afdeling: Installatie titel: L'Entrée de l'exposition kunstenaar: Marcel Broodthaers,1924-1976 datering: 1974 aankoop: 1987 depotnummer: 3512 A-F Niet iets wat je zomaar even neerzet

De kunstredactie van Trouw vraagt de komende tijd een aantal musea om een bijzonder kunstwerk uit het depot te halen, dat nog nooit of lange tijd niet te zien was voor het publiek. In deze aflevering de keuze van directeur Alexander van Grevenstein van het Bonnefanten Museum in Maastricht: L'Entrée de l'exposition van Marcel Broodthaers.

Het is hét sleutelwerk in de collectie van het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Maar het is lang niet altijd te zien, omdat je het niet zomaar even neerzet. En het vult een hele zaal. Maar zodra zich de gelegenheid aandient om de installatie L'Entrée de l'exposition van Marcel Broodthaers te tonen, rijdt een medewerker van het museum meteen naar het tuincentrum om daar een aantal grote palmen uit te zoeken. Het tuincentrum fungeert bij dit kunstwerk dus min of meer als museumdepot. Dat moet wel, want palmen voor langere tijd opbergen in een donker depot, gaat nu eenmaal niet, zegt Van Grevenstein. "Planten hebben licht en water nodig." Hij wijst naar de collectiecatalogus in zijn werkkamer. "Die noemen we hier grappend wel eens de Intratuincatalogus."

Toen Van Grevenstein de vraag kreeg van Trouw om een bijzonder werk uit het depot te halen, stond zijn keuze meteen vast. Want deze installatie met echte palmen - zelf noemde Broodthaers het een decor - is niet alleen een essentieel onderdeel van de collectie. Het staat volgens de directeur ook voor 'waar het in de beeldende kunst om zou moeten gaan'.

Daarnaast voelt Van Grevenstein zich sterk verbonden met dit werk en met deze kunstenaar. "Toen ik hier 25 jaar geleden tot directeur werd benoemd, was één van mijn eerste voornemens om iets van Broodthaers aan te kopen. Ik vond hem toen al één van de belangrijkste kunstenaars van de jaren zestig en zeventig. Beeld en taal vloeien bij hem heel poëtisch samen. En hij heeft op een sluikse manier humor in de beeldende kunst gebracht."

Na bijna twee jaar onderhandelen lukte het hem om dit decor aan te kopen. Het was niet gemakkelijk, want de weduwe van de kunstenaar vroeg er veel geld voor, ook omdat het één van de allerlaatste werken was die haar man voor zijn dood had gemaakt. Hoeveel hij ervoor betaald heeft, wil Van Grevenstein niet zeggen. Maar inmiddels is het werk zoveel meer waard dat het museum dat nu niet meer zou kunnen opbrengen.

En nu nemen negen palmen in zwarte plastic kuipen samen een museumzaal in beslag. Ze vormen de deftige en statige entree tot de expositie Wintertuin in de volgende zalen. Ook daar staan tussen de schilderijen van Gauguin, Picasso, Van Rysselberghe en Ensor palmen. Dat heeft de kunstenaar nooit zo bedacht, het is een idee van Van Grevenstein om het decorum dat de palmen geven aan de entree op de expositie een vervolg te geven. Die vrijheid moet hij zich ook wel permitteren, omdat heel veel van de kunst van Broodthaers zich in zijn hoofd afspeelde. En hij was ook niet het type kunstenaar dat precies omschreef hoe zijn conceptuele kunstwerken precies moesten worden uitgevoerd. Bij conceptuele kunst is het idee ofwel het concept sowieso belangrijker dan de uitvoering.

L'Entrée de l'exposition bestaat niet alleen uit palmen. Aan de muren hangen ook enkele kleine foto's, die een bescheiden overzicht van Broodthaers oeuvre laten zien, en tableaus met merkjes van goudstaven en daarnaast een lijstje van zaken, die je daarmee zou kunnen kopen: een schilderij van Magritte en een kunstwerk van Marcel Duchamp (die ooit een pispot tot kunst verklaarde), maar ook tabak, benzine en vlees.

En dan hangt er ook nog een goudkleurig paneel waarop de letter a is geschilderd en dat verder helemaal leeg is. Op het eerste gezicht roept deze raadselachtige combinatie alleen maar vragen op. Dat palmen vaker gebruikt worden om een entree op te luisteren, is bekend. In de negentiende eeuw stonden ze al bij de ingang van belangrijke gebouwen, zoals het stadhuis van Parijs. Ook zou je in de palmen een humoristische verwijzing kunnen zien naar de kunstenaar als exotisch wezen. En dat de goudstaven een link zijn naar de financiële wereld, ligt ook voor de hand.

Van Grevenstein: "Het wordt duidelijker als je weet dat Broodthaers een haat-liefdeverhouding had met de museumwereld. Aan de ene kant wilde hij graag zijn werk en ideeën in het museum tonen. Daarvan getuigen de foto's die in feite een klein retrospectief vormen van zijn oeuvre. Maar hij had ook een aversie tegen de gewichtigdoenerij van museumdirecteuren."

Daarmee steekt hij ook een beetje de draak met die deftige palmen. Ook stoorde hij zich aan de discussies in de museumwereld over wat origineel is en wat een kopie. Dat bespot hij in het paneel met de letter a, die voor nummer 1 staat. En met de kunstmarkt waar naar zijn mening kunst getransformeerd wordt tot ordinaire handelswaar, had hij al helemaal niets op. Het zijn ook de centrale thema's in zijn werk, vaak op lichtvoetige en humoristische wijze verbeeld.

Zelf maakte hij er ook deel vanuit, maar volgens hem is er aan dit mechanisme geen ontsnappen mogelijk, wil je als kunstenaar gezien en gehoord worden.

Maar Broodthaers bemoeide zich zelf nooit met de verkoop van zijn werk. Van Grevenstein: "Dat interesseerde hem niet. Hij was allerminst een cultureel ondernemer. Zijn vrouw Maria zorgde dat er brood op de plank kwam."

De kunstenaar ontmoette haar eind jaren zestig toen hij bezig was met een fotoproject in Zuid-Limburg. Van Grevenstein laat het fotoboek zien dat het museum heeft laten maken van deze fotocollectie die tegelijk met L'Entrée de l'exposition werd aangekocht. Op één van de foto's kijkt de 17-jarige boerendochter Maria uit Cadier en Keer met een onweerstaanbare glimlach in de camera. "Je snapt meteen waarom hij als een blok voor haar viel, ook al was hij veel ouder."

Eén van de grootste frustraties van Van Grevenstein is dat hij de 'melancholieke romanticus' die Broodthaers ook was, niet persoonlijk heeft gekend, terwijl hij toch achttien jaar in Brussel heeft gewoond, ook de woonplaats van Broodthaers. "Ik heb hem één keer meegemaakt en dat was in 1969 tijdens een protestmanifestatie van boze kunstenaars in het Paleis van Schone Kunsten, voor die gelegenheid omgedoopt tot Paleis van Boze Kunsten. Wég met de museumdirecteuren, vrijheid aan de kunstenaars, was de inzet." Zijn hele leven stelde Broodthaers de invloed van de kunstmarkt en de macht van de museumdirecteuren ter discussie, die bepalen wat (de waarde van) kunst is en wat het publiek te zien krijgt.

Een discussie die nu actueler is dan ooit. Van Grevenstein: "Broodthaers nodigt ons uit tot zelfkritiek."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden