Afbreken is te duur

Koen Verheijden fotografeerde de onooglijke schuurtjes die je ziet staan vanuit de trein of auto. Schrijver Gerbrand Bakker had ze ook al opgemerkt.

Gerbrand Bakker (1962) is hovenier, schrijver ('Boven is het stil'), schaats- instructeur en columnist voor Tijd.

Die schuur aan de snelweg ken ik toevallig. Onlangs reden tuinmaat Han en mijn hond Jasper en ik naar een lezing in Borne, over de A1. Tuinmaat Han wees. "Ja", zei ik, "daar woont niemand meer." Het leek vanaf de snelweg een kleine boerderij. Een schuur, niet meer nodig, overbodig. Laat maar staan, afbreken is te duur. Het hout vergaat, de pannen verbrokkelen, de stenen vergruizelen, waar schapen ooit lammeren wierpen, vreten ze nu gras. Het lammeren werpen doen ze dichter bij huis. En alles wat zich in die schuur bevond, bevindt zich nu eveneens dichter bij huis, of is allang weggegooid, geroofd misschien wel. Als ik een berg oude klinkers zie, krijg ik ook de neiging mijn rijbewijs te gaan halen om met een auto plus aanhanger in het holst van de nacht naar de betreffende plek te kunnen rijden.

Op 15 juni 2008 ging ik een dag op stap met een fotograaf. Hij had het plan een koffietafelboek te maken over schuurtjes. In die tijd - en nu vast ook nog wel - lagen boekhandels vol met van die dikke, dure boeken. Fotoboeken van tuinhekjes, voordeuren, dampalen en lege voetbalvelden. Hij zorgde voor de foto's, ik zou de tekst moeten leveren. We kwamen terecht in de Beemster, een van de mooiste polders van Nederland. Ik had een opschrijfboekje bij me, speciaal voor de gelegenheid aangeschaft, omdat ik verder niet aan opschrijfboekjes doe. Dit schreef ik over het betreffende schuurtje:

Middenweg, Beemster. In de schuur drie emmers, leeg. Eén zwaluwnest, de zwaluwen vliegen om de schuur heen, durven er niet in terwijl wij bezig zijn. "Er zat vroeger ook een uil in", zegt de bewoonster van de boerderij, een meter of driehonderd verderop. Haar twee Corgi's (de Pembroke-variant) blaffen, en bijten in mijn kuit. Ze is stomverbaasd als we toestemming vragen om te fotograferen. Waarom zou je nou zo'n ouwe schuur op de foto zetten? Ik schat dat een week geleden het hooi van het landje gehaald is.

Schapen lopen er niet, die schurken verderop tegen het hek dat dit stuk land van het volgende scheidt. In de schuur zitten in de winter een paar rammetjes, weten we van de bewoonster. Er komt een vliegtuig over. Veel auto's op de weg, het is zondag. Het hek voor de opening aan de zijkant heeft vele kleuren (oranje, groen, donkergroen, geel, grijs, wit), jarenlang opnieuw geschilderd en door weer en wind uitgebeten. Er komen ook veel fietsers langs, meest wat oudere mannen op racefietsen. Als ik een rammetje was, zou ik dolgelukkig zijn hier, in de winter: de opening ligt op het zuiden, westen- noch oostenwind blazen hier naar binnen. Ooit een jongveestal. Aan de trekstangen hangt touw, hennep en kunststof, twee pakketouwtjes. Droge stront. In de voerbak een ijzeren ladder om op het zoldertje te komen, waar het aardedonker is. Ik laat de ladder liggen. Naast de ladder een heel oud, plastic flesje, het etiket is onleesbaar. Er zit een restje paarsrode vloeistof in. Jodium, denk ik. Dat doet me denken aan het afsnijden van lammerstaarten, met een scherp mes.'

Het schuurtje zag er nog redelijk uit, het was er dan ook een bij een boerderij, niet zo een dat kilometers verwijderd stond van wat dan ook. Een schuur om nog te gebruiken. Vandaar die rammetjes. Rammetjes lammeren niet, daar hoef je niet elke vier uur te gaan kijken of er al iets gebeurt. Voor ooien stond de betreffende schuur toch net iets te ver weg.

De schuurtjes van Koen Verheijden hierboven zijn mogelijk slachtoffer van de ruilverkaveling, dat mammoetproject om een oplossing te bieden voor versnipperd grondbezit, kleine, slecht bereikbare percelen en gebrekkige ontwatering. Een herverdeling van land die tot op de dag van vandaag plaats-vindt.

Vroeger, in de tijd dat er nog knechten en meiden waren, toen er nog geweckt werd en boerenzonen naar de landbouwhogeschool werden gestuurd, waren die schuurtjes een noodzaak: het was efficiënter om landbouwgereedschap of hooi op het perceel te hebben, zeker als dat perceel kilometers verwijderd lag van de boerderij. Vaak zal een schuurtje zo in bezit gekomen zijn van een andere boer, die het niet nodig had omdat het land waarop het stond in de buurt was van zijn boerderij. En om dan het schuurtje van een ander, waar je geen enkele binding mee hebt, te blijven onderhouden? Laat maar staan, laat maar vergaan, maai er omheen, laat je kinderen er een fort van maken.

Natuurlijk zijn er ook heel wat schuurtjes gesloopt en opgeruimd. Zeker als het land gebruikt wordt voor akkerbouw, staan ze lelijk in de weg en verminderen ze de opbrengst per hectare. Let maar eens op: de al dan niet vervallen schuurtjes overleven voornamelijk op grasland. En nu is meteen het raadsel waarover u het hoofd brak tijdens een autorit door de Noordoostpolder of Flevoland opgelost. Dat is land waar de ruil- verkaveling aan voorbij is gegaan. Dat als het ware volledig geruilverkaveld is opgeleverd. Geen vervallen schuurtje te bekennen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden