Afrika / Het zwarte gat

In Afrika zijn veel zwakke staten aan te wijzen. Somalië is als natie al mislukt, en door het conflict in Darfur dreigen ook de buurlanden Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek te imploderen. In het hart van Afrika bestaat een zwart gat, zonder gezag, gewelddadig en met een stroom vluchtelingen die zich alle kanten op beweegt.

door Sybilla Claus

Klik hier voor een overzichtskaart met vluchtelingenstromen

Precies vier jaar geleden begon in Darfur een rebellie tegen het bewind in de hoofdstad Khartoem. Een kleine groep islamisten regeert Soedan al ruim twintig jaar met een beproefd recept: oorlog voeren en chaos creëren in de buitengebieden. Daarom is het in het westen, zuiden en oosten van het land een puinhoop. Maar de Soedanese economie floreert, de elite vaart wel bij oorlog en profiteert van de gelden van de hulpindustrie.

Dat het land al even lang miljoenen vluchtelingen produceert, interesseert die elite niet. Net zo min als het feit dat de beruchte Janjaweed-milities in Darfur niet meer compleet onder controle van Khartoem staan. Ondanks zijn grote inzet is de missie van VN-gezant Jan Pronk mislukt. Vrede is verder weg dan ooit, bijna alle hulpverleners hebben het gebied moeten verlaten. Darfur is gearabiseerd.

„De miljoenen verjaagde boeren in Darfur, de Fur, Masalit en Zhagawa, kunnen waarschijnlijk niet meer naar hun eigen dorpen terug, zeker niet met dit regime”, zegt specialist Han van Dijk van het Afrika Studiecentrum in Leiden. „Hun grond is vaak al bezet door Arabieren, met steun van de elite in Khartoem.”

Buurland Tsjaad kent evenmin een rustige geschiedenis. Tsjaad is nooit een sterke staat geweest. Het land is sinds de onafhankelijkheid in 1960 een broeinest van strijdende clans en allianties. April vorig jaar overleefde president Déby de zoveelste coup dankzij Franse steun op het gebied van logistiek en inlichtingen. Daarbij werd zelfs tot in de hoofdstad Ndjamena gevochten. De man die hem destijds in het nauw bracht, commandant Nour, heeft zich in december weer bij Déby aangesloten.

„Waarschijnlijk is hij omgekocht”, zegt Van Dijk. Dat op zich is niet bijzonder.

Zorgwekkend is in dit geval dat Nour inmiddels zeggenschap lijkt te hebben over het thuisgebied van zijn Tamavolk boven het plaatsje Amzoer. „Feitelijk betekent het, dat Déby het land opdeelt, en dat is het begin van het einde van de staat Tsjaad.” In al deze Sahellanden neemt het centrale gezag af naarmate je verder van de hoofdstad komt.

Van oudsher bewonen nomaden de woestijnachtige Sahelstrook die Afrika doorsnijdt. Zij kennen geen langdurige staatsvormen. „Nomaden hebben gewoon te weinig kapitaal om een staat lang in stand te houden. Of hij stort vanzelf ineen, of hij wordt onderworpen door een sedentaire staat. Een derde optie is dat er wel een elite ontstaat, maar dat andere nomaden daar dan tegen in opstand komen.” Van Dijk hecht eraan te zeggen dat er op microniveau in Tsjaad geen stammenstrijd om land gaande is. Iedereen is in zo’n onstabiele omgeving, die erg aan het stuurloze Somalië doet denken, altijd op zoek naar allianties, die bovendien snel kunnen wisselen: „De clans zijn slechts instrument in de strijd om politieke macht en veiligheid”.

De allerzwakste schakel in het zwarte gat van Afrika is de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR). „Zonder Frans geld had het leger niet eens geld voor benzine.” In 2003 kwam ’president’ Bozizé door een coup en met steun van Tsjaad en Frankrijk aan de macht. Het noorden van het land functioneert al twintig à dertig jaar zonder staatsgezag. „Het uitschot van Afrika kon er altijd mooi naartoe vluchten”, zegt Van Dijk. Waarschijnlijk zitten er talloze ex-huurlingen uit andere conflictgebieden, bijvoorbeeld Tsjadiërs die niet betaald zijn en dan maar in de Noord-CAR gaan plunderen. „Alleen in Tsjaad zijn er al 20.000 tot 30.000 van die oud-strijders, die makkelijk te recruteren zijn door wie ook. Velen zijn gefrustreerd, aan de drank en leven van smokkel.”

Vanuit de CAR zijn nu 50.000 tot 100.000 mensen op de vlucht, van wie de helft naar Tsjaad is gevlucht. Volgens de VN loopt één op de vier inwoners gevaar. „Hier is geen sprake van een gewapende opstand zoals in Tsjaad. Men is er op de vlucht voor het geweld van gewapende bendes.” Hoeveel dat er zijn weet niemand, aangezien zich amper hulpverleners in het gebied wagen. Er zijn alleen wat voedseldroppings van de VN geweest.

Ook het miljardenproject van de Wereldbank om de Tsjadiërs met de nieuwe oliepijplijn van Tsjaad naar Kameroen mee te laten delen in de welvaart, mag als mislukt worden beschouwd. Ondanks clausules in de contracten en ondanks dreigementen van de Bank, financiert president Déby momenteel zijn oorlog met oliegeld. De strijd gaat tegen andere ontevreden clans en strijders. In december vielen er honderden doden bij gevechten rond de stad Biltine, en schoot de presidentiële garde in de hoofdstad op ontevreden gewonde militairen die in het ziekenhuis vlakbij bivakkeren. Bovendien steunen de drie buurlanden rebellen in elkaars gebied. VN-medewerkers zagen deze maand in het ’zwarte gat’ strijders in nieuwe uniforms, pickup trucks en zwaardere wapens, wat wijst op financiering van buitenaf.

De hulpindustrie speelt een trieste en hopeloze rol in het gebied. Zij brengt veel geld naar Tsjaad en Soedan, waar de regimes dik aan verdienen. Via de haven van Port Soedan kwamen bijvoorbeeld duizenden glimmend nieuwe Toyota-landcruisers voor de VN-missie het land in. De bureaucratie rekt opslag in de haven zo lang mogelijk, en er moet, behalve invoerrechten, ook voor elke dag betaald worden. Daar komen dan nog bij het verdere transport, heffingen, loon voor chauffeurs en benzinekosten. Bovendien blijft in de praktijk veel van het dure materieel in het land achter.

Ook internationale bemoeienis heeft niet veel opgeleverd. De Arabische Liga blijft ondanks het drama in Darfur het regime in Soedan steunen - en dat weigert een VN-vredesmacht toe te staan. „De fout van de Europese Unie en de VS is dat zij president Déby van Tsjaad sinds zijn geslaagde coup in 1990 hebben laten zitten zonder hervormingen af te dwingen”, zegt Han van Dijk van het Afrika Studiecentrum. Tsjaad lijkt een democratie, omdat er vorig jaar ’verkiezingen’ hebben plaatsgevonden. „Maar in feite is er een oorlog tussen krijgsheren gaande. President Déby beheert de hoofdstad, de anderen de rest van het land. Inmiddels hebben veel donoren zich uit het land teruggetrokken, omdat het niet belangrijk is.”

Wat nu te doen? Een democratisch alternatief voor president Déby en collega Bozizé in de CAR is er niet. Reden waarom Frankrijk, en daarmee de EU, de twee krijgsheren maar blijft steunen. Het zwarte gat negeren dan maar? „Het wordt zeker niet beter, als het Westen zich er niet mee bemoeit.”

Een direct gevaar is dat het racistische conflict in Darfur, waarbij nomaden van Arabische afkomst Afrikaanse boeren verjagen en doden, zich mét de Janjaweed naar Tsjaad verplaatst. „Er zijn altijd hiërarchische relaties geweest tussen de heersers en nomaden uit het noorden en Afrikaanse bevolkingsgroepen in het zuiden”, weet Van Dijk. De sfeer in Tsjaad beschrijft hij als heel gespannen. „Er is toenemend geweld tussen gemeenschappen. Janjaweed uit Darfur vallen in Tsjaad al maandenlang burgers aan. Het lijkt erop dat lokale Arabieren zich bij deze milities aansluiten. Ik ben bang dat ook in Tsjaad de boeren slachtoffer zullen worden van de gewapende bendes, net als in Darfur.”

Dat kan president Déby, zelf van Afrikaanse afkomst, overigens niets schelen. „Die heeft het te druk met rebellen bestrijden.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden