Afrika, Heineken's goudmijn

Waarom doet Heineken nog zaken met de regering van het door geweld verscheurde Burundi? Waarom is de veroordeelde Congolees Jean-Pierre Bemba nog mede-eigenaar van een dochterbedrijf? 'Heineken heeft per saldo veel meer aan Afrika dan andersom.'

Het land verkeert al bijna een jaar in een diepe politieke en humanitaire crisis, sinds president Pierre Nkurunziza een ongrondwettelijke derde termijn afdwong. Bij het neerslaan van de protesten daartegen vielen ruim 400 doden, een kwart miljoen mensen zijn naar buurlanden gevlucht. De Europese Unie voelde zich vorige maand genoodzaakt directe financiële steun aan de overheid te stoppen. Dat is Burundi anno 2016.

Maar biergigant Heineken, directe partner van de Burundese regering in de brouwerij Brarudi, ziet geen reden om met Nkurunziza's regering te breken. Ondanks richtlijnen van onder meer de Verenigde Naties tegen medeplichtigheid aan mensenrechtenschendingen die het bedrijf heeft ondertekend. "We delen de zorgen van de internationale gemeenschap en hopen dat betrokken partijen snel een oplossing vinden, maar onze voornaamste focus ligt bij de veiligheid van onze mensen", laat woordvoerder Michael Fuchs weten. "Heineken zit sinds 1951 in Burundi. Wij hebben 750 mensen in dienst en helpen indirect 50.000 mensen aan een inkomen. Wij geloven dat conflictlanden de rug toekeren tot nog meer armoede en conflict leidt."

In het piepkleine Burundi is Heineken, via dochteronderneming Brarudi, al 65 jaar dé economische motor. Zonder bierverkoop worden de ambtenaren niet betaald. Maar wat heeft die betrokkenheid het land zelf opgeleverd? "Burundi is na al die jaren economische dominantie van Heineken het op een na armste land ter wereld", zegt Olivier van Beemen (1979), auteur van het kritische boek 'Heineken in Afrika'. "De investeringen van Heineken hebben in veel Afrikaanse landen nooit tot meer welvaart geleid, integendeel. Burundezen besteden 17 procent van het huishoudbudget aan alcohol en sigaretten en 1 procent aan onderwijs en kleding." In Nederland kennen we 'Heerlijk, Helder Heineken', de Burundese slogan laat zich vertalen als 'transparantie is prachtig wanneer je niets te verbergen hebt'.

Goedkoper

Niet in Europa, Amerika of Azië, maar in Afrika doet biergigant Heineken de beste zaken. Afrikanen betalen ongeveer hetzelfde voor hun biertje als Europeanen. En dat terwijl het productieproces in Afrikaanse landen veel goedkoper is, zegt Van Beemen. "De arbeid in Afrika is goedkoper omdat Heineken steeds meer werk uitbesteedt. De beveiligers, schoonmakers, magazijnwerkers en werknemers in de bottelarij zijn vaak dagloners, die niet weten of ze de volgende dag weer aan het werk mogen. Heineken pronkt graag met filmpjes van gelukkige Afrikaanse gezinnen die dankzij het bedrijf naar een kliniekje kunnen, maar zegt er niet bij dat de gunstige voorwaarden voor een steeds kleiner deel van het personeel zijn weggelegd. Ook zijn vergunningen vaak veel goedkoper te regelen dan in het Westen. Een milieuambtenaar kan worden afgekocht door hem op gezette tijden een kratje bier toe te schuiven."

Van de totale winst die Heineken in 2014 maakte, werd 21 procent in Afrika verdiend. Van Beemen: "Van de totale bierplas wordt 15 procent in Afrika verkocht. Met andere woorden: per verkocht biertje verdient Heineken in Afrika bijna vijftig procent meer dan elders." De winstgevendheid van Afrika hangt samen met de dominantie van slechts drie bierbedrijven: het Zuid-Afrikaanse SABMiller (dat samenwerkt met het Franse Castel), het Britse Diageo en Heineken. Samen beheersen zij 93 procent van de Afrikaanse biermarkt en in veel landen is sprake van zeer winstgevende mono- of duopolies. "Dat is vaak het resultaat van deals tussen die brouwers, die mogelijk zijn door de zwakte van lokale overheden en gebrekkige mededingingswetten."

Als Van Beemen, voormalig correspondent in Parijs, begint te praten over 'Heineken in Afrika' kan hij moeilijk stoppen. Zijn leven werd dan ook drie jaar lang in beslag genomen door dit boek van 400 pagina's waarvoor hij elf landen bezocht, bijna 300 bronnen sprak en meters archiefmateriaal over meer dan een eeuw Hollandse ondernemingsdrang doornam. Sinds 1930 beschikt Heineken over brouwerijen ter plaatse. In die periode begon Heineken aan het avontuur om de 'zwarte rakkers' te verleiden hun 'drab' te verruilen voor een duurder industrieel alternatief. Heineken werd aandeelhouder in bestaande brouwerijen of bouwde zelf nieuwe, van Algerije tot Angola.

Van Beemen koos een interessante graadmeter voor het continent, want bier is er overal. In de miljoenensteden, maar ook op de meest afgelegen plekken zonder zendmasten of ziekenhuizen, verstoken van elektriciteit of stromend water. Naast het ambachtelijk gebrouwen sorghumbier, bananenbier of honingbier, geldt dat in toenemende mate ook voor het statusverhogende Heineken, Amstel of één van de tientallen Afrikaanse dochtermerken zoals Primus, Star, Gulder, Turbo King of Mützig. Elk zijn ze via gladde reclames gericht op een specifieke doelgroep: zakenlui, jongeren, arbeiders. Door de groei van de economie, bevolking en middenklasse is Afrika een zeer belangrijke afzetmarkt voor Heineken.

"Het heilige schuim" noemt één van Van Beemen's gesprekspartners uit Burundi bier omdat het in zijn land een prominente rol speelt bij elke geboorte, begrafenis en eerste schooldag. Zelfs de spreekwoorden zijn in Burundi in bier gedoopt: "Wie nooit een rondje geeft, krijgt nooit iets terug" en "wie alleen drinkt, drinkt bitter."

Patrice Lumumba, de vermoorde eerste premier van onafhankelijk Congo, en Julius Nyerere, Tanzania's eerste president, werkten in de bierindustrie voordat ze uitgroeiden tot pan-Afrikaanse iconen. Afrika's jongste natie Zuid-Soedan kreeg bij het ontstaan in 2011 niet alleen een eigen vlag en volkslied, maar ook een eigen biermerk: White Bull. Niet van Heineken, maar van aartsrivaal SABMiller.

Van Beemen's doorwrochte en met bizarre weetjes doorspekte boek begon uit nieuwsgierigheid over de aantrekkingskracht die Afrika op Heineken uitoefent. Hoe slaagt de brouwer erin zich al zo lang, ook in tijden van oorlog en rampspoed, staande te houden? Die belangstelling werd gewekt nadat hij er in 2011 als verslaggever tijdens de Jasmijnrevolutie in Tunesië achter kwam dat de brouwer met de schoonfamilie van de verdreven dictator Ben Ali zaken deed.

Daarna sloeg zijn nieuwsgierigheid om in verontwaardiging. Van Beemen: "Heineken portretteert zichzelf ook als weldoener die Afrika vooruit helpt met schooltjes, klinieken en liefdadigheidswerk." Hiervoor, en voor de inkoop van ingrediënten bij lokale boeren, krijgt Heineken veel lof. Premier Rutte en koningin Maxima vinden het bedrijf het schoolvoorbeeld van hulp en handel. Van Beemen: "Als je dat nader onderzoekt, blijkt het vooral marketing - dat geven ze intern ook toe." Hij koos ervoor niet embedded af te reizen en deed zijn veldwerk zonder Heineken op de hoogte te stellen. Na zijn reizen heeft hij om interviews gevraagd en het manuscript voorgelegd, maar Heineken weigerde medewerking.

In een koelcel

Het boek is dan ook een verontrustende opsomming van de ongebreidelde invloed die Heineken heeft op samenleving en politiek in Afrika. Het lijk van de vermoorde president van Burundi werd in 1993 in een koelcel van de brouwer bewaard en als de Congolese dictatoriale leider Kabila buiten Kinshasa moet overnachten, kan dat in een villa van Heinekendochter Bralima. Mede-eigenaar van dat bedrijf is de Congolese rebellenleider en ex-premier Jean-Pierre Bemba, eerder deze week door het Internationaal Strafhof in Den Haag schuldig bevonden aan misdaden tegen de menselijkheid in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Van Beemen kwam meer controverse tegen: Heineken verplicht de Afrikaanse dochterondernemingen dure grondstoffen te kopen bij Heineken's Belgische tussenstation Ibecor. Daardoor betaalt Heineken minder belasting in Afrika en benadeelt het lokale partners. Deze onthulling leidde tot vragen in het Europees Parlement en de Tweede Kamer.

Heineken reageerde op zijn website dat "het de mening van Olivier van Beemen reflecteert dat bedrijven niet actief zouden moeten zijn in zich ontwikkelende landen en landen met een uitdagend politiek klimaat." Van Beemen moet erom lachen. "Ze zetten me weg als individu met een mening, terwijl ik diepgravend onderzoek heb gedaan. Ik schrijf dat ik juist wel geloof dat multinationals kunnen bijdragen aan economische ontwikkeling, maar voor mij is dat geen mantra. In het geval van Heineken is mijn conclusie dat het aannemelijk is dat het bedrijf armoede in Afrika eerder in stand houdt dan verdrijft."

Hij wijst op de haast onbegrensde reclames waartegen overheden hun bevolking niet beschermen. "Heinekens reclamecode verbiedt positieve waarden aan bier te verbinden, zoals succes of een louterende werking voor je gezondheid. In Nigeria organiseert Heineken zelfs een jaarlijks gezondheidssymposium waar zogenaamde experts beweren dat bier allerlei ziekten kan voorkomen. Dat wordt dan braaf opgepend door journalisten die daar waarschijnlijk voor betaald krijgen." Ook benadrukt Heineken volgens Van Beemen dat traditionele drankjes gevaarlijk zijn, terwijl die meestal minder alcohol bevatten en gezonder zijn.

Behalve in Soedan, Mauritanië en Libië (officieel 'droog') is Heineken in alle 51 overige Afrikaanse naties actief met export, dochterondernemingen en joint ventures. In Burundi doet het bedrijf dus rechtstreeks zaken met de overheid. Vanwege de etnisch gekleurde burgeroorlog in de jaren negentig, waarbij 300.000 doden vielen, zijn de zorgen om Burundi groot. Destijds slaagde de internationale gemeenschap er niet in vrede te stichten en ging Heineken, ondanks een boycot, onverstoord verder met brouwen. Ook nu de EU is gestopt met directe financiële hulp.

De steunprogramma's voor de bevolking en humanitaire bijstand worden wel voortgezet. Nederland, dat tot 2015 in Burundi een partnerschap had met Heineken om sorghum van kleine boeren af te nemen voor de bierproductie, schortte vorig jaar juni de hulp aan leger en politie in Burundi al op.

Hoewel er van Heineken een onfris beeld ontstaat in het boek, lijkt het bedrijf vooral maximaal gebruik te maken van de ruimte die het van Afrikaanse overheden krijgt. Is Heineken niet gewoon heel goed in bier verkopen? Van Beemen: "Maar in Afrika slaat Heineken ook waterputten en geeft het schooltjes een likje verf onder het mom van verantwoord ondernemerschap. In mijn ogen is dat: je belasting ter plaatse betalen, niet al je personeel uitbesteden in landen met lage lonen en zorgen dat de veiligheid goed is. Ernstige ongelukken gebeuren bij Heineken vrijwel alleen in Afrikaanse brouwerijen. De buitenwereld gelooft het weldoenersverhaal. Maar Heineken heeft per saldo veel meer aan Afrika dan andersom."

Heineken in Afrika

Auteur: Olivier van Beemen

Uitgeverij Prometheus

Afrikanen over de praktijken van Heineken

Alberta Opoku, Ghanees-Nederlands (financieel) journalist

"Heineken zit in Afrika omdat er wat te halen valt, niet om iets te betekenen voor het continent of zijn bevolking. Dat wetten die omkoping, belastingontwijking of het omleiden van winsten in Afrika mogelijk maken niet worden aangepast, ligt aan onze politici. Dat geldt ook voor de miljoenen subsidies vanuit hier voor Heineken om maatschappelijk verantwoord te ondernemen in datzelfde Afrika. Toch moet ook Heineken normen en waarden in Afrika niet verloochenen voor meer winst of marktaandeel. Afrika en het Westen hebben elkaar nodig, maar de spelregels moeten anders. Het is de vraag of de politiek dat aandurft."

Marina Diboma, Kameroens-Nederlandse projectmanager bij Netherlands-African Business Council

"Nederland verleent buitenlandse multinationals graag voordelen omdat ze werk en staatsinkomsten opleveren. Dat kan ook in Afrika als Afrikaanse overheden hun burgers beschermen. Als multinationals zich misdragen moeten daar strenge sancties op staan. Een goed voorbeeld is de recordboete van 4,6 miljard euro die het telecombedrijf MTN onlangs, na een aantal waarschuwingen, kreeg van Nigeria omdat het 5,2 miljoen ongeregistreerde simkaarten niet uitschakelde. Bedrijven beseffen dat Afrika het continent van morgen is, dus moeten ze een goede reputatie opbouwen."

Wilka Kennedid, Ethiopisch-Nederlands expert in politieke cultuurhistorie in de Hoorn van Afrika

"Voorheen voerden Australische gerstbedrijven het graan aan voor de bierproductie, ondanks de enorme voorraad landbouwgrond in Ethiopië. Nu krijgen kleine boeren, dankzij de hulp-handelgedachte binnen ontwikkelingssamenwerking, een kans. Anderzijds wordt het bier agressief aan de man gebracht. De opkomende middenklasse wordt verleid haar salaris uit te geven aan (Heineken)bier. In cafe's wordt gestunt. De zure vruchten volgen als het bier weer de volle prijs kost, maar de consumptie 'op niveau blijft' (volgens plan van de brouwer). De samenleving wordt beschadigd door toenemend alcoholisme."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden