Adriaan Monshouwer (Foto Instituut) gaat op visite

AMSTERDAM - "Een betere inschaling is de volgende stap. Maar eerst die office-manager..." De nieuwe directeur van het nieuwe Nederlands Instituut voor Fotografie (NFI) in Rotterdam houdt thuis aan de rand van het Amsterdamse Vondelpark kantoor. Adriaan Monshouwer belt, praat, denkt in zijn rommelkamertje naast de ruime woonvertrekken - een enkele foto aan de muur, veel fotoboeken in de kast. Op 1 maart gaan de bulldozers in de Witte de Withstraat in Rotterdam het pand binnen dat de Nederlandse Dagblad Unie heeft verlaten. Leegpompen, breken, bouwen: "Op 1 september trekken we er hoe dan ook in."

"Het Instituut is er, eindelijk, maar het is er op een mooi moment. Er verandert de komende tien jaar enorm veel in de fotografie: dankzij nieuwe elektronica vervaagt het onderscheid met grafisch ontwerpen, in de opmaak van kranten en tijdschriften worden foto's zonder dat er een afdruk aan te pas komt via de computer in het tekstbeeld geintegreerd, film en foto vallen samen in video-stills, foto's komen op cd."

Adriaan Monshouwer (41), die in Rotterdam de Academie van Beeldende Kunsten volgde, voor de VPRO politieke documentaires maakte, visual editor van de Nieuwe Revu was en de laatste jaren directeur van het Canon Image Centre in Amsterdam (zie het kader hiernaast), loopt over van geestdrift. Maar hij wordt lacherig zodra zijn woorden hoogdravend lijken te klinken. Steeds weer benadrukt hij dat het NFI zonder dialoog met andere foto-instellingen niets is: wat willen zij? Het eerste half jaar gaat hij vooral op visite. Bij het Nederlands Foto Archief plus fotorestauratie-atelier, nu nog met het NFI-in-wording ondergebracht bij galerie Perspektief: de galerie gaat op in het nieuwe instituut, archief en atelier komen ook in het NDU-pand. Hij gaat naar het Prentenkabinet van de Leidse universiteit, dat een grote collectie en kunsthistorische kennis in huis heeft. Naar het Spaarnestad-archief in Haarlem. Het Stedelijk Museum in Amsterdam, andere musea. Naar de organisatoren van het Fotofestival Naarden, de Biennale van Enschede, het jaarlijkse fotofestival van Breda, van Noorderlicht in Groningen (de belangrijkste Biennale, die van Rotterdam, gaat een gastcurator vanuit het NFI samenstellen).

Fotografen, archivarissen, collectionneurs en organisatoren van foto-evenementen roepen al jaren om een coordinerend instituut. Minister D'Ancona (WVC) trekt nu voor het NFI per jaar bijna 700 000 gulden uit (naast 3 ton van de gemeente): niet veel, vergeleken met het Architectuur Instituut in Rotterdam (ruim 5 miljoen gulden) of het toekomstige Instituut voor Vormgeving in Amsterdam (3 miljoen). Het is maar de vraag of met zo weinig geld de zo brede doelstelling van het NFI kan worden waargemaakt: 'het over geheel Nederland stimuleren van fotografie en de publieke belangstelling daarvoor, onder meer door het organiseren van tentoonstellingen, het publiceren van catalogi en het uitgeven van een tijdschrift, het entameren van onderzoek, het beheer van een bibliotheek en documentatie'. Monshouwer: "Dat vraag ik me natuurlijk af. Leidt de gigantische taakstelling met het beperkte budget niet tot onzichtbaarheid, bestaat het instituut voor de buitenwereld straks wel? Het hangt helemaal af van onze openheid. Ik hoop op een levendig, ondogmatisch centrum waar iedereen kan binnenlopen, van de grafische industrie tot een fotograaf die advies wil bij het uitgeven van een boek. Wij dienen veel te weten" , bezweert hij.

"We moeten erop letten niet iets te doen wat elders gebeurt. Geen cursus naaktfotografie geven, fotoreizen organiseren: niet doubleren, ook geen activiteiten van elders naar ons halen."

Monshouwer verontschuldigt zich als hij nog vaag is. "Het is geen gebrek aan ideeen. Ik wil eerst luisteren naar wensen van anderen, service bieden waar er versnippering is - er worden in Nederland te veel wielen uitgevonden." Het zal stap voor stap gaan, zegt hij. In een adem door: "Binnen een half jaar na de opening moet het instituut er staan. In 1995 wil ik de belangrijkste knelpunten bij WVC oplossen. De minimale honorering van de handvol medewerkers, de minimale bezetting, de 60 000 gulden waarmee we een tijdschrift zouden moeten maken: in het volgend Kunstenplan, in 1996, moeten we door ons enthousiasme een structurele verbetering bewerkstelligd hebben." Binnen een paar jaar dus. "Het instituut moet razendsnel aanslaan."

Hij wil bij het NFI behalve fotografen ook het bedrijfsleven betrekken ( "geen fotografie zonder camera, van projectsubsidies ben ik niet vies" ), fotoredacteuren van bladen, en artdirectors, en vormgevers. "Het moet een Bauhaus-achtige werkplaats worden." Hij wil zich bemoeien met het lot van de fotografie in de media, de regelgeving, kwesties als betaling, copyrights en opdrachtenbeleid. "Met de alsmaar vernuftigder elektronica kan het beeld meer gemanipuleerd worden en neemt het aantal 'beslissingsmomenten' toe. Wat heeft de fotograaf daarin te zeggen?"

Riekt dit alles naar 'vakbond' of 'belangenvereniging', dat zal het NFI niet zijn. Het meest zichtbaar worden zonder twijfel de exposities ( "steeds een of meer, in tien periodes per jaar" ) op de 500 m2 wand van het pand, voor 'het grote publiek'. Het visitekaartje wordt 'belangrijk'. "De eerste keer is beladen. Ik moet me niet met een stroming identificeren of met een persoon. Het moet een groepstentoonstellling zijn, met een Nederlandse component, een internationale. Rotterdam! Rotterdam moet er ook in..."

Maandag ligt hij op het bureau van de Canon-top, de brief van verzamelaar Bert Hartkamp en tientallen ondertekenaars die de directie vragen terug te komen op de sluiting van het Canon Image Centre. Geschreven in het Japans: gebrek aan communicatie is er genoeg geweest.

Negentien jaar geleden begon het Japanse concern de Canon Photo Gallery, die in de Amsterdamse Leidsestraat uitgroeide tot een van de belangrijkste expositieruimten in Nederland. Magnum-fotograaf Sebastiao Salgado, meervoudig World Press Photo-winnaar David Turnley, fotojournalisten Daniel Koning en Willem Diepraam, Ed van der Elsken, Ad Windig, Marrie Bot, honderden fotografen exposeerden boven de Photo Bookshop, voor 70 000 bezoekers per jaar. "Niet de directie, die zag je nooit" , zegt Adriaan Monshouwer. Niet verbitterd. Wel - nog altijd - verbijsterd: in november werd zijn benoeming tot directeur van het nieuwe Nederlands Instituut voor Fotografie bekend, even later hoorde hij dat het Centre dichtging. Nee, aan hem lag het niet, en ze waren zo tevreden met hem geweest, het Centre paste alleen niet meer in het marketingbeleid van Canon. Maar toen Monshouwer zijn personeel moest inlichten en de sluiting uitlekte, kreeg hij stank voor dank en werd hij geschorst.

Met een verbouwing had Monshouwer de toegankelijkheid vergroot. De omdoping van Photo Galery in Image Centre spoorde met de belangen van Canon om fotografie- en andere apparatuur onder de aandacht te brengen: kopieerapparaten bijvoorbeeld kunnen voor fotografen in het verlengde van camera's liggen, er zijn camera's voor video-stills, technisch vernuft benvloedt nu eenmaal artistieke ontwikkelingen. Monshouwer stelde voor de kosten voor het Centre (500 000 gulden per jaar) niet meer alleen te laten dekken door Canons fotodivisie (goed voor 15% van Canons omzet), maar ook door de businessmachines-divisie (85%). Op dit voorstel hoorde hij niets, net zomin als hij de directie in zijn Centre zag. Goed, een directielid, een of twee keer per jaar. "Als er al iemand kwam, werd er geklaagd over parkeerproblemen, bekeuringen, mayonaise op de stoep, de graffiti op de pui." Volgens een medewerker van het concern die anoniem wil blijven, heeft de levensstijl van de Japanners aan de top met de desinteresse te maken. Ze wonen buiten Amsterdam, de stad is Sodom en Gomorra: het Centre zegt hen niets. En als er dan een Canontopman komt, wordt hij - in tegenstelling tot de incrowd daar - niet eens herkend!

Maar van die desinteresse bij de leiding begrijpen de ondertekenaars van de brief aan de Canon-top juist niets, Nederlands bekendste fotoverzamelaar, Bert Hartkamp, Ingeborg Leyerzaph van het Prentenkabinet in Leiden, conservator Hripsime Visser van het Stedelijk Museum, schrijfster Naomi Rosenblum van het naslagwerk 'History of Photography', de Australische fotograaf Max Pam, de Nederlandse fotografe Eva Besnyo. De hoogste Canon-baas in Japan had in Het Parool nog zo hoog opgegeven van de kyosei-filosofie die het concern begeestert, gebaseerd op een harmonische omgang, een 'wederzijds belonende samenwerking', het lokaal aanwenden van winst.

Laat die zich met de opheffing rijmen? Het lijkt erop alsof de concerntop overhaast beslist heeft - volgens een ingewijde was huuropzegging van het hoekpand aan de Leidsestraat-Prinsengracht voor weer een nieuwe termijn een zwaarwegend argument. Lang moet er in het hoofdkantoor niet over nagedacht zijn. Voor Canon Benelux, gericht op verkoop, is een paar ton op een krap marketingbudget veel. Waarom de kosten voor het Centre dan niet gedeeld met de machines-divisie, of als culturele goodwill geboekt in plaats van als marketinginstrument? Bij grote sportevenementen zet Canon een service-bus neer voor fotografen om naar hun apparaten te laten kijken, of lenzen te lenen: nogal eens dezelfde mensen, zodat er evenzeer van 'herhalingsbezoeken' sprake is als bij het Centre het geval zou zijn (argument voor sluiting van een Canon-woordvoerster). Hartkamp en de zijnen wijzen fijntjes op de sponsoring door Canon van de milieu vervuilende Formule 1-races: volgens verschillende bronnen zou het hierbij om 20 miljoen dollar per jaar gaan. Dan is een paar ton opeens ook niet meer zoveel.

De verontruste briefschrijvers hopen dat de Canon-top het besluit herziet. Ze willen de handtekeningen onder hun oproep eind april aan de Canon-directie overhandigen, wanneer die aanwezig is bij de opening van de (door Canon gesponsorde) World Press Photo-tentoonstelling.

De firma wil volgens haar jaarverslag 'bijdragen aan de samenleving': "Good corporate citizenship" is "a central pillar of Canon's corporate philosophy" en uit zich in "a range of imaginative and socially constructive programs."

Canons prestige is in het geding: of angst voor gezichtsverlies geeft de doorslag en het blijft zoals het is, of het bedrijf maakt alsnog een gebaar - en wat is mooier in het jaar dat Canon Europa zijn zilveren jubileum viert?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden