Juriaan de Vries in zijn auto.

Interview

Advocaat Juriaan de Vries kwam vaker op het politiebureau, maar ineens zat hij zelf in de cel

Juriaan de Vries in zijn auto. Beeld Maartje Geels

Zijn eigen recente arrestatie – achteraf onterecht – zette strafrechtadvocaat Juriaan de Vries aan het denken. Over getuigen die zich kunnen vergissen, maar ook over het gevaar van amateur-speurders. ‘Er wordt wel gezegd dat de politie etnisch profileert, maar vergeet de burger daarbij niet.’

“U bent aangehouden op verdenking van een poging tot zware mishandeling”, zei een agent vorige maand tegen een verbouwereerde Juriaan de Vries. Het was elf uur op zondagavond, het regende flink en de advocaat had de grote rechtszaak die de volgende ochtend verder zou gaan, voorbereid bij zijn werkgever, advocatenkantoor Ficq en Partners.

Daarna reed hij nietsvermoedend de Amsterdamse gracht af, in een hobbeltempo vanwege de bruggen en passerende fietsers. Bij het stoplicht waar hij de afslag naar huis zou nemen, blokkeerde een fietser de autorij. Pas na een tijdje kreeg De Vries door dat haar actie op hem was gericht. Toen was de politie al gebeld en stapsgewijs begreep de advocaat dat de vrouw hem aanwees als de automobilist die kort daarvoor op een fietser was ingereden en nog eens extra gas had gegeven.

Ondertussen was hij uitgestapt om haar te vertellen dat ze fout zat, maar ze deinsde terug. Aan de toegesnelde agenten legde ze uit dat ze de auto van de boosdoener was blijven volgen en dat ze ervan overtuigd was dat het de auto van de advocaat was. “Of ik nou advocaat ben of niet, ik houd er niet van als ik valselijk word beschuldigd. Dat kan ook karakter zijn. Ik werd boos op die vrouw, ik wilde met haar in gesprek. Maar dat lukte niet.”

Een klein uur later reed De Vries achterin de politieauto via de met hekken beveiligde ingang het politiebureau binnen waar hij zich gewoonlijk als advocaat aan de voordeur mag melden om verdachten bij te staan. Vingerafdrukken, foto’s. Hij werd gefouilleerd, moest zijn riem en overhemd afstaan en werd in de arrestantencel gezet.

Slechtste moment

“Ik kom regelmatig in dat soort complexen, als ik een cliënt bezoek. Ik herkende meteen de geur, steriel als een ziekenhuis maar dan een stuk viezer, stadser.” En mocht hij ooit gedacht hebben dat hij na zeven jaar ervaring met verdachten precies wist hoe hij op zijn eigen rechten moest letten: hij was vooral verdachte.

“Mijn hersenen registreerden vanuit mijn vak wel dat ik goed werd behandeld, en dat de procedure soms niet helemaal ging zoals het moest. Maar voor mezelf vond ik dat niet relevant: ik was vooral bezig met de agenten ervan te overtuigen dat ik niet had gedaan waarvan ik werd verdacht.”

En met nog iets: uitleggen dat hij de volgende dag gewoon aan het werk moest. Want als advocaat weet De Vries hoe een avondlijke arrestatie kan verlopen. “Het slechtste moment: alle rechercheurs zijn naar huis en de officier van justitie die piket draait, moet van een afstand beslissingen nemen. Ik had nog het geluk dat ik een collega kon bellen, die dan weer het nummer van die officier heeft. Een ander kan dat niet.”

Het mocht niet baten: zijn collega meldde hem twee uur ’s nachts dat hij een nacht zou moeten blijven. Voor de grote rechtszaak werd een vervanger gezocht. De volgende ochtend direct verhoor. Een half uur heeft hij geslapen, schat De Vries. “Ik liep eerst vooral rondjes. Kleine rondjes uiteraard. Later was er nog iemand die urenlang lawaai maakte. En als er voetstappen in mijn buurt kwamen, dacht ik dat men mij uit de cel kwam halen. Ook al wist ik eigenlijk beter.”

Nieuwe deceptie

De Vries hoort het vaak van zijn cliënten, maar nu ervoer hij zelf de stress van de onterechte beschuldiging. En merkte hij hoe intensief hij de hele nacht manieren verzon om de rechercheurs te overtuigen. “Waar was ik langsgereden, wie hadden mij gezien, waar hingen camera’s? Ik bleef bezig, ook al wist ik dat ik onschuldig was. Heel even ging ik aan mezelf twijfelen: het had geregend, had ik toch iets gemist?” Hij had uitgekeken op het luchten in de ochtend. Maar toen hij in de buitenlucht stond, wachtte een nieuwe deceptie. “Ook daar kun je natuurlijk niet weg.”

De komst van zijn collega zorgde voor ontspanning. Pas nu bleek dat het incident had plaatsgevonden op een plek waar hij zeker niet was langsgereden. Hij werd vrijgelaten en diezelfde middag kwam er bericht van de officier van justitie: zijn zaak was geseponeerd. Twee dagen later stond de Amsterdamse advocaat alweer te pleiten in die grote rechtszaak. Maar het incident bleef aan hem knagen. Is justitie bijvoorbeeld wel alert genoeg op de sores die een nacht in de cel met zich meebrengen?

De Vries vraagt het zich extra af nu hij achteraf hoorde dat al om middernacht, kort nadat hij het politiebureau werd binnengebracht, de werkelijke toedracht bekend werd. Een andere getuige had een foto en het kenteken van de auto van de vermoedelijke boosdoener.

Dat was te laat om hem nog vrij te laten, legt een woordvoerder van het Openbaar Ministerie desgevraagd uit. “De officier van justitie wilde hem eerst nog horen, voordat er een beslissing werd genomen over vrijlating.” Het nachtelijk tijdstip speelde De Vries waarschijnlijk ook parten. De advocaat zelf blijft fel. “Ik had ook gehoord kunnen worden zonder dat ik een nacht in de cel had hoeven te zitten.”

Zorgelijk

Zijn eigen ervaringen zetten de advocaat aan het denken over het lot van anderen in deze situatie. “Het gaat mij er niet om dat ik dit zo’n zielig verhaal vind voor mezelf, ik red me wel. Gelet op mijn functie heb ik nu toevallig de mogelijkheid om dit breed in de media uit te meten. Het gaat er mij om dat de kans dat dit een 31-jarige ‘witte man’ gebeurt, niet zo groot is. Maar wat te denken van de kok met een vergelijkbare leeftijd en bijvoorbeeld buitenlandse ouders? Wat gebeurt er in zijn geval als hij door de stad naar huis fietst? Die krijgt te maken met ooggetuigen, die zich misschien wel sterk laten leiden door hun onderbuik of vooroordelen. Er wordt weleens gezegd dat etnisch profileren vooral door agenten wordt gedaan, maar vergeet de burger niet.”

Daarom zette De Vries zijn ervaringen begin deze week via zijn twitteraccount op internet. En waarschuwt hij met extra kracht tegen pogingen om burgers zelf opsporing te laten doen. Vorige week begon de politie met een app waarin slachtoffers van misdrijven zelf bijvoorbeeld getuigenverklaringen kunnen optekenen.

“Dat vind ik meer dan zorgelijk. Opsporing hebben we terecht uitbesteed aan rechercheurs die daarvoor jarenlang zijn opgeleid. Die bijvoorbeeld weten dat je een getuige open moet bevragen en niet een bepaalde richting op moet leiden. En dan moet nu de burger wiens fiets is gestolen, aan een buurman vragen of de tweede buurman die ze allebei niet mogen, misschien bij die fiets is gezien?

“Dat zorgt voor grote problemen, let maar op. En het helpt al helemaal niet. Wanneer alsnog een rechercheur erbij wordt gehaald, is de kans groot dat zo’n getuige al is beïnvloed en niet meer betrouwbaar is.” Het feit dat een getuige zoals de fietser in Amsterdam zo overtuigd kan zijn van haar gelijk terwijl ze fout zit, is volgens De Vries alleen maar nog meer een illustratie van die problemen met enthousiaste, maar feilbare burger-speurders.

Broers gepakt voor aanslag in utrecht

Direct na de aanslag in maart op een tram in Utrecht, die vier mensen het leven zou kosten, arresteerde de politie twee broers. Ze werden tot de volgende avond vastgehouden. Volgens hun advocaat Anis Boumanjal was al veel eerder duidelijk geworden dat niet de twee twintigers, maar Gökmen T. de verdachte was. “Bij het verhoor de eerste dag keken de rechercheur en ik elkaar aan met een duidelijke blik: dit is een vergissing.

Maar in mijn ervaring besluit het Openbaar Ministerie dan toch vaak het zekere voor het onzekere te nemen en mensen nog langer vast te houden.”

Vorige week, tien weken na de arrestatie, kregen de broers van het OM een brief met de zogeheten sepotbeslissing: ze zijn officieel niet meer verdacht, tot opluchting van de broers. Boumanjal heeft de officier van justitie uitgenodigd voor een gesprek over schadevergoeding. “Het gaat niet om tienduizenden euro’s. Maar wel om meer dan alleen de vergoeding per nacht, die is echt heel laag. Het is een bijzondere zaak en dan past geen standaardvergoeding. De impact voor mijn cliënten was heftig en is tot de dag van vandaag merkbaar.”

Duizenden onschuldigen de gevangenis in  

Ruim 6200 burgers kregen in 2016 een vergoeding omdat ze net als advocaat Juriaan de Vries onterecht als verdachte direct in de cel waren gezet. Dat was behoorlijk meer dan tien jaar daarvoor, toen justitie volgens het CBS ruim 2900 van deze vergoedingen moest uitkeren.

Of de groei de laatste jaren doorzet, is onbekend. “Ik denk het niet”, zegt Casimir Vink van het Bossche advocatenkantoor RechtNet die met enige regelmaat ‘ex-verdachten’ als cliënt heeft maar niet meer belangstelling noteert.

Wie onterecht in de gevangenis zit, kan achteraf een schadevergoeding krijgen van 85 euro per dag. In de arrestantencel op het politiebureau, waar het meestal om een kortere periode gaat, is dat 105 euro. Er is wel een addertje onder het gras: de eerste zes uur op het bureau tellen niet mee en hetzelfde geldt voor de tijd tussen middernacht en 9 uur in de ochtend. Dat betekent in de praktijk dat iedereen die wordt vastgezet na zes uur ’s avonds en vroeg in de ochtend vrijkomt, zoals advocaat Juriaan de Vries, geen recht heeft op deze schadevergoeding.

Ex-verdachten kunnen ook andere schade proberen te verhalen op justitie, bijvoorbeeld wanneer ze door hun onterechte verblijf in de cel extra kosten maken. “Als je goed kunt onderbouwen dat je schade hebt, is het redelijk eenvoudig om die te verhalen”, zegt advocaat Casimir Vink. “Het duurt altijd wel heel lang voordat je die krijgt uitgekeerd.”

Lees ook:

Op zoek naar de risicoburger

Om afwijkend gedrag bij burgers te herkennen, koppelt de overheid allerlei gegevens uit haar databases en laat er analyses op los. Wat betekent dat voor de relatie tussen burger en die overheid?

De butlermoord blijft intrigeren: deze man vecht al 36 jaar voor eerherstel

Als het aan voormalig huisarts Henk-Maarten Laane ligt, komt er zo snel mogelijk een achtste herzieningsverzoek in de zaak van de ‘butlermoord’ uit 1983. Vele artsen concludeerden dat er sprake was van een natuurlijke dood bij het slachtoffer. Maar voor heropening van de zaak is dat tot nu toe niet genoeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden