Afkicken van de hulp

Minister Eveline Herfkens (ontwikkelingssamenwerking) reisde door arm Mozambique en concludeert dat het land 'donor-verslaafd' is. Hulporganisaties hebben de taak van het bestuur compleet overgenomen. Dus pakt Herfkens de dealers aan.

Ze klapt als haar wordt verteld dat een deel van het douanepersoneel is vervangen wegens corruptie. Ze is verrukt als de burgemeester van de Mozambikaanse hoofdstad Maputo laat weten dat hij er eindelijk in is geslaagd belasting te heffen. En ze is ontroerd als vrouwen op het platteland van hun karige inkomen wat schriften voor hun kinderen kopen.

Goed bestuur, goed beleid en een inkomen beneden de 925 dollar per jaar zijn voor Eveline Herfkens de formele criteria voor Nederlandse hulp aan arme landen. Maar waar de minister voor ontwikkelingssamenwerking bij haar bezoek aan Mozambique vooral op let, is of de Mozambikaan het heft in eigen hand wil nemen. Een koloniale oorlog en de daarop volgende bloedige burgeroorlog, hebben Mozambique over de rand van de afgrond geduwd. De economie stelt weinig voor, de democratie is flinterdun, de kwaliteit van het bestuur nog altijd laag en de politie verkracht vrouwen die aangifte komen doen van verkrachting.

Toch is er ook sprake van verzoening. Zowel president Chissano van het voormalig communistische Frelimo als de ooit door Zuid-Afrika gesteunde Renamo-leiders, laten weten dat een burgeroorlog wel het laatste is waaraan zij denken. En Herfkens hecht geloof aan hun woorden. Tegelijkertijd laat ze er geen misverstand over bestaan over wat ze te bieden heeft. Mozambique is 'donorverslaafd', en niet zo'n klein beetje ook. Herfkens wil het land wel helpen, maar alleen als de regering uit is op het dragen van eigen verantwoordelijkheid en zo snel mogelijk af wil van al die hulpverleners die in hun terreinwagens het land doorkruisen.

De hulp die Herfkens Mozambique biedt, zegt iets over de Nederlandse relatie met het land. Maar tegelijkertijd ook over de rol die Herfkens de 'Novibs' uit onze samenleving toebedeelt. Geld geven is goed, maar de ontvangende landen bepalen wat ermee gebeurt. Voor Herfkens is één ding duidelijk: onder haar bewind is paternalisme taboe, hoe goedbedoeld ook.

Mozambique staat op de lijst van 19 landen die in aanmerking blijven komen voor bilaterale hulp. Wat is de zwakte van dit land?

,,Hoewel je kunt zeggen dat er wonderen zijn geschied in vijf jaar, moet je ook vaststellen dat de democratie niet op rolletjes loopt. Er is geen evenwicht tussen politieke partijen, wat niet verbazingwekkend is nadat Frelimo zoveel jaar als één partij aan de macht is geweest. Uit de verhalen van de mensen begrijp ik dat ze pas twee, drie jaar geleden met het opbouwen van het bestuur zijn begonnen. En dan zijn ze al een heel eind gekomen. Ik ben in veel ontwikkelingslanden geweest waar lokaal bestuur absoluut niet bestaat, en waar de autoriteiten in de hoofdstad nog niet bedacht hebben dat dit nodig is. Uit Maputo komt momenteel goed nieuws: daar heeft men door dat lokaal bestuur belangrijk is. Er wordt in het bestuur geinvesteerd.''

Herfkens benadrukt dat ontwikkelingssamenwerking uiterst serieus genomen moet worden. ,,Als wij een fout maken, betaalt het land de rekening. Een ontwikkelingswerker moet niet lijken op die aap die in het oerwoud leeft en nog nooit een groot meer heeft gezien. Hij komt bij het water en dan ziet hij een vis. Die zwemt rond en spartelt met zijn staart. Die aap denkt: oh jee, die vis verdrinkt, haalt de vis uit het water en legt hem op een steen. De vis sterft en de aap denkt: hij is tenminste in waardigheid gestorven. Ontwikkelingswerkers lopen de kans om gelijke fouten te maken. We moeten ons beseffen dat we apen zijn die voor het eerst water zien.''

Mozambique is donorverslaafd, in de ontwikkelingssamenwerking is er sprake van een relatie tussen junky en dealer.

,,Dat klopt. Ik zeg in ieder gesprek dat de donoren zich moeten realiseren dat ook zij zich anders moeten gaan gedragen. De donoren werken aan de verslaving mee. Zo ben ik verbijsterd als ik hoor dat het Worldfood-program nog steeds in Mozambique actief is. Het probleem van die verslaving ontstaat aan het begin van de wederopbouw. Direct na een ramp of oorlog bestaat alle hulp uit noodhulp. Maar die wederopbouwfases duren doorgaans veel te lang. Natuurlijk, na een een oorlog zijn er zoveel gewonden en doden, er is geen functionerende regering, en hulpverleners pakken ieder probleem aan. Maar als zij dat te lang blijven doen, gaan de boeren niet meer zaaien. Als de hulpverleners voedsel uitdelen, waarom zou je het dan verbouwen en op de markt verkopen. Want wie zal de koper zijn? Het is dan gemakkelijker om de hand op te houden.''

De noodhulp moet dus uit Mozambique verdwijnen?

,,Ja dat klopt.''

Er zit een overvloed aan hulporganisaties in Mozambique. Alleen al de Nederlandse ambassade heeft vier A4'tjes met projecten in vrijwel elke secor. De niet-gouvernementele organisaties lijken als schaduw-besturen te opereren. Ontnemen zij de overheid de kans niet om zelf een rol te spelen?

,,Er zijn hulporganisaties als SNV en Icco die samenwerken met de provinciale autoriteiten. Maar ik ben ook Memisa tegengekomen die in Mozambique ziekenhuizen runt. Ik denk dat niet dit goed is. Als de directe nood voorbij is, moeten zulke organisaties geen ziekenhuizen of scholen blijven beheren. De regering moet dan een kans krijgen. Dat is de enige manier om ontwikkeling te laten beklijven.''

U bent daar tegen, maar het gebeurt wel, en de Nederlandse belastingbetaler betaalt er indirect ook voor.

,,Daarom wil ik ook een debat met de hulporganisaties. Ik wil discussie, niet alleen over wat ze doen, maar ook in welke landen ze opereren. Als zij werken in kansloze landen met een boevenregime, vind ik dat een goede zaak. Maar in landen met regeringen die weer willen aanpakken, moeten hulporganisaties zich beperken tot ondersteuning en de mobilisering van mensen.''

De overheden waaraan u geld geeft, moeten voldoen aan goed bestuur en goed beleid. Zou u niet meer eisen willen stellen aan de Nederlandse hulporganisaties Novib, Icco, Hivos en Bilance?

,,Bij het toekennen van geld aan overheden, kies ik eerst voor bepaalde landen en geef ze dan tot op zekere hoogte het voordeel van de twijfel. Als ik met eenzelfde werkwijze de hulporganisaties zou afgaan, zie ik geen reden een van de vier uit te sluiten. Dat neemt niet weg dat ik op korte termijn een gesprek over een taakverdeling wil. Ik wil horen waar ze precies mee bezig zijn en waarom.''

Het viertal wordt weleens als 'kartel' aangeduid. Zij verdelen de markt voor ontwikkelingssamenwerking. Wilt u af van het automatisme dat de vier tien procent van uw begroting krijgen? Hun bijdrage stijgt nu automatisch mee met uw begroting.

,,Kartel? Dat is uw woord. Vorig jaar heeft mijn voorganger weer voor vier jaar voor deze contructie getekend. Ik respecteer die afspraak voor de resterende periode van drie jaar. Ik zou die automatische groei echter nooit hebben afgesproken. Er is gesuggereerd dat ik de organisaties straks uit de landen met goed bestuur en goed beleid ga schoppen. Dat is onzin. Ik vind wel dat hun werk in landen waaraan Nederland bilaterale hulp geeft, moet worden beperkt tot het opbouwen van het burgerinitiatief.''

Toch claimen de vier het recht op autonomie.

,,Ik wil zulke woorden niet gebruiken, ze maken het gesprek dat ik nog moet voeren niet erg makkelijk. Ik heb wel vaker gezegd - ook bij Novib - dat hun inkomsten belastingcenten zijn en dat daarover natuurlijk verantwoording moet worden afgelegd. Onder andere aan de minister.''

Goed beleid en goed bestuur zijn de belangrijkste criteria voor bilaterale hulp van Nederland. Op de sociale top van Kopenhagen is de zogeheten 20-20-regel afgesproken. Donor en ontvangend land verplichten zich om zeker 20 procent te besteden aan onderwijs en gezondheidszorg. Is die regel niet volslagen overbodig als je als criterium goed bestuur hanteert?

,,Dat ben ik met u eens. Ik zal inderdaad in landen waarmee ik een brede, langdurige bilaterale relatie aanga - dat zijn er negentien - niet gaan vertellen in welke sector we zonodig geld moeten steken. Ik maak me overigens niet zo'n zorgen over deze regeling. In de twee landen die ik nu heb bezocht, Jemen en Mozambique, willen ze heel graag financiering voor onderwijs en gezondheidszorg. Die 20-20-afspraak is een goede regel om mensen te mobiliseren. De regel schept de noodzaak te investeren in basisgezondheidzorg en heeft het basisonderwijs op de agenda gezet. En de investeringen in mensen vinden niet alleen plaats uit solidariteit met de armen, maar zijn ook in economische zin het beste.''

Met Bhutan, Benin en Costa Rica heeft Nederland wederkerigheidsverdragen. De mensen uit Benin mogen hier iets zeggen over de HSL-lijn, omgekeerd zeggen de Nederlanders iets over het milieu in Benin. De organisatie Ecooperation beheert die verdragen en heeft de bijnaam het 'reisbureau'. Wilt u eigenlijk niet af van die verdragen?

,,Daar zal ik weinig over zeggen. Voordat ik aantrad, was daarover een wapenstilstand met de Kamer. We hebben afgesproken dat we in het jaar 2001 de praktijk evalueren. Er zijn compromissen die ik niet ga openbreken. Ik heb dat debat gemist. Ik was toen niet in Nederland.,,

Nog een keer. U wilt elke gulden besteden aan armoedebestrijding. Niet 99 cent, maar elke hele gulden. Zijn die miljoenen besteed aan de wederkerigheidsverdragen dan wel goed besteed? Het is toch niet te verkopen dat u geld geeft in deze vorm.

,,De Tweede Kamer heeft daartoe besloten, niet ik.''

Dat was dan toch geen wijs besluit?

,,Dat zullen we na de evaluatie vaststellen. Dan kom ik er graag op terug.''

Toenmalig minister van ontwikkelingssamenwerking Pronk heeft vorig jaar bij de introductie van de Max Havelaar-thee gezegd: ik wil wel wat voor de sector van eerlijke handel doen, maar de organisaties zijn me te versnipperd. Er is nu een idee voor een 'keurmerk der keurmerken'. Spreekt dat u aan?

,,Ik heb daar mijn twijfels over. Ik zie niet hoe dat moet. Ik weet ook niet of het zinvol is als je alleen in Nederland met zo'n keurmerk werkt. En daarbij, ik weet niet of het strijdig is met de regels van de Wereldhandelsorganisatie WTO. Het is ook maar de vraag of dat enorme debat dat gevoerd moet worden, wel zin heeft. Ik betwijfel of er een koffieboer in een ontwikkelingsland is die er beter van wordt...''

Pronk heeft gezegd dat hij niet bereid was om met geld over de brug te komen voor eerlijke handel voordat het debat gevoerd was.

,,Daartoe ben ik wel bereid. Wellicht dat Max Havelaar te helpen is met een subsidie voor een marketingplan. Het steunen van organisaties die bewezen hebben dat ze het goed doen, vind ik beter dan het betalen van een discussie over een keurmerk der keurmerken. Dat grote plan vind ik niet zo'n goed idee. Ik kijk liever naar wat kleinere plannen.

Maar dat was Pronk nu net niet van plan.

,,Nou, dan doe ik dat toch anders.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden