Afghanistan is een onmogelijk ontwikkelingsproject

Toen de Amerikanen zich een jaar of zes geleden met Afghanistan gingen bezighouden, had de papaverteelt weinig betekenis meer. De taliban hadden in vrijwel het hele land een eind gemaakt aan de verbouw van dit traditionele gewas. Nadat ze door de Amerikaanse troepen waren verdreven, leefde de papaverteelt weer op. Ze voorziet momenteel voor negentig procent in de wereldbehoefte aan heroïne.

Volhandig als hij was met het vestigen van democratie in Irak, moet het president Bush niet meteen zijn opgevallen dat er in Afghanistan iets helemaal misging. Wakker werd hij pas toen het afgelopen jaar bleek dat de taliban niet alleen bezig waren terug te keren maar bovendien van de nieuwe drugsproductie profijt trokken.

Vandaar dat de Afghaanse president Karzai door Bush al geruime tijd gesommeerd wordt de papavervelden door besproeiing te laten vernietigen. Karzai aarzelt. Hij kent heel wat krijgsheren/drugshandelaren – zelfs als parlementsleden – die hem dat hoogst kwalijk zouden nemen en hij vreest waarschijnlijk ook voor onrust onder de getroffen boeren. Niettemin is hij – tenslotte zetbaas van Bush – onlangs door de knieën gegaan. Hij weigert nog het rigoureus besproeien van de velden maar heeft zich bereid getoond het eerst met omploegen te proberen. De provinciale gouverneurs zijn onlangs dienovereenkomstig geïnstrueerd.

Ook gouverneur Munib van ’onze’ provincie Uruzgan heeft van Karzai opdracht gekregen met het omploegen dan wel platwalsen van de niet weinige papavervelden aan de slag te gaan. Hij had echter buiten de waard gerekend dat wil zeggen buiten onze minister Van Ardenne van ontwikkelingssamenwerking, die deze week Munib prompt te verstaan gaf dat hij de orders van zijn president moet weigeren, waarmee tevens Bush op zijn vingers wordt getikt. Bovendien bruuskeert Van Ardenne haar collega van Defensie Henk Kamp, die het nu juist wél met Bush eens is. Wie beslist in Den Haag eigenlijk over ’Afghanistan’?

Het is niet zo dat Van Ardenne geen punt heeft. Ze vreest terecht dat veel door het vernietigingsproject getroffen boeren hun vertrouwen in de Nederlandse opbouwinspanningen zullen verliezen en zelfs de kant van de taliban zullen kiezen.

Toch blijft de opdracht van de minister aan gouverneur Munib om insubordinatie te plegen, een lachertje. Karzai staat toch al bekend om zijn geringe invloed in het land – hij wordt ’president van Kaboel’ genoemd – en Van Ardennes ingrijpen, nota bene via een gouverneur, verzwakt zijn positie nog verder. Bovendien kan men zich afvragen of in de andere provincies van het land eenzelfde spelletje wordt gespeeld. En of Amerika zich van al dit geharrewar veel zal aantrekken.

Het kleine incident van deze week verraadt een tweede groot probleem waarmee de Nederlanders, en eigenlijk alle buitenlanders, in Afghanistan worstelen. Het eerste is overbekend: hoe moet een houdbaar evenwicht worden gevonden tussen de opbouwtaken en de bestrijding van het terrorisme? De recente verwonding van vijf Nederlandse militairen heeft nog weinig commentaar uitgelokt maar wat zou de reactie zijn geweest indien de vijf door de aanslag gedood zouden zijn? Zou de plaatselijke commandant nog altijd militair onnodige risico’s hebben toegestaan?

De discussie over de vernietiging van de papaverteelt loopt over een vergelijkbaar spoor, te weten de onvermijdelijke spanning tussen de militaire en opbouwbelangen enerzijds – onder het motto: don’t rock the boat – en de even noodzakelijke interventie in een ongezonde economie die op drugshandel drijft.

Dit tweede probleem is zo mogelijk nog minder oplosbaar dan het eerste. Wat men zou moeten doen is een oppervlakte van zo’n 160.000 hectare papaverteelt vervangen door velden met geheel andere gewassen, zoals katoen, bloemen of fruit. Dóen vervangen, want de Afghaanse boertjes zullen het zelf moeten willen en kunnen.

De hele gedachte is dwaasheid. Ze veronderstelt niet alleen medewerking van die boeren maar ook voldoende kennis van andere gewassen en de aanwezigheid van distributie- en transportfaciliteiten, om van afzetmarkten maar te zwijgen. Ik moest denken aan onze negentiende-eeuwse Brabantse keuterboeren, die alleen tot de toepassing van kunstmest waren te bewegen toen meerdere pastoors door middel van proefveldjes het nut ervan hadden aangetoond. Maar hoeveel pastoors telt Uruzgan?

Afghanistan is een onmogelijk, om niet te zeggen onzinnig ontwikkelingsproject. Allereerst zijn er te veel bemoeiallen aan het werk: niet minder dan 35 landen hebben er ’reconstructieteams’, die allemaal op eigen houtje druk zijn. Ten tweede is de tijd te kort: koloniale ontwikkeling – want dat is het – vereist een inspanning van meerdere generaties, niet van enkele jaren. Ten derde: het kolonialisme is inmiddels geschiedenis, zeker in een land als Afghanistan, dat nooit voor buitenlandse machten heeft willen bukken.

Het lijkt zo mooi: een derdewereldland door eerstewereldlanden te laten helpen. Maar het is illusiepolitiek: doe wat je wilt, het antwoord zal onwelwillend zijn en blijven. Noem het stank voor dank, maar leer uit de koloniale geschiedenis dat dit de normale reactie is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden