Advocaat Sonoiki, is hij echt de bondscoach?

HAARLEM - Toyin Sonoiki is praktizerend advocaat in Lagos, en daar praat hij naar. Verder is hij eigenaar van de Islanders, een basketbalploeg in Nigeria, en noemt hij zichzelf bondscoach van het nationale team. Of hij dat werkelijk is? Weinigen die het weten of zullen zeggen. In Haarlem rent en draaft Nigeria in het tricot van de Islanders over de houten speelvloer. Niets wijst op basketbal, laat staan op de nationale selectie.

ANDRE BISSCHOP

"Je gelooft me niet?" Sonoiki wringt zijn gezicht in alle standen om de argwaan weg te lachen. Zijn hand klopt op schouders, en zijn assistent, gekleed in een hooggesloten Afrikaans maatpak, een honkbalpet op het hoofd, grimast met hem mee. "Dus je gelooft me niet." Waarheden zijn soms ongrijpbaar, maar bovenal: Sonoiki overtuigt niet. Zijn oordelen maken gevoelens van schaamte los. Wie haalt het in zijn hoofd te beweren dat Afrikanen lui zijn? Hij. Welke bondscoach schept er genoegen in zijn ploeg publiekelijk te schofferen? Hij. Sonoiki doet het allemaal en zonder schroom, in de veronderstelling dat hij, de eerzuchtige raadsman, onaantastbaar is; wat gerust waar zal zijn.

Sonoiki maakt deel uit van de Nigeriaanse toplaag die goed voor zichzelf zorgt. Zijn omschrijving van zijn land is die van een vrij, westers georienteerd land waarmee hij te kennen geeft dat het bewind van president generaal Ibrahim Babangida hem wel bevalt. Hoe schop je het anders tot bondscoach in een werelddeel waar sport politiek is? Voetbal, basketbal, tafeltennis, handbal, ze helpen idealen realiseren. En als nationalisme in het geding is bemoeit iedereen zich ermee, ministers en presidenten niet uitgezonderd. Het optreden van de Nigeriaanse basketbalploeg steekt evenwel schril af bij deze gewoonte. De enigen die de ploeg in de Kennemersporthal vergezellen zijn drummers in tijgervel en zangeressen in sierlijke gewaden. Opnieuw meer Islanders dan Nigeria.

Toch houdt Sonoiki staande dat hij bondscoach is, al twee seizoenen zes weken per jaar om precies te zijn. Hij is naar Nederland gekomen met de nummers 51 tot en met zestig van Nigeria. De nummers een (Hakeem Olajuwon van de Houston Rockets) tot en met vijftig staan niet tot zijn beschikking omdat ze in de Verenigde Staten en Europa basketballen en niet de behoefte voelden om kerst en oudjaar in NoordHolland te vieren. Voor de vijfde garnituur, inclusief Sonoiki, is de Haarlemse Basketbalweek het eerste, en wellicht laatste, buitenlandse evenement. Nederlagen tegen Den Helder (88-57), High Five America (103-54) en Den Bosch (122-68) hebben de naam van Nigeria geen goed gedaan. "We leren ervan" , zegt Sonoiki steevast. Maar wat? Zijn spelers beheersen nauwelijks basisprincipes. Vangen is al een hele opgave voor hen. En scout Rob Meurs maar beloven dat ze voor een tropische verrassing zouden zorgen. Op advies van de ex-coach uit Gorinchem contracteerde organisator Frank Voskuilen de 'sprinkhanen', die volgens Meurs het toernooi niet zouden winnen, maar wel indruk zouden maken. Bedoelde de scout de indruk van een bittere Bounty, dan had hij het gelijk aan zijn zijde.

De verontschuldigingen die Sonoiki aandraagt voor zoveel onkunde zijn even ontelbaar als voorspelbaar. Nigeria is te groot om de selectie regelmatig te laten trainen. Het ontbreekt aan geld. En het kader is zo slecht opgeleid dat de vaardigheden die de talenten zes keer per jaar bij hem leren zijn vergeten zodra ze twee wedstrijden voor hun eigen ploeg hebben gespeeld. "Ze rommelen maar wat aan. Ze denken dat ze heel wat zijn, maar stellen in wezen niets voor. De kwaliteit van de clubcoaches straalt af op de spelers." Zelf is de bondscoach die het als basketballer niet verder schopte dan de regionale competitie, volmaakt, zo doet hij het voorkomen. "Ik heb boeken gelezen en cursussen gevolgd. Dit spel is een spel van fundamentals. Ik ken ze, zij nog niet. Ik wrijf hen dat steeds onder de neus. Steeds weer, geloof me. Het is een goede zaak dat we hier zijn afgegaan. Het onderstreept mijn gelijk. Mijn spelers hebben een geweldig atletisch vermogen, maar verder moeten ze alles leren."

Sonoiki is een durfal, en er is geen speler of coach in zijn buurt te vinden die hem tegenspreekt. Zijn discipline is zo heftig dat iedere pupil zich gedwee twintig keer opdrukt als hij in Sonoiki's ogen tijdens de training een fout begaat. Toch gaat hetzij Nigeria hetzij Islanders niet beter spelen van zijn aanpak. Waarom niet eens een Amerikaanse coach geprobeerd? Baat het niet, schaadt het niet. Sonoiki verslikt zich vervolgens haast in de woordenstroom die hij naar aanleiding van deze geste produceert. Zijn Engels is niet meer te volgen, maar komt er op neer dat hem geen blaam treft. Als bondscoach heeft hij maar weinig invloed op de ontwikkeling van talent. "Als de clubs nou eens buitenlandse trainers inhuurden, dan zou pas iets ten goede veranderen." Maar daarvoor ontbreekt het geld. "Mijn grote frustratie. Er is totaal geen geld voorhanden om het basketbal te helpen." Hij had Philips gevraagd sponsor van de nationale selectie te worden, maar kreeg 'nee' te horen.

Wat valt er ook te sponsoren? De structuren zijn onduidelijk. Als er al eer te behalen valt is dat hooguit tijdens het Afrikaans kampioenschap of tijdens voorronden van wereldkampioenschappen en Olympische Spelen. Tijdens die toernooien speelt Nigeria in groene shirts, in plaats van geel-zwarte, stelt het gros van nummers twee tot en met vijftig zich beschikbaar en is de staat weer donateur. Zo gaat het al zo lang, en lang zal het nog zo gaan. Van enige opbouw kan geen sprake zijn. Amerika heeft baat bij goedkoope werknemers. Proforganisaties en universtiteiten sturen ontdekkers naar Afrika om er, met de dollar als lokmiddel, talent weg te slepen. Sinds 1980, toen Hakeem The Dream Olajuwon (thans goed voor een salaris van elf miljoen gulden per seizoen) zijn geluk zocht in Houston, droomt iedere basketballende Nigeriaan zijn eigen sprookje, dat de scouts maar al te graag voor waarheid houden. Vijftig jongens hebben de stap gemaakt, velen zullen nog volgen, verzekert Sonoiki. Het zou de jurist zelfs niet verbazen als uit zijn magere Haarlemse arsenaaltje wordt geput. Maar al die er slecht van gaat slapen, Sonoiki niet. "Voor de spelers is het beter. In Nigeria is niets georganiseerd."

Angola heeft het wat dat betreft beter voor elkaar. Het land met de communistische inslag verbiedt talent naar de Verenigde Staten uit te wijken. De competitie bezit daardoor nog enig niveau. Voldoende om tien spelers uit te kiezen die zich plaatsten voor de Olympische Spelen in Barcelona waar het als zevende eindigde en gastland Spanje versloeg. Dat Nigeria er niet bij was, wijt Sonoiki aan de jaargetijde waarin kwalificatietoernooien plaatshebben: de winter. "De Amerikaanse profploegen en de topcolleges geven hun spelers geen vrij. Nu zijn die toernooien verschoven naar de zomermaanden. Dan zul je het ware Nigeria zien." Wat is het ware Nigeria dan wel? Qua inwoners is Nigeria het grootste Afrikaanse land, qua geld is het redelijk welgesteld, qua politiek weinig democratisch, qua ambitie ongeevenaard. In potentie is Nigeria het machtigste land van Afrika, vindt de toplaag van Nigeria. Geheel in stijl zegt Sonoiki: "In potentie is Nigeria het basketballand van Afrika. Wij verslaan Angola, wij verslaan Egypte, wij verslaan Senegal, wij verslaan Holland. Met gemak. Je gelooft me niet?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden