African Games moeten Marokkanen enthousiast maken voor hockeysport

Stichting wil af van wit imago Bond telt nog geen honderd Marokkaanse leden

Aan de African Games, die eind van de week in Zimbabwe beginnen, doen vier Nederlandse hockeyers mee. Salem Riani, Kai Zaoui en de broers Charif en Karim Bennani zijn spelers uit de Marokkaanse gemeenschap in Nederland die voor het Marokkaanse hockeyteam uitkomen. Ze kunnen redelijk goed hockeyen, al spelen ze wel enkele niveaus onder de hoofdklasse. Het is voor het eerst sinds decennia dat Marokko zich met een nationaal hockeyteam presenteert.

Het begon allemaal in Amsterdam-West waar hockeytrainer Jaap Suyk uit sociaal-maatschappelijke motieven in 2010 een hockey-academie oprichtte. Salem Riani (28), een van de Marokkaanse internationals, vertelt erover vanuit de Egyptische hoofdstad Caïro waar het team zich op de African Games voorbereidt:

"Het idee was een academie te beginnen om jongens uit de Marokkaanse gemeenschap te leren hockeyen. De Marokkaanse jeugd kent hockey helemaal niet. Dat wilden we proberen te veranderen."

Suyk trok de vier spelers aan die nu in het Marokkaanse team spelen. Op zich was het al uitzonderlijk dat Suyk hockeyers met een Marokkaanse achtergrond wist te vinden, want de hockeybond heeft nog geen honderd Marokkaanse leden.

Tezelfdertijd was koning Mohammed VI van Marokko bezig sport in zijn land te bevorderen vanuit de gedachte dat sport goed is voor sociale cohesie. Toen hij weet kreeg van het project in Amsterdam stelde de vorst 250.000 euro beschikbaar om ook in Marokko het hockey een nieuwe impuls te geven.

Onderdeel daarvan was de (her-) oprichting van een nationaal hockeyteam. Riani: "Zijn doel is iets voor de Marokkaanse emigranten in Europa te doen. Ik vind dat wel mooi, want ik heb ook zo'n groen paspoort van hem."

Voor het nationale team werden inmiddels in Casablanca vijftien spelers (derdeklasseniveau) geselecteerd. Met de vier spelers uit Nederland en twee Duits-Marokkaanse spelers vormen die het nationale Marokkaanse team dat aan de African Games gaat meedoen.

De hockey-academie in Amsterdam ging in december 2010 over in de Stichting Hockey Maroc. Suyk was toen al uit beeld. De doelstelling van de stichting is hockey populairder te maken onder de Marokkaanse jeugd in Nederland, vertelt secretaris Salim El Ghalbzouri.

"Sport is goed voor de sociale binding, voor verbroedering", legt hij uit. Hij heeft het als voormalig voorlichter van de Amsterdamse stadsdelen Slotervaart en Nieuw-West eerder meegemaakt. "We zijn daar met Marokkaanse jongens aan de slag gegaan bij een voetbalclub. Daar zijn mooie resultaten uit voortgekomen. Enkele van die jongens zitten nu bij AZ."

"We willen de African Games gebruiken als middel om hockey onder Marokkanen in Nederland te promoten", vertelt El Ghalbzouri. "De vier jongens die nu worden ingezet zijn ambassadeurs van de sport in hun bevolkingsgroep."

Riani blijft nuchter: "Rolmodel? Welnee. Dit is voor ons een mooie ervaring. We hebben een hockey-achtergrond en mogen nu aan de African Games meedoen. Daar gaat het ons om."

De Stichting levert het Marokkaanse hockeyteam faciliteiten, zoals kleding dankzij de contacten met een kledingsponsor. Na de African Games heeft het stichtingsbestuur een vergadering met de minister van sport over de mogelijkheden hockey onder de Nederlandse Marokkanen verder te ontwikkelen. Als het lukt de Marokkaanse populatie enthousiast te krijgen voor hockey, is er een enorm potentieel van 250.000 mensen beschikbaar.

Salim El Ghalbzouri kijkt nog wat verder vooruit: "Uiteindelijk gaat het niet alleen om Marokkanen. Het potentieel zit ook in andere bevolkingsgroepen waar nog niet gehockeyd wordt. Er is veel te winnen. Hockey is gelukkig veel opener geworden. Ik geloof niet dat hockey nog een 'wittemanssport' is."

Geen kunstgras, geen geld en nauwelijks sticks
Graag had de Stichting Hockey Maroc de spelers uit Casablanca naar Nederland gehaald voor een trainingsstage. Visa-problemen verhinderden de komst van het team, dat uitweek naar Caïro. Daar bereidt het team zich nu voor; morgen vertrekt de ploeg naar Harare, de hoofdstad van Zimbabwe. Zouden de spelers naar Nederland zijn gekomen, dan zou Jacques Brinkman, oud-international en hockey-icoon, de stage hebben geleid.

Ondanks de goede bedoelingen is Brinkman sceptisch: "Leuk dat ze met hockey begonnen zijn in Marokko, maar er is geen kunstgrasveld, ze hebben nauwelijks sticks en natuurlijk geen geld. Marokko staat niet eens op de wereldranglijst. Als je daar als ambitieuze coach instapt, moet je niet snel resultaten verwachten. Dat duurt tientallen jaren. Ik zie het werk van de Stichting vooral als een integratieproject. Wil je hockey op sportieve gronden in Marokko neerzetten, dan wordt het een project van vele jaren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden