Afra Wamsteker heeft een SoW-gevoel

LEIDSCHENDAM (ANP) - Afra Wamsteker-Meijer, de eerste vrouw in een topfunctie binnen de hervormde kerk, is in zekere zin de hervormde evenknie van drs. Ad van Luyn, nu nog directeur van het bureel van de r.-k. kerkprovincie in Utrecht, straks bisschop van Rotterdam. Mevrouw Wamsteker is echter naar de mens gesproken aan de top van haar hervormde carriere, die pas een jaar geleden begon.

Zij werkt in het hoofdkantoor van haar kerk “met een lekker gevoel. Het is veel interessanter en spannender dan ik had gedacht. Een baan en een omgeving waarmee ik me kan identificeren.” Zij noemt het opvallend dat er in het algemeen zeer gemotiveerde en getalenteerde mensen bij de kerk werken.

Tot een jaar geleden had deze organisatiedeskundige nog nimmer een kerkelijke functie bekleed. Zij werd toen de secretaris 'algemene zaken' van de hervormde kerk, tot dan toe steeds een dominee, laatstelijk ds.mr. J. Haeck, voordien dr. R. Mooi. Bij het opruimen van oude kranten had zij bij toeval de advertentie gezien, toen Haeck begin 1992 met onvrede was opgestapt.

In de hervormde kerk houdt de secretaris-generaal (thans dr. K. Blei) zich bezig met de bestuurlijke zaken in theologische en kerkordelijke zin, de secretaris 'algemene zaken' doet het beleidsvoorbereidende en -uitvoerende werk, zoals de financieringsvraagstukken en prioriteitenstelling. Om het in de woorden van mevrouw Wamsteker te zeggen: “Ik moet zorgen dat de dingen gebeuren en dat de hervormde kerk een gezonde en prettige organisatie is om in te werken. Verder probeer ik de creativiteit van de medewerkers los te krijgen.”

In de hervormde kerk werd tot voor kort weinig organisatorisch gedacht en op dat gebied trof Wamsteker achterstallig onderhoud aan. “Bijna iedereen zat te wachten op iemand die de organisatorische problemen op z'n nek wilde nemen.” Ook is zij degene die men boos kan aankijken, als er in het kader van het bezuinigingsplan 'Kiezen en delen' maatregelen genomen worden die personen betreffen.

Voorsorteren

Afra Wamsteker heeft inmiddels een groot 'Samen-op-Weggevoel', dat zij ook elders ziet groeien. “Binnen afzienbare tijd zitten we met gereformeerden en lutheranen in de verenigde kerk; we zijn aan het voorsorteren. Dat heeft een magneetwerking. Een bevrijdend idee”.

Zij is ook betrokken bij de voorbereiding van de bovenplaatselijke organisatie van de Samen-op-Wegkerk. De kritiek erop verraste echter haar en verantwoordelijke commissie en dwong tot herbezinning op belangrijke onderdelen.

De afwijzing heeft volgens haar enkele oorzaken. Het bewuste structuurrapport was vanuit een organisatiekundige invalshoek geschreven. Dat paste niet in het kader waarbinnen gewoonlijk in de hervormde kerk over zulke vragen wordt gedacht. Mensen vonden het centralistisch, omdat er woorden als beheersing en sturing stonden. Ook zou het synodelidmaatschap daardoor zo veelomvattend worden dat alleen nog predikanten, vut-ers en anderen zonder gewone baan de tijd ervoor konden vrijmaken.

Grondvlak

“Wij hebben inderdaad de instemming van het grondvlak niet gehaald. Je hoopt natuurlijk dat je er goed uitkomt. Tevoren hebben we bijvoorbeeld met werelddiakonaat en zending voorstellen doorgesproken en vervolgens bijgesteld. Toch bleek er naderhand onhelderheid over de vraag in hoeverre de commissie en deze organen het eens waren. Bovendien is het zo dat bij zulke onderhandelingen niet iedereen kan winnen.”

De organen van bijstand vreesden dat hun directe relatie met het grondvlak zou worden doorgeknipt. Zij dachten dat ze dan niet meer goed zouden kunnen functioneren. De commissie stond voor de keuze of “aparte winkels” die zelfverzorgend zijn (zelf geld werven), of organen van bijstand die alleen hun kerntaak uitvoeren en de fondswerving aan een gespecialiseerd orgaan overlaten. Dat was niet goed uitgewerkt en riep dus veel verzet op.

De medewerking van een adviesbureau is volgens Wamsteker bij het opstellen van de bovenplaatselijke organisatie “hard nodig”. Zo'n bureau, legt ze uit, is niet alleen deskundig, maar speelt ook de rol van de buitenstaander. Het heeft geen belang bij de uitkomst. Vaak blijkt zo'n exercitie toch een belangenstrijd.

Uit de afnemersanalyse, die de hervormde kerk vorig jaar hield, bleek dat de gemeenten bijna en bloc negatief over de bovenplaatselijke organisaties denken. “Dat is op zich ernstig genoeg, maar voor mij heeft het ook iets amusants.” In de kerkeraad waarvan zij lid is, bestaat 'boven' nog steeds niet, “zelfs als mijn eigen handtekening onder een brief staat”, zegt ze lachend. De verhouding tussen top en basis is sinds haar aantreden nog niet wezenlijk veranderd. Zij heeft er vertrouwen in dat het beter gaat worden.

De gemeenten zitten verder niet te wachten op alle ongevraagd drukwerk uit Leidschendam. “Daar is iedereen toch wel van geschrokken.” Mede door het wegvallen van de portvrijdom voor de kerken per 1 januari gaat de kerk het rondzenden van drukwerk danig beperken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden