Review

Aeneas is geen Odysseus

Gekliefde schedels, uiteenspattende hersenen, lillende darmen en afgehouwen ledematen bepalen een flink deel van 'De zwerftochten van Aeneas', de navertelling door Paul Biegel van Vergilius' Aeneïs. Het is een voornaam ogend boek geworden, vlot leesbaar maar niet al te populair, over de Trojaanse held Aeneas, die van Jupiter de opdracht krijgt een nieuw volk te stichten en zo stamvader van de Romeinen te worden.

Het verhaal vertelt in twaalf 'boeken' de mythische geschiedenis van Aeneas, die ontkomt uit het brandende Troje en met twintig schepen op zoek gaat naar een plek aan de Middellandse Zee, waar hij een nieuw Troje kan stichten. De avonturen tijdens die zoektocht doen denken aan die van Odysseus maar zijn overzichtelijker en éénduidiger. Zijn dramatisch afgelopen verhouding met koningin Dido van Carthago is in Boek IV sterk uitgewerkt. En Boek VI, waarin Aeneas met de Sybille een bezoek brengt aan de Onderwereld, is bijzonder omdat Aeneas daar een blik in de toekomst vergund wordt, een toekomst die voor Vergilius heden was en waarin hij zijn keizer flink ophemelde: 'Ziedaar dus de Romeinen, jouw volk, en zie hun grote keizer, de goddelijke Augustus, die het Romeinse Rijk zal uitbreiden tot buiten de jaarkring van de zon, tot voorbij de sterren (...)'.

Toch gaat het hanige wapengekletter, dat de hele tweede helft van het boek in beslag neemt, op den duur vervelen. Dat ligt niet aan Paul Biegel, maar aan de cultuurkloof met de Romein Vergilius (70-19 v. Chr.), die nu eenmaal vanuit zijn patriarchale tijdgeest schreef.

De teleurstelling betreft ook het verhaal zelf, dat wel iets weg heeft van de Odysseia van Homeros (8-ste eeuw voor Chr.), aan wie Vergilius veel ontleende, maar dat minder esprit en meer Romeins chauvinisme bevat. Aeneas is ook een meer rechttoe-rechtaan karakter dan Odysseus: hij mist diens slimheid, vindingrijkheid en complexiteit.

Wat wel aan Biegel ligt, is dat zijn navertelling vergeleken met zijn vorige bewerking van een klassieker, 'Het beleg van Troje' (1995), naar Homeros' Ilias, minder spettert en relativeert. Vreemd, want Biegel wist in de Brandaanmythe 'Anderland' (1991) als geen ander een oud verhaal nieuw leven in te blazen.

De op zich knappe illustraties van Fiel van der Veen spreken elkaar stilistisch tegen. Van der Veen is op zijn best waar hij de klassieke helden laat ontsnappen uit de scherven van vazen, borden en reliëfs waarop ze zijn afgebeeld. Dan is het alsof de mythe ze vanuit de beeldende kunst tot leven roept, vleugels geeft. Maar andere prenten hebben het angstvallig realistische dat de personages verstart tot dode etalagepoppen.

Toch is 'De zwerftochten van Aeneas' binnen het geheel aan recente jeugdliteratuur over klassieke mythologie belangrijk, vooral als link van de Griekse naar de Romeinse cultuur. Binnen dat geheel springen de laatste tien jaar zes auteurs eruit. Veruit de belangrijkste is Imme Dros, vooral vanwege haar verschillende benaderingen van de Odysseia, die haar twee Zilveren Griffels opleverden: voor 'Reizen van de slimme man' (1988), en voor 'Odysseus, een man van verhalen' (1994), een bewerking die fonkelt van levendigheid en humor. Ook maakte ze een veelbesproken integrale vertaling van de Odyssee. En sinds enkele jaren werkt ze aan andere delen van de Griekse mythologie, zo mogelijk in hexameters. Zo zal in augustus haar versie van de Ilias verschijnen.

Qua literaire kracht vergelijkbaar met Imme Dros' 'Odysseus, een man van verhalen' zijn de twee door Nicolaas Matsier in overstelpend rijk Nederlands vertaalde herscheppingen van Leon Garfield en Edward Blishen over respectievelijke Griekse goden en helden: 'De god beneden de zee' (1995) en 'Slangen in de kinderkamer' (1997). Het plat geschreven, maar populaire 'De vloek van Polyfemos' (1994) van Evert Hartman en het informatieve 'De tocht van de Argonauten' (1995) van Simone Kramer vergen veel minder leeservaring, maar bieden ook minder taalgenot. Paul Biegel zit met zijn twee bewerkingen, van Homeros' Ilias en Vergilius' Aeneïs tussen beide uitersten in: vooral in de laatste laat hij het metrum van de hexameter vallen, maar hij doet de oorspronkelijke stijl meer recht dan Hartman en Kramer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden