Afkerig van hebzucht

Bankieren is een ambacht, vond jonkheer Erik Beelaerts van Blokland. Van de bonuscultuur moest hij niets hebben.

Hij was niet uit op het grote geld. ’Als je rijk wilt worden, moet je ondernemer worden, geen bankier’, zei hij altijd.

Jonkheer Erik Beelaerts van Blokland zag het bankiersvak als een ambacht. Een bankier doet transacties. Hij verleent kredieten of begeleidt klanten bij het zakendoen. Na zijn rechtenstudie in Leiden en het vervullen van de dienstplicht koos hij daarom voor Pierson, een handelsbank met een bijna honderdjarige traditie. Hij was er trots op dat hij er werkte. De bank kwam altijd op de eerste plaats, daarna hijzelf pas. Hij zou het overgrote deel van zijn loopbaan bij Pierson blijven. Die loyaliteit zat in zijn genen.

Tegelijk met de baan huwde hij de drie jaar jongere Pauline Kraijenhoff. Ze betrokken een flat in een Leidschendamse nieuwbouwwijk. Hun ouders kenden elkaar uit de kring van Engelandvaarders, de Nederlandse mannen en vrouwen die tijdens de Duitse bezetting naar Engeland wisten te ontsnappen om zich aan te sluiten bij de geallieerde strijd. Twee van zijn ooms waren oorlogshelden: Jan Beelaerts van Blokland en Erik Hazelhoff Roelfzema, de Soldaat van Oranje. Thuis werd er veel over de oorlog gepraat, die ook op een andere manier invloed had op het gezin. In de oorlogsjaren raakten zijn beide ouders van elkaar vervreemd. Ze gingen uiteen toen Erik vijf was. Zoals vaak bij kinderen van gescheiden ouders maakte het hem jong volwassen en zelfstandig. De band met zijn beide ouders bleef warm. Zijn keus voor een rechtenstudie lag voor de hand. Zijn vader Kees was, evenals veel Beelaertsen, advocaat.

Nadat hij in drie jaar met een collega een Londense vestiging van Pierson had opgezet, haalde de bank Erik Beelaerts terug. Hij werd toegevoegd aan de merchant bankers, de afdeling die grote bedrijven begeleidt bij een beursgang en adviseert bij kapitaalmarkttransacties. Het bleek een gouden greep. In een mum van tijd bouwde Beelaerts een indrukwekkend netwerk op van de mensen die ertoe deden in de zakenwereld en pikte de ene na de andere grote opdracht op voor de bank. Het netwerken zat hem in het bloed, het gemak waarmee hij omging met mensen van verschillend slag, z’n vriendelijkheid en humor maakten dat hij overal ’langs mocht komen om te praten’. Zijn naam belandde in het lijstje van de 15 à 20 top-merchant bankers in Nederland. Maar daar deed Beelaerts het niet voor, hij deed het voor de bank. Hij gedijde in de haast studentikoze sfeer bij Pierson waar snoeihard werken hand in hand ging met erna bier drinken in een aanpalend café en samen leuke dingen doen buiten het werk. En de platte organisatie, de focus op het bedrijfsleven, en de grote zelfstandigheid voor werknemers pasten bij zijn manier van werken.

Die typische ’Pierson-cultuur’ verdween echter door een fusie en een latere overname door Fortis. In 1993 voegde moederbedrijf ABN Amro Pierson samen met Bank Mees & Hope en verloor ze haar zelfstandige positie. Beelaerts, inmiddels bestuurder, leed onder de besluiteloosheid van de ABN Amro-top wat het aanmoest met de fusiedochter. Maar toen jaren later ABN Amro slachtoffer werd van diezelfde besluiteloosheid, zei hij niet ’zie je wel’. Dat paste niet bij z’n milde natuur.

Wel hield hij de eer aan zichzelf en werd merchant banker bij de Zwitserse zakenbank UBS Warburg die in Nederland neerstreek. De ogenschijnlijke stap terug ervoer hijzelf als een verademing: terug naar het ambacht. De oude klanten wisten hem te vinden. Bij grote transacties zoals bedrijfsovernames liet hij hulptroepen invliegen vanuit Londen.

Bij Pierson ervoer Beelaerts al de veranderende zeden in de bancaire wereld. Jong talent meldde zich aan zijn bureau met het verzoek om een forse loonsverhoging omdat ze in Londen het dubbele salaris konden krijgen. Hij antwoordde dat ze dan maar naar Londen moesten gaan. Later keerde hij zich als bestuurder van een van zijn bedrijven tegen een buitensporige loonsverhoging van de directie. Maar die principiële opstelling bleek onhoudbaar. Een compleet team van handelaren vertrok op een gegeven moment bij Pierson op jacht naar het grote geld.

De bonuscultuur die na zijn vervroegde uittreding overwoei vanuit Engeland en de Verenigde Staten verafschuwde hij. Van het grote graaien moest hij niets hebben. Hij mengde zich niet in de publieke discussie erover, daar was hij de man niet naar. Maar onder oude bankvrienden ging het gesprek er regelmatig over. Je kreeg een net maandsalaris van de bank en dat was genoeg, vond hij.

Het had mede te maken met zijn protestantse levensovertuiging, waardoor hij afkerig was van hebzucht.

Beelaerts was een betrokken lid van de PKN-kerk in Blaricum. Hij vond in het christelijk geloof geborgenheid en had een bijna naïef vertrouwen in een God die zorgt, in weerwil van de vele rationele vragen die te stellen zijn. Hij hechtte eraan dat z’n dochters alledrie in de kerk trouwden. En er was een zekere soberheid: de oude Volvo voor de deur en de tweedehands aangeschafte grasmaaier die het regelmatig begaf. Maar niets leukers dan ergens aan sleutelen. En een goed glas wijn en cultuurreizen in Italië hoorden er evengoed bij.

Hij voedde z’n drie dochters op tot zelfstandigheid. Voor een sluis gaf hij het roer over aan de twaalfjarige Elena om de zeilboot aan te leggen. Als er onweer dreigde tijdens een wandeling moesten ze zelf hard doorlopen in plaats van veilig aan de hand van pa. En toen twee van de drie kozen voor een kunstopleiding steunde hij ze, ook al had hij in stilte z’n zorgen of ze daarmee wel hun brood konden verdienen.

Vorig jaar nog regelde hij de herdenking van Hazelhoff Roelfzema in Wassenaar, behalve oom ook een goede vriend. Het vroeg stuurmanskunst om dat vlekkeloos te laten verlopen. Dat lukte dankzij Beelaerts kwaliteit als diplomaat en bemiddelaar, die lol had in dit soort klussen. De gave kwam hem ook van pas bij het oplossen van een conflict in de Blaricumse kerkgemeenschap enkele jaren terug en bij een reorganisatie bij het Prins Bernhardfonds, een van de vele goede doelen waaraan hij zich de laatste jaren wijdde. Als eerste bestuurder trok hij het land in om met alle provinciale afdelingen te praten, niet een maar twee keer in een jaar.

Toen hij recent een zoveelste charitatieve bestuursfunctie aanvaardde, informeerde Pauline voorzichtig of hij er dan ook een zou laten vallen. Hij lachte dan en zei: „Ik ben nog niet gepensioneerd, ik ben nog geen 65.”

Hun veertigjarig huwelijk vierden ze in mei vooruit, met kinderen en kleinkinderen in Italië, omdat de jongste dochter in oktober haar eerste verwacht. De officiële mijlpaal heeft Erik Beelaerts niet meer mogen bereiken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden