer kans op een lening."

De meeste uitbreidingen en vernieuwingen in haar bedrijf zijn dan ook nagenoeg volkomen gefinancierd door de opbrengsten. En die groeien gestadig, ook al omdat haar kledingmerk wordt gedragen door Margaret Kenyatta, de echtgenote van de president.

Dat steeds meer vrouwen door het glazen plafond breken, heeft volgens haar alles te maken met de nadruk die er al vele jaren wordt gelegd om de achterstand van meisjes in de maatschappij ongedaan te maken. Traditioneel werd minder waarde gehecht aan onderwijs voor meisjes dan voor jongens. In armoedige gezinnen kon niet het schoolgeld voor alle kinderen worden opgebracht en bij de keuze werden meisjes achtergesteld. Het uiterst goedkoop maken van basisonderwijs door de overheid heeft flink bijgedragen aan de toename van meisjes die onderwijs genieten.

"Dat werpt nu echt vruchten af. Ik zie veel jonge vrouwen, volkomen zelfverzekerd in het leven staan."

Ze ziet het thuis ook gebeuren. "Mijn dochter is volkomen gelijk aan haar twee broers. Ook school draagt daartoe bij. En zij ziet ook via tv het internet en de sociale media wat haar kansen zijn."

Odongo hoopt zelf en met andere vrouwen in leidersposities in het bedrijfsleven een voorbeeldfunctie te vervullen voor de komende generatie. "We zijn er nog niet maar het is veel beter dan tien jaar geleden. Ik ben blij nu mijn werk te kunnen doen want er komen steeds meer mogelijkheden voor vrouwen. Het is geweldig om een Afrikaanse vrouw te zijn, zeker in Kenia."

undefined

Landen met wet- en/of regelgeving voor vrouwen in raden van bestuur

Australië

België

Quebec (Canada)

Denemarken

Finland

Frankrijk

Duitsland

Groot-Brittannië

Hongkong

Ierland

IJsland

India

Israël

Italië

Kenia

Luxemburg

Malawi

Nederland

Nigeria

Noorwegen

Oostenrijk

Spanje

Verenigde Staten

Zuid-Afrika

Zweden

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden