Afghanistan / De oorlogseconomie van 'hotel Massoed'

Oorlog is zakendoen in een ellendige omgeving. De internationale pers spekt de kas van de Noordelijke Alliantie in Afghanistan met haar dollars en ontregelt het toch al zware bestaan in dit dorre woestijngebied.

door Wendelmoet Boersema

'Hotel Massoed' staat niet in de Lonely Planet. De gebouwen van het ministerie van buitenlandse zaken in het Noord-Afghaanse dorp Khoja Baw Din dienen deze weken als onderkomen voor buitenlandse journalisten. Gluren door de spleten van een van de dichtgetimmerde ramen geeft een onbehaaglijk gevoel. Het plafond en de muren van deze kamer zijn nog steeds zwartgeblakerd. Een beschadigde kroonluchter bungelt in de wind. Op 9 september gaf Achmed Sjah Massoed - de charismatische leider van het Afghaans verzet - hier zijn laatste interview. Een bom in de camera van de nepjournalist maakte een eind aan zijn leven.

Maar deze aanslag maakte geen eind aan de gastvrijheid van de Noordelijke Alliantie, waar Massoed en de zijnen bekend om stonden. In de andere helft van het gebouw liggen de hal en de kamers vol met matrasjes, slaapzakken en apparatuur van journalisten. Naast de enige douche -water niet gegarandeerd- is de kamer voor de vrouwen. Zij moeten van de gastheren apart slapen. Soldaten, belast met de bewaking van het ministerie, hangen rond bij de ingang en kijken nieuwsgierig naar de satelliettelefoons waarmee journalisten op het zanderige terras hun stukken doorzenden. ,,Mag ik even naar Iran bellen? Daar heb ik familie'', vraagt er een, een vodje met een telefoonnummer in de hand.

Gastvrijheid schrijft de Noordelijke Alliantie echter sinds een paar weken met de G van Geld. Af te rekenen in dollars, graag. Terwijl de Amerikanen hun coalitie tegen terreur vormden, haastte de wereldpers zich naar Pakistan en Tadzjikistan. Vanuit dit laatste land vertrokken naar schatting achthonderd journalisten naar het kleine gebied dat het Afghaans verzet beheerst. Meer dan de helft zit in de Pansjir-vallei boven Kaboel, de rest bij Faizabad en de noordelijke frontlinie vlakbij Khoja Baw Din.

Een beetje rondvragen onder collega's, vooral bij diegenen die als eerste Noord-Afghanistan binnenkwamen, levert een mooi plaatje op van exponentieel stijgende curves. Een visum voor Noord-Afghanistan? Was vijftig dollar, nu tweehonderd. Meeliften op een truck vanaf de grens: eerst gratis, nu gaan al verhalen van een stelletje Japanners dat honderd dollar afhandig is gemaakt. Het verblijf in 'hotel Massoed' op basis van halfpension - ontbijt van thee en brood en diner van rijst met lepelvol bonen - kost nu twintig dollar per nacht, eerst vijf.

De prijzen voor auto's en chauffeurs rijzen de pan uit. Na de eerste Amerikaanse bombardementen betalen journalisten voor de driedaagse autorit naar de Pansjir-vallei geen vierhonderd dollar meer, maar tweeduizend. Weg van hier, mopperen de meeste journalisten, maar elders is het niet anders. De wetten van de vrije markt werken ook in een uitgedroogd oorlogsgebied. De Noordelijke Alliantie beheerst de schaarse benzinevoorraden en de beschikbare jeeps en kan dus vragen wat de gek ervoor geeft. De prijzenoorlog doet zelfs ervaren oorlogsverslaggevers met de ogen knipperen.

De verslaggever die onafhankelijk van alles en iedereen de oorlog verslaat, bestaat niet in Afghanistan, als hij al bestaat. Natuurlijk gaan er verhalen over de oude rotten in het vak, die vloeiend de taal spreken en per ezel de frontlinie langsreizen. Maar wie om de dag stroom nodig heeft voor zo'n satelliettelefoon, een tolk of een auto, moet in de buurt blijven van de rest. Een huis huren elders in het dorp kan wel, maar ook dat loopt via de Alliantie.

Abdul Halim Entezar is naar het ministerie gestuurd door de autoriteiten, een dag geleden. ,,Ze zeiden dat wie Engels sprak, zich moest melden'', zegt de voormalige literatuurdocent uit Kaboel. Hij werkte vier jaar in Duitsland - ,,de disco, dat vond ik erg'' - en laat zich niet opjutten door de dollarkoorts van de anderen. ,,Tijd is niet duur in Afghanistan'', grapt hij. Maar een tolk wel. Entezar neemt genoegen met honderd dollar per dag, maar anderen vragen rustig meer of lappen gemaakte afspraken aan hun laars. En ervaring met vertalen heeft vanzelfsprekend niet iedereen. Sabbad Allah, een onverstoorbaar vrolijke jongen met enige basiskennis van het Engels, heeft de gewoonte de vragen van de journalisten eerst zelf te beantwoorden. Over de geïnterviewde zegt hij laconiek: ,,Geloof deze man niet, hij liegt dat-ie barst.''

's Nachts zoemen op het terrein van Buitenlandse Zaken de generatoren van de Amerikaanse tv-ploeg NBC, vijftien man sterk aanwezig. Een wilde hond die vanaf het naastgelegen kerkhof de grote schotel wil besnuffelen, krijgt een welgemikte steen naar z'n hoofd. De tv-schotel is ingevlogen per charter, wat alleen al 80 000 dollar kostte. ,,Ik schat dat de hele operatie NBC minstens een paar miljoen gaat kosten'', aldus Dana Lewis, de Moskouse correspondent van NBC. ,,Maar dat hebben we er makkelijk voor over. De kijkcijfers zijn de lucht in geschoten. Oorlog is absoluut goed voor tv.''

Hij haalt een pak melk uit de koelkast, die gisteren arriveerde samen met de nieuwe voorraden. Verschil moet er wezen met de rugzakjournalisten. Thomas Bear, een cameraman van NBC die zijn achternaam eer aandoet, schreeuwt: ,,Jongens er komt volgende week een nieuwe zending per vliegtuig naar Doesjanbe, iemand nog wat nodig?'' Alleen schone sokken, zegt Josh. ,,Maten moet ik hebben, maten'', bromt Thom.

Voor informatie over wat er aan het front gebeurt, hoeft de pers niet bij de medewerkers van het ministerie te zijn. Zij beperken zich tot het uitschrijven van reisbrieven voor de chauffeurs, het organiseren van slaapplaatsen en hangend op de bank tv-kijken. Satelliet-tv, geïnstalleerd door de technici van NBC. ,,Daarna vroegen ze ons op het dak van het ministerie van defensie een schotel te plaatsen, vervolgens bij de commandopost bij het front, maar dat hebben we niet gedaan. Wij voeren hier tenslotte geen oorlog'', zegt Thom. De stroomgenerator van NBC is wel aan de Alliantie beloofd. ,,Dat is goedkoper dan terugbrengen naar de VS'', aldus Thom.

Achmad Zubair, het hoofd van het kantoor, krijgt soms per radioverbinding wat nieuws van het front door, over de dorpen die de Noordelijke Alliantie heeft ingenomen. Maar geliefder is het grapje - elke dag opnieuw bruikbaar - op de vraag naar nieuws: ,,Jazeker, drie (vier, vijf) dagen geleden heeft Amerika de Taliban aangevallen.''

Hoewel, bij de journalisten is ook niet iedereen even goed op de hoogte. ,,Hey, bidden die moslims op vrijdag of op zaterdag?'', informeert een pas gearriveerde correspondente van de Voice of America. Een tolk legt een journalist geduldig uit: ,,Om een mollah te spreken, hoeven we niet per se naar de moskee. Een mollah is een iemand met kennis van de islam.'' Entezar vraagt na twee dagen verwonderd: ,,Waarom noemen jullie onze minister van buitenlandse zaken Abdullah Abdullah?'' Het weerwoord dat deze naam zo in de grote internationale persbureaus opdook, doet Abdul uitbarsten in een schaterlach. ,,Jij heet toch ook niet Wendelmoet Wendelmoe? Het is doctor Abdullah en niet anders.'' In het kantoor van Abdullah bevestigen ze het gelijk van Abdul. ,,Dagen heb ik 'm voor miljoenen kijkers Abdullah Abdullah genoemd, hoe kom ik daar nu weer elegant van af'', moppert de NBC-correspondent.

Lang het ronde plein in het centrum van Khoja Baw Din zitten de wisselkantoortjes. Dikke stapels vaalblauwe 'Afghani' liggen in een glazen toonbankje, een stel relaxte Afghanen hangen erachter op kussens. De koers van de dollar is tot de helft gezakt sinds de eerste helikopter met journalisten overvloog. De wisselaars lopen deze weken binnen, ten koste van hun dorpsgenoten. De jonge Suraya is lerares in de Koranschool in het naburige Lologazarka. Haar salaris is vastgesteld op dertig dollar, maar wordt elke maand uitbetaald in Afghani. ,,Ik verdien de helft minder zolang jullie hier zijn'', zegt ze met een verlegen glimlach. ,,Gelukkig werkt mijn man bij het Rode Kruis.''

Juist om deze situatie te vermijden - hogere prijzen vanwege de buitenlanders - kopen de humanitaire hulporganisaties hun eigen voedsel en benodigdheden al jaren niet op de lokale markten. ,,Dat gaat ten koste van de koopkracht van de bevolking'', zegt Mohammed Mahir Yaqobi van Acted, de grootste humanitaire hulporganisatie in Noord-Afghanistan met 120 lokale medewerkers. In het Acted-kantoor zijn alle stopcontacten bezet. Journalisten lopen in en uit, slapen 's nachts op de vloer en staan op de wachtlijst om mee te rijden met de hulpkonvooien naar de Pansjir-vallei. Dat duurt langer, maar is goedkoper dan een eigen auto huren.

Yaqobi verwacht dat de vluchtelingenstroom door de bombardementen aan zal zwellen. Aan de andere kant keren de families in dit gebied misschien massaal terug zodra het noorden op de Taliban wordt heroverd. Naar hun deels verwoeste huizen, met de winter voor de deur.

De plotselinge aandacht van de wereld voor de nood in Afghanistan is goed voor de fondsenwerving, maar heeft een keerzijde. ,,We staan voor een gigantische taak'', zegt Yaqobi. ,,Helaas kunnen we momenteel geen goede lokale medewerkers meer krijgen. Die willen allemaal voor de pers werken. Een tv-ploeg probeerde zelfs een staflid van ons weg te kopen.''

De tolken - vrijwel de enige jongemannen in dit gebied met een goede opleiding - willen met hun verdiende dollars slechts één ding. Een enkeltje naar het Westen. ,,Tadzjikistan binnenkomen is niet moeilijk, daar heb ik contacten bij de Afghaanse ambassade'', zegt Sjakib Mastur, een gevluchte medicijnenstudent uit Kaboel. De prijzen variëren volgens de jongens van zeven- tot twaalfduizend dollar, afhankelijk van de bestemmingen in West-Europa of Canada. Mastur heeft een verloofde in Canada, een meisje dat al vier jaar geleden het land ontvluchtte. De bruiloft hebben de wederzijdse moeders telefonisch geregeld.

Nederland is een van de favoriete reisdoelen, omdat er al veel Afghaanse vluchtelingen wonen. Ustad Naeem Ayoubi loopt rond met frommelige kopietjes van zijn CV en van de cursus Engels die hij in een vluchtelingenkamp in Pakistan heeft gevolgd. Gretig luistert hij naar informatie over de asielwetgeving in Europa. Ayoubi wil via Moskou naar Amsterdam en vraagt of-ie dan langs mag komen.

Zolang de Amerikanen en Britten doorgaan met hun acties zullen de journalisten blijven komen en valt er voor Mastur en Ayoubi nog goed te verdienen. Ook de Tadzjieken die de grens met Afghanistan bewaken, zijn wakker geworden. Ze spelen onder een hoedje met de enkele chauffeurs die je terug naar Doesjanbe kunnen helpen. In een gedeukte keet 'controleert' een ongure, naar wodka stinkende grenswacht de bagage. ,,Geen declaratieformulieren ingevuld? Daar moeten jullie even goed over nadenken'', zegt hij en steekt steels vier vingers op. Gebarentaal voor vierhonderd dollar, maar er valt af te dingen.

Bij de volgende post laat soldaat Akram een briefje zien. Weer smeergeld? Deze keer niet. ,,Onze spionnen hebben net doorgegeven waar Osama bin Laden zit'', zegt hij enthousiast. ,,In het dorpje Soeboeri bij Jalalabad met een paar duizend strijders.'' Gaat Akram een gooi doen naar de miljoenen dollars die Amerika heeft uitgeloofd voor de gouden tip? Nee. Akram blijkt bijna de enige zonder dollartekens in de ogen, al verdient hij maar zeven dollar per maand. ,,Ik blijf op m'n post. Iemand moet toch hier in de woestijn zitten en het vaderland verdedigen?''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden