Afghaanse oorlogsmisdadigers voor de rechter

Gepraat wordt er al heel lang over de aanpak van vermeende Afghaanse oorlogsmisdadigers in Nederland, maar vandaag komen de eerste twee verdachten daadwerkelijk voor de rechter.

Hesamuddin H. (56) uit Boskoop en Habibullah J. (58) uit Benschop worden verdacht van 'schending van de wetten en gebruiken van de oorlog, zoals vastgelegd in het Verdrag van Genève van 12 augustus 1949'. Beiden waren ten tijde van het communistisch bewind in Afghanistan (1978-1992) betrokken bij de militaire tak van de Afghaanse veiligheidsdienst Khad: H. gaf leiding aan deze dienst, J. was hoofd van de afdeling ondervraging.

Beiden wonen hier al jaren illegaal. Hoewel ze geen verblijfsvergunning kregen, werd hen nooit een strobreed in de weg gelegd. Ons land gold in de jaren negentig als veilig toevluchtsoord voor Afghaanse schenders van mensenrechten. Naar verluidt hebben vele tientallen ex-machthebbers in die periode hun heil hier gezocht. Een aantal kreeg zelfs een vluchtelingenstatus.

De roep om hier wat aan te doen vond in 1997 gehoor bij de toenmalige staatssecretaris Schmitz (justitie). Zij wilde mensenrechtenschenders voortaan een verblijfsvergunning onthouden. De Hoge Raad oordeelde omstreeks dezelfde tijd dat de Nederlandse rechter buitenlandse oorlogsmisdadigers mag berechten.

In 1998 werd daartoe het Nationale opsporingsteam voor oorlogsmisdrijven opgericht. Vier jaar later concludeerden onderzoekers van de universiteit in Utrecht dat het werk van het Novo-team niet meer voorstelde dan 'het zoeken van een speld in een hooiberg'. Veel verder dan het bestuderen van papieren dossiers kwamen de Novo-medewerkers niet.

Verantwoordelijk officier van justitie Marleen de Roos verdedigde zich tegen de kritiek door te stellen dat dit soort dossiers moeilijk voor de rechter te brengen zijn: het betreft oude zaken zonder technisch bewijs; getuigen zijn moeilijk te vinden, getraumatiseerd of onbetrouwbaar. Landen van herkomst werkten niet mee. En dan was er ook nog een chronisch, nijpend personeelstekort bij het Novo-team. Met slechts vijf medewerkers is het lastig speuren.

Toenmalig minister Korthals van justitie nam zich de kritiek ter harte, mede ingegeven door de komst van het internationale strafhof naar Den Haag. Nederland mocht geen toevluchtsoord worden voor oorlogsmisdadigers. Hij breidde het Novo-team uit met twintig rechercheurs, deskundigen en tolken, en verplaatste de coördinatie van het openbaar ministerie in Arnhem naar het landelijk parket in Rotterdam.

Het team van officier van justitie Fred Teeven ging enthousiast aan het werk en boekte vorig jaar zowaar zijn eerste succesje: een 51-jarige ex-kolonel uit Congo met de bijnaam 'Koning der beesten' werd door de rechtbank in Rotterdam tot 2,5 jaar cel veroordeeld wegens foltering van een landgenoot.

Met de aanhouding van de twee Afghaanse verdachten ligt wellicht nieuw succes in het verschiet. Kosten noch moeite zijn gespaard: getuigen in Nederland, Afghanistan en Pakistan hebben belastende verklaringen afgelegd. De vraag is of dat voldoende zal zijn om ze veroordeeld te krijgen. Vrijspraak zou het opsporingsenthousiasme wel eens flink kunnen temperen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden