Afgestompte Sovjetkinderen

Met verbluffende precisie toont Sana Valiulina wat het Sovjetsysteem aan beschaving kapotmaakte - en hoe de perestrojka niets oploste

In haar aangrijpende debuutroman 'Didar & Faroek' beschreef Sana Valiulina de Stalintijd aan de hand van de levensverhalen van haar beide ouders, die Tataarse moslims waren. In haar jongste roman fileert de schrijfster, die sinds 1989 in Nederland woont, de sovjet-mentaliteit gedurende het bewind van Brezjnev (1964-1982). Die periode heeft de schrijfster zelf meegemaakt. Valiulina werd geboren in Tallinn, in het jaar dat Brezjnev aan de macht kwam. Dat Estland ook ideologisch werd ingelijfd bij de Sovjet-Unie (in haar roman consequent aangeduid als 'Het Imperium van het Kwaad') heeft de schrijfster zelf ondervonden als lid van de pioniers. De Sovjetleuzen die ze destijds moest scanderen, klinken door in haar roman. "En weer werd het leven beter en vrolijker," zo bespot een personage de beruchte leuze die Stalin in de jaren dertig lanceerde, "hysterische, pseudo-optimistische mededelingen, waar niemand meer enig geloof aan hechtte."

'Kinderen van Brezjnev' biedt niet alleen verontrustende sfeerbeelden uit de Sovjettijd, het sluit af met een cryptische parabel over een machthebber die beseft dat zijn rijk ten einde loopt. Het eerste deel speelt zich af in de jaren zestig, het tweede eind jaren zeventig en het derde in de periode na de val van het communisme. Maar welk tijdperk Valiulina ook fileert, altijd is de sfeer even onheilspellend, verontrustend en grimmig. Soms lijkt het wel of je in een macabere thriller bent beland, maar het is allemaal nog veel erger, want deze roman doet nergens verzonnen aan. Valiulina schrijft met zoveel kennis van zaken over het Sovjetleven dat haar boek documentair overkomt. Ze sleept ons mee naar de krochten van het immense 'Imperium van het Kwaad' om er de uitwassen van te tonen.

Het eerste deel speelt zich af in het vakantiedorp Ruha, waar jaarlijks dezelfde families bijeenkomen. Daar ontmoeten we Erika, 'de vrouw van de zwarte kapitein', die de zomergasten vertelt over alle westerse spullen die ze voor haar nieuwe huis heeft weten te bemachtigen, tot aan een blauwe wc-pot uit Finland toe. Laat het nu net haar zoon Tomas zijn die in de loop van het verhaal begint rond te spoken om meisjes te vermoorden. Althans, die suggestie wordt gedaan, de schrijfster wordt nergens expliciet. Ze voert enkel een opmerkzame waarnemer op in de figuur van een meisje dat al jaren gefascineerd wordt door de familie. Zij heeft sterke vermoedens over de ware bezigheden van de bizarre Tomas, maar verder is er niemand die erom maalt. Het lijkt wel of Valiulina wil tonen hoe onverschillig de Sovjetmens is geworden.

Het tweede deel is nog grimmiger. Het vangt aan met een blik over het mistige Tallinn in de maand november. We schrijven 1979: "Aan de zuidoostzijde was de stad omringd door stille, donkere nieuwbouwwijken, bos en braakliggende grond. En daar werden dan ook de voor verschillende doeleinden benutte en na gebruik weggeworpen lichamen gevonden." Temidden van alle verdwijningen, schrijven de kranten over de moord op een zekere Potopova, die heeft plaatsgevonden uit wraak omdat haar vader in 1949 heeft meegeholpen aan de deportatie van weerbarstige Esten naar Siberië.

Met dat alles is de toon gezet voor het eigenlijke verhaal, waarin het meisje Vera door haar vriend Joera wordt uitgeleverd aan een bende schofterige kerels onder leiding van Volkov. Observator in dit verhaal is het wiskundegenie Bolleboos, een jongen die al vroeg voorvoelt dat er nare dingen te gebeuren staan. Maar de schrijfster neemt ruim de tijd om haar griezelige verhaal op te bouwen en de achtergronden van haar personages te schetsen. Joera stamt uit een familie van opportunistische partijbonzen, mensen die niet in het systeem geloven, maar weten hoe ze erin moeten functioneren. Volkov is juist een straatjoch, maar met een 'onfeilbaar gevoel voor de zwaktes van anderen'. In die zin is hij een geboren leider, die alles in huis heeft om het te maken binnen het systeem van angst en terreur. Niet toevallig suggereert de schrijfster in haar slotparabel dat De Leidende precies deze Volkov zou zijn.

Nog een derde, erg verontrustend deel, speelt zich af na de perestrojka. Het toont de ongekende mogelijkheden na de val van het communisme, die overigens meteen worden verziekt door maffiosi 'van overal uit het rijk'. Kostja wordt er het slachtoffer van, juist omdat hij naïef blijft geloven in rechtvaardigheid. Tussendoor mijmert hij over de teloorgang van alles wat ooit van waarde leek: "Wat was hij toch snel van de boeken vervreemd. De boeken pasten gewoon niet meer in het interieur van zijn leven, dat razendsnel werd gevuld met attributen van een heel andere orde." En verder: "Vroeger, toen ze nog verstoken waren van vrijheid, waren boeken de enige bron ervan en dus gevaarlijk. Maar nu ze de vrijheid hadden, bleek niemand ze meer nodig te hebben. Even pathetisch en onnozel waren ze als hun fans, allemaal arme sloebers natuurlijk, net als hijzelf een paar jaar geleden, die nog opgewonden raaskalden over geestelijke waarden, ethiek en overige verheven zaken die nu slechts op de lachspieren werkten."

Toch toont Valiulina ook moreel superieure mensen. Zo kan het wiskundegenie Bolleboos uit het tweede verhaal onmogelijk verder leven nadat de misdaad op Vera is gepleegd. En de boekhouder uit het laatste deel is niet bereid om op basis van leugens zijn baas aan te klagen, ook al verliest hij daarmee alles wat hem lief is, zelfs zijn leven. Valiulina's vermogen personages in alle rust te schetsen, met al hun gebreken en kleinzieligheden, maar ook met al hun inzichten, verlangens en vooral hun hoop, maakt indruk - ook al hangt over haar beschrijvingen altijd de suggestie dat er noodlottige en onheilspellende dingen te gebeuren staan.

Opvallend genoeg begint die morele neergang volgens de auteur niet bij de maffiosi van na de perestrojka. Integendeel. Al in de jaren zestig voert ze een jongen op zonder enig moreel besef. Al in de jaren zeventig molesteren jongens een meisje zonder daar enige gewetenswroeging aan over te houden. Daarmee lijkt de schrijfster te suggereren dat het Sovjetsysteem perverse mensen schiep. Toch is deze roman veel te complex om in één interpretatie te vangen. Zeker is alleen dat 'Kinderen van Brezjnev' een uiterst verontrustend boek is, dat met verbluffende precisie toont waartoe afgestompte mensen in staat zijn.

Sana Valiulina: Kinderen van Brezjnev.

Prometheus; 508 blz. euro 19,95

Wiskundegenie Bolleboos voorvoelt al vroeg dat er nare dingen te gebeuren staan

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden