Advies Raad voor Cultuur is vooral 'geldverdelingsmachine'

Van onze kunstredactie AMSTERDAM - Toneelgroep de Appel in zijn voortbestaan bedreigd, Djazzex moet stoppen, het Holland Festival is onmisbaar 'in zijn soort', opheffing van het Cultureel Jongeren Paspoort, instelling van een fonds voor cultuureducatie. Dit zijn enkele van de opvallendste uitspraken in 'Een cultuur van verandering', het advies over de subsidieperiode 1997-2000, dat de Raad voor Cultuur gistermiddag aan staatssecretaris Nuis overhandigde.

In enkele maanden tijd beoordeelde de Raad voor Cultuur de beleidsplannen van 489 culturele instellingen, die voor de komende periode van vier jaar voor een rijkssubsidie in aanmerking willen komen. Er is voor 1,9 miljard gulden subsidie aangevraagd. De totale cultuurbegroting bedraagt momenteel 800 miljoen. Volgens de Raad is voor de uitvoering van een fatsoenlijk cultuurbeleid 58 miljoen gulden extra nodig. Dit bedrag komt aardig in de buurt van de 60 miljoen extra die in het regeerakkoord voor cultuur is afgesproken. Staatsscretaris Nuis zei gisteren dit verzoek 'heel serieus' te zullen nemen, maar denkt vooralsnog niet verder te kunnen gaan dan 32 miljoen extra.

De belangrijkste trefwoorden in het advies zijn cultuureducatie, internationalisering, interculturaliteit en informatisering. In de teksten van de concrete adviezen over de beleidsplannen van instellingen zijn deze begrippen overigens nauwelijks terug te vinden. De Raad voor Cultuur - die in november 1995 (een half jaar later dan de bedoeling was) ontstond door een samenvoeging van de Raad voor het Cultuurbeheer, de Raad voor de Kunst, de Mediaraad en de RABIN - verontschuldigt zich daarvoor. De tijd was te kort om algemene uitgangspunten en concrete advisering voldoende op elkaar af te stemmen. Het advies draagt daardoor vrij sterk het karakter van een 'geldverdelingsmachine' en minder dat van een richtinggevend beleidsdocument.

De rode draad moet nu gevonden worden in het algemene deel van het 1000 pagina's tellende advies. Daarin wordt stilgestaan bij de voor Nederland kenmerkende 'transito-cultuur', het belang van vroegtijdige kennismaking met kunst en cultuur en de voorname rol van de media bij het toegankelijk maken van de nog steeds toenemende stroom aan informatie.

De Raad adviseert te onderzoeken of een stimuleringsfonds voor 'kunst- en cultuureducatie' kan worden opgericht. Zo'n fonds zou interessante projecten van onderwijsinstellingen moeten steunen. Voor een dergelijk fonds is 20 miljoen gulden nodig, gezamenlijk te financieren door Cultuur (eenderde) en Onderwijs (tweederde). Het feit dat cultuur en onderwijs sinds de huidige kabinetsperiode deel uitmaken van één ministerie lijkt zo zijn vruchten te gaan afwerpen. Een apart advies hierover valt voorjaar 1997 te verwachten.

Voortgaande op de educatie-lijn zouden musea en scholen veel meer dan nu het geval is moeten samenwerken. Musea, aldus de Raad, 'profileren zich nog te weinig als kennis- en adviescentrum voor het onderwijs'. Ze opereren te strikt binnen de muren van het museum zelf. De samenwerking tussen musea en omroepen is eveneens voor verbetering vatbaar.

Voor het overige onderstreept de Raad voor Cultuur de noodzaak tot samenwerking tussen allerlei instellingen. Niet alleen moeten aanbieders van kunst rekening houden met de markt, maar ook de activiteiten van makers en ondersteunende instellingen, van professionele kunstenaars en amateurs, van allochtonen en autochtonen dienen beter op elkaar afgestemd.

Op basis van het advies van de Raad voor Cultuur presenteert staatssecretaris Nuis in september zijn 'Cultuurnota 1997-2000', waarin het beleid en de verdeling van de subsidie over de instellingen voor vier jaar vast ligt.

Toneel

Onder de vlag 'Veranderingen, verruimingen, verminderingen' kent de raad meer subsidie toe aan het Noord Nederlands Toneel en het Zuidelijk Toneel, en aan de Trust, Het Vervolg, Huis aan de Amstel, Speeltheater Holland, Hollandia, DNA en de PaardenKathedraal. Iets minder meer steun dan ze vroegen, krijgen Orkater en Dogtroep, en voor het eerst worden Kalebas, Growing up in Public, Bonheur, Delta, de Regentes, Made in da shade en Mug met de Gouden Tand ondersteund.

Kritiek tot forse kritiek heeft de Raad - behalve op De Appel - op het Theater van het Oosten, 'dat zijn draai nog niet gevonden heeft', en op het Arnhemse InDependance, waar een betere artistieke leiding zou moeten komen.

Een aantal kleine gezelschappen en instellingen (Space, Vis à Vis, Karina Holla, Kas & De Wolf en De Gasten, Produktiehuis Brabant, NES-theaters, Het Veem) stuurt de Raad door naar het Fonds voor de Podiumkunsten.

Wat de aanvragen voor educatieve medewerkers betreft bundelt en beloont de Raad de subsidieaanvragen tot zes organisaties: Moving Academy of Performing Arts, European Mime Federation, International Theaterschool Festival en het regionale Microfestival plus het Limburg Festival.

Hoewel 'de vitaliteit van het geheel achter blijft bij de verwachtingen die men aan het grootste toneelgezelschap van het land kan stellen' krijgt Toneelgroep Amsterdam dezelfde subsidie. De Raad ziet geen reden voor verhoging, maar geeft wel een compliment aan de kweekvijver De Fabriek: “Het initiatief om jonge makers van de toneelschool vrijwel in voormalig klasseverband kansen te geven is buitengewoon geslaagd en verdient navolging.”

De Raad is niet karig met draaien om de oren: dramaturge Dora van der Groen van het Zuidelijk Toneel wordt gemaand zich niet meer met regie te bemoeien. “Vooral de voorstellingen van de artistiek leider slagen. Incidenteel slagen de voorstellingen van gasten ook. Dora van der Groen is allereerst een acteursmentor, haar regieën pakken meestal minder goed uit.”

'Grote waardering' kent de Raad aan het Nederlands Jeugdtheater toe, al is het lastig om daar inhoudelijk over te oordelen, aangezien 'kinderen nu eenmaal andere dingen dan volwassenen zien en bovendien anders kijken.'

Muziek/Muziektheater

'Als er te weinig geld is, wordt de kans op ruzie groter.' Deze levenswijze verzuchting slaakt de Raad voor Cultuur op pagina 94 van deel 10 van de advisering over Muziek en muziektheater. Van de kleinste aanvrager, het tijdschrift Wereldmuziek met een wens van 39.000 gulden, tot en met de grootste, De Nederlandse Opera (38,93 miljoen) heeft de Raad de plannen gewogen en bepaald dat genoemd tijdschrift zich maar moet aansluiten bij het Utrechtse centrum RASA, en dat de Opera weer moet krijgen wat het nu ook heeft (35,5 miljoen).

De realistische Raad is bepaald niet scheutig geweest in het honoreren van beleidswensen. De Raad is zelfs kritisch jegens de bestedingen. Hij betwijfelt of de kostenstijgingen bij De Nederlandse Opera, veroorzaakt door externe factoren, niet door interne maatregelen opgevangen kunnen worden. De Raad heeft de indruk dat het ondersteunend apparaat van de Opera de afgelopen decennia behoorlijk is uitgedijd. Het veelvuldiger gebruik maken van Nederlands talent over de gehele linie, niet alleen artistiek inhoudelijk, zou ook financieel een positief effect kunnen hebben.

De Raad vindt dat de Opera 'bijzonder alert' moet zijn op 'zich aandiend talent uit eigen land'. De Opera wordt zelfs geadviseerd 'zich beter te informeren over wat Nederland te bieden heeft.'

Gul is de Raad daarentegen met geld en lof voor de Nationale Reisopera en voor Opera Zuid (samen 17 miljoen gevraagd). Beide instellingen moeten wel 'bij voorkeur onder één centrale leiding' streven naar 'hechte samenwerking'. De Raad vindt dat beide reisgezelschappen samen in de gelegenheid moeten worden gesteld méér produkties (circa tien) te maken.

Over de plaats en de waardering van de orkesten, bij voorgaande adviseringen aanleiding tot controversiële gedachten en aanbevelingen, laat de Raad zich realistisch uit: er heerst begrip voor de financiële bekneldheden, maar aangezien elders de nood hoger is, luiden vrijwel alle adviezen aan staatssecretaris Nuis: subsidie handhaven op het huidige niveau.

Alleen voor het Concertgebouworkest (merkwaardig genoeg tot behoud van de première-serie, terwijl het orkest juist klaagde dat de festival-serie zou gaan sneuvelen!) en het Rotterdams Philharmonisch (om het Gergjev-festival mogelijk te maken) adviseert de Raad een 'zo mogelijke' verhoging. Alleen het Noordhollands Philharmonisch krijgt het advies: verhogen.

Lang is de lijst van ensembles en kleinere groepen. De een wel, de ander niet; sommige adviezen rieken naar willekeur. De Capella Pratensis, vocaal ensemble dat zich als enige gefundeerd toelegt op de polyfonie van vóór 1600, krijgt niets, terwijl aan de grote groep instrumentale ensembles die de twintigste eeuw afgraast, nieuwe namen worden toegevoegd.

Boosheid klinkt door in het advies over bemiddelende organisaties. “Het wordt hoog tijd om de wat patriarchale houding ten opzichte van de podia, die het allemaal niet zo precies zouden weten en voortdurend voorgelicht moeten worden over wat kwaliteit heeft en wat niet, te laten varen.” Het Nederlands Impresariaat krijgt juist een pluim (en meer geld), terwijl Theater Netwerk Nederland, Gaudeamus en de SJIN (jazz) 'angst voor verlies van eigen positie en subsidie' wordt verweten. Zij krijgen er geen cent bij. Waar ruzie dreigt, plakt de Raad een pleister: het Fonds voor de Scheppende Toonkunst mag er een ton bij hebben.

Festivals

Dun is deel 13: Festivals. Merkwaardig genoeg zitten drie muziekfestivals in deel 10 over 'muziek en muziektheater': Belcanto Festival Dordrecht (krijgt niets), Music Meeting, multicultureel festival (meerjarig subsidie) en Orlando Festival voor kamermuziek (kleine uitbreiding). De grote vis heet Holland Festival: huidige subsidie 2,3 miljoen, gevraagde subsidie 4,2 miljoen per jaar. De Raad vindt “vooralsnog onvoldoende basis om enthousiast mee te gaan met het in het beleidsplan genaamd 'Holland Festival in het fin-de-siècle' gevraagde forse extra subsidie. De Raad stuit bij de beoordeling van de subsidie-aanvraag op sympathieke ambities, maar ook op de nog niet uitgekristalliseerde ideeën over de toekomstige identiteit van het festival.”

Maar de Raad zegt aan staatssecretaris Nuis wel mogelijkheden open te houden in afwachting van wat de nieuw te benoemen directeur aan concrete plannen uitbroedt.

In het algemeen bepleit de Raad meerjarige steun van 'sommige interdisciplinaire festivals' (dat wil zeggen: waar kunstprodukties met diverse achtergronden in een feestelijk gebeuren gebundeld worden aangeboden): Oerol, Dunya (muziek, storytelling en poëzie) en Festival aan de Werf Utrecht.

Dans

De gevolgen voor de danssector zijn in één oogopslag te overzien. Drie nieuwkomers in het vorige kunstenplan, namelijk Djazzex, Dansersstudio en Reflex kunnen zich bij deze ronde niet handhaven en worden vervangen door drie nieuwlichters. Uit de veertien gegadigden zijn St. Date (Roebana & Leine), The Meek (Rosenfeld & Teixido) en Post Productions de gelukkigen. Voor potentiële kanshebbers - zoals Conny Janssen danst - is dat een hard gelag. Van de twaalf 'gevestigden' kunnen alleen het Scapino Ballet Rotterdam, Stichting van de Toekomst (Truus Bronkhorst), Dansgroep Krisztina de Châtel en Raz (Hans Tuerlings) op een substantiële verhoging van circa 0,5 miljoen rekenen. Ondanks de noodkreten van zowel Het Nationale Ballet als het Nederlands Danstheater en met erkenning van het feit dat de kosten van licence fees en auteursrechten stijgen, worden de twee grootste dansgezelschappen tot een voortzetting van het oude subsidiebedrag veroordeeld.

Ter soelaas van het aangeschoten wild, zowel onder de uitgerangeerde choreografen en dansers van Reflex, Djazzex en Dansersstudio als onder de tien aanvragers die 'kwalitatief beschouwd' niet voor opname in het meerjarenplan in aanmerking komen, moet verruiming van het dansbudget van het Fonds voor Podiumkunsten oplossing bieden. Minstens 1, maar liever 2 miljoen wordt nodig geacht voor de opvang van projecten van zowel jong- als oudgedienden. Onder hen zijn Shusaku Takeuchi, Jacqueline Knoops, Angelica Oei, Wies Merckx, Conny Janssen, Pieter de Ruiter, Piet Rogie, Ron Bunzl. Het wordt dus zeker tot in het jaar 2000 filevorming bij deze 'brug van Vianen'.

Met subsidieonthouding aan Dansateliers Rotterdam, Conny Janssen, Maria Voortman en Piet Rogie lijkt de dansinfrastructuur van Rotterdam zwaar onder druk gekomen. De noden van Amsterdam op dit gebied worden onderkend door een ruimhartige opstelling naar het initiatief van de Henny Jurriens Stichting, welke zelfs een uitbreiding van taken krijgt voorgesteld en als de start van een nieuw produktiehuis wordt gezien.

Om de door Nuis aangedragen begrippen intercultureel, internationaal en cultuureducatie als extra aandachtsgebieden of kapstokken voor beleid hebben de dansadviseurs zich niet of nauwelijks bekommerd. De educatieve afdelingen van Introdans en Folkloristisch Danstheater krijgen niets extra, de jeugdgroepen worden niet gestimuleerd en tegenover de internationale plannen van NDT en HNB wordt juist op de noodzaak van het bedienen van de provincie gewezen. Het Spring Dance Festival moet tweejaarlijks worden (zonder de filmprogrammering), Holland Dance Festival en de dans van het Holland Festival moeten weer samen. Van de dansproductieplaatsen kreeg alleen Korzo (Den Haag) een ruim voldoende.

Letteren

De adviezen van de Raad voor Cultuur voor de sector letteren zullen weinig stof doen opwaaien. In totaal dienden 28 instellingen een verzoek in voor meerjarige subsidie, een verviervoudiging ten opzichte van het aantal deelnemers aan de vorige dans om het geld. Jammer alleen, aldus de raad, dat de stijging van kwaliteit achter blijft.

Van de internationalisering, waar in het advies aan Nuis op wordt gehamerd, is alleen sprake bij de profilering van het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds in het buitenland. De gewenste uitbouw van het Vertalershuis tot Literatorenhuis ziet de sectie letteren van de raad kennelijk niet als een middel om de internationalisering verder vorm te geven.

Ook het thema 'interculturaliteit' komt slechts beperkt aan de orde in het letterenadvies. Met enige kanttekeningen reageert de raad instemmend op de plannen van het Fonds voor Letteren en het Produktiefonds om (nog) niet-Nederlandstalige auteurs meer te gaan steunen. Of beide fondsen alsjeblieft wel hun beleid dien aangaande op elkaar willen afstemmen, niet én de vertaler én de schrijver honoreren (Letterenfonds), en of men er op wil letten dat de ideeën niet indruisen tegen de inburgeringspolitiek.

Waar vanzelfsprekend wel veel aandacht aan wordt besteed, is de leesbevordering. Het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum, Bulkboek, Doe Maar Dicht Maar, de Stichting Kinderen en Poëzie en de Stichting Lezen worden daarop positief beoordeeld en vallen alle in de prijzen. Zij het dat de - op zichzelf begrijpelijke - speciale aandacht voor proefprojecten bij de Stichting Lezen niet moet betekenen dat meerjarige leesbevorderende activiteiten daar nooit kunnen worden gehonoreerd. De Raad maant de onderwijs-sector zijn taak bij de leesbevordering serieuzer te nemen.

Over het Letterenfonds en het Produktiefonds adviseert de raad in grote lijnen positief. Het Vertalershuis mag uitbreiden, maar de uitbouw naar Literatorenhuis ziet de raad, zoals gezegd, niet. Het Produktiefonds wordt verder op de vingers getikt voor de plannen het budget voor literaire tijdschriften te verlagen. Veel kwalitatief hoogwaardige tijdschriften 'is een teken van culturele vitaliteit' en ze 'vervullen een belangrijke functie als opstap voor jonge beginnende literatoren'. Het Letterenfonds tenslotte, moet in staat worden gesteld zijn knelpunten - structurele tekorten door de stijging van verzoeken om additionele honoraria en door de aanvragen uit Vlaanderen - op te lossen.

Merkwaardigerwijs adviseert de raad om beheer en budget voor literaire manifestaties, dat momenteel is ondergebracht bij het ministerie, over te dragen aan het Produktiefonds, terwijl er een verzoek ligt van het Letterenfonds.

Film

De filmsector komt er niet slecht vanaf in het advies van de Raad, ondanks de betrekkelijke mate waarin de sector kan inspelen op de door Nuis gewenste speerpunten. Alleen de festivals zijn goed voor de internationalisering, slechts een enkele instelling houdt zich bezig met educatie en interculturele ambities zijn in filmland vrijwel afwezig.

Toch wordt voor twaalf van de negentien aanvragers op filmgebied een verhoging van de huidige subsidie geadviseerd. Voor vier van hen geldt een gelijk blijvend bedrag en drie aanvragers krijgen een negatief advies. De Raad erkent dat film nog steeds een achterstandspostie heeft en dat Nederland, in relatie tot het BNP, tot de Europese landen behoort die het minste geld investeren in hun eigen filmproduktie. De voorgestelde verhoging van de rijkssubsidie voor film, drie miljoen in de minimum-variant en vijf miljoen in de nodig-variant, komt dan ook vooral ten goede aan het Nederlands Fonds voor de Film. Het streven van het Fonds naar een gezonde economische infrastructuur wordt door de Raad ondersteund, maar ook met de voorgestelde verhoging kunnen de ambities van het Fonds bij lange na niet worden gerealiseerd. Grote vraag blijft hier in hoeverre minister Wijers van Economische Zaken zich aangesproken voelt door het beroep op zijn ondersteuning inzake fiscale maatregelen en matching fund.

Ook de festivals mogen op sympathie van de Raad rekenen: meer geld voor professionalisering inzake honorering van de medewerkers en uitbreiding van de huisvesting wordt zowel voor het Filmfestival Rotterdam als IDFA noodzakelijk geacht. Het IDFA ziet ook de aanvraag voor de co-financieringsmarkt FORUM gehonoreerd. Wat distributie betreft kiest de Raad voor de makkelijkste weg: nieuwkomer Contact Film Cinematheek wordt als welkome aanvulling beschouwd en het dilemma Cinemien wordt, net als vier jaar geleden, vooruitgeschoven. In afwachting van een onderzoek naar een mogelijke scheiding van subsidiabele en niet-subsidiabele activiteiten pleit men voor handhaving van het huidige bedrag voor Cinemien. Het filmtijdschrift Skrien mag voor een voorgesteld overlevingsplan annex koerswijziging rekenen op verdubbeling van de huidige subsidie. Afwijzingen zijn er voor het Documentaire Kanaal en Springdance Cinema, die het allebei voor het eerst probeerden. Opmerkelijk is het negatieve advies voor de Europese Stichting Joris Ivens, die vier jaar geleden in het leven werd geroepen om het Ivens-archief te beheren en toegankelijk te maken, maar sindsdien uitsluitend bezig is geweest met onverkwikkelijk geharrewar over rechtenkwesties. Marceline Loridan, de weduwe Ivens, ziet haar laatste wens dankzij haar eigen koppigheid nu in de kiem gesmoord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden