Adri van der Poel zit in een overgangsfase

STRAATSBURG - Al geruime tijd wacht Adri van der Poel op een aansprekend resultaat. Sinds het trainingsdier in 1981 zijn eerste profcontract tekende, won de Brabander 91 wedstrijden, maar de afgelopen jaren is de klad erin geslopen. Klassiekers als de Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik en de Gold Race zet hij niet meer naar zijn hand. Dit jaar bleef de oogst beperkt tot de overwinning in de Nacht van Hengelo en de tweede plaats in een rit in Apulie achter Mario Cipollini.

Manager Ludo Voeten beschouwt Van der Poel als het boegbeeld van de ploeg De Cauwer. Niet direct om prestatieve redenen, maar wel qua uitstraling en beleving van het metier. Voor de renner zelf zijn die laatste twee eigenschappen weinig waard, als je niet aan het eerste deel van het verwachtingspatroon kunt beantwoorden. In praktisch alle pelotonsprints was Van der Poel in de lange aanloop naar het echte werk in de Tour de France voorin te vinden. In de massasprint van gisteren moest hij behalve Van Poppel ook Abdoesjaparow, Jalabert, Museeuw, Ludwig en Fidanza voor laten gaan. Met die strijdwijze sprokkelde Van der Poel al 73 punten bij elkaar voor het klassement van de groene trui, maar een kans om zich weer eens in de halogeenbundels van de schijnwerpers te rijden, heeft hij nog niet gehad. Tien Rondes van Frankrijk - hij miste die van 1981 en '91 - leverden hem tot nu toe twee ritoverwinningen op: in 1987 in Renaze en 1988 in Pau, na de kortste rit in lijn (38 kilometer) die ooit in de geschiedenis van de Franse ronde werd verreden. procentueel is de kans op een derde dagzege te verwaarlozen, weet Van der Poel. "Vroeger wist je ongeveer zeker dat de winnaar uit een vast groepje van tien kwam, nu zitten er in het peloton hooguit tien renners die geen etappe zullen winnen. Je kunt alleen nog tien overwinningen in een seizoen halen als je Cipollini of Van Poppel heet."

De 32-jarige Van der Poel zit in een overgangsfase. De jaren beginnen bij hem zwaarder te tellen dan bij de uitgesproken talenten. "Iedereen moet er veel voor doen om op een hoog niveau te kunnen fietsen" , vertelt hij. "Dat geldt uiteraard ook voor mij. Het punt is alleen, dat ik er altijd al veel voor deed. Die instelling dreigt zich nu een beetje tegen me te keren. Ik word ouder, ik merk dat ik later in vorm kom, maar ik kan moeilijk nog meer uren gaan trainen dan ik nu al doe."

Van der Poel heeft op dat gebied een naam hoog te houden. Op nietwedstrijddagen zeven uur op de fiets doorbrengen is voor hem geen uitzondering. Als hij na een kermiskoers in Belgie of een semi-klassieker niet genoeg kilometers heeft gedraaid, traint hij door terug naar huis te fietsen een paar uurtjes bij. Van der Poel koestert nog twee grote dromen, voor hij er over een kleine vier jaar als wegrenner mee stopt - het winnen van Milaan-San Remo en Parijs-Roubaix - maar zal bovenal trachten met de realiteit te leven: de persoonlijke voldoening, als hij naar vermogen heeft gepresteerd. En daarnaast hoopt hij op een beetje begrip van de kritische buitenwacht.

Nerveus

"Ik wil voor mijzelf bewijzen dat ik nog niet ben afgeschreven. Vorig jaar heb ik weinig gewonnen, maar voor mijn gevoel heb ik toen niet slecht gereden. In de klassiekers was ik goed in de weer, ik heb alleen nooit in de finale gezeten. Het afgelopen voorjaar was slecht, dat geef ik toe. Ik heb in die periode voortdurend mezelf achterna gelopen. Ik was nerveus, kortaf tegen mijn omgeving. Ik raakte geirriteerd als er steeds maar weer vragen over het voortbestaan van de ploeg werden gesteld en er niet op sportieve prestaties werd ingegaan. Mensen snappen niet dat het voor een renner heel frustrerend is, als hij er alles voor doet, maar geen resultaten ziet. Op het Nederlands kampioenschap ben ik na tachtig kilometer afgestapt. Je hoort mensen daar smalende opmerkingen over maken, terwijl je toch niet zomaar de koers verlaat. De emoties die zo'n besluit in je los maken, zullen buitenstaanders waarschijnlijk nooit kunnen begrijpen. Voor jezelf doe je een stap terug." Ik hoorde de renners in het peloton al zeggen: He, Van der Poel is weer terug. Dan doet het extra pijn dat je toch moet afstap pen omdat je niet goed bent."

De weken voor de Tour voelde Van der Poel zich goed, al waren de dagen hectisch. Vier weken geleden werd zijn zoontje David geboren. De vader verbleef voor zaken in de Ronde van Zweden, maar kon nog net de bevalling bijwonen. "Om half zeven 's ochtends hoorde ik dat de weeen waren begonnen, om zeven uur was ik op weg naar het vliegveld van Stockholm en om twee uur 's middags zat ik in het ziekenhuis."

Werd Van der Poel nog kort voor de Tour vader, Erik Breukink en Jelle Nijdam verwachten de gezinsuit breiding tijdens de Ronde van Frank rijk.

Als veel wielrenners beseft Van der Poel dat hij in de Tour de France een mooie uitschieter moet hebben om volgend jaar een fatsoenlijk onderdak te vinden. Het is nog steeds onzeker of de ploeg De Cauwer ook volgend jaar bestaat. Het contract van Van der Poel loopt af. Mocht de sponsor doorgaan, dan zal van de kopman in de klassiekers worden verlangd dat hij geld inlevert. "Ik heb daar geen moeite mee. Dan moet je maar winnen, vind ik. Ik ben altijd voorzichtig met mijn geld omgesprongen, terwijl ik meer uit mijn carriere heb gehaald dan ik zelf altijd voor mogelijk heb gehouden. Zolang je fietst, moet je je er zoveel voor ontzeggen, dat het zonde is om datgene dat je na veel inspanning hebt verdiend, zomaar weg te gooien. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om een dure nieuwe auto te kopen, als een tweedehands ook goed genoeg is."

Geen levensbelang

Fietsen is daarom voor Van der Poel geen levensbelang meer. "Ik wil nog tot mijn 36e op de weg fietsen. De sfeer vind ik belangrijker dan het geld. Ik denk dat ik in de ploeg van Raas, zoals die nu is tenminste, goed tot mijn recht zou komen. Je hebt daar veel renners van hetzelfde niveau. Als ik terugkijk, heb ik bij Raas en Gisbers mijn beste resultaten gehaald. Het is een misverstand om te denken dat ik die altijd in het voorjaar boekte. Gisbers heeft steeds geroepen dat ik geen man voor het voorjaar was, en hij heeft er gelijk in gekregen."

Adri van der Poel nadert de leeftijd dat de stress overwaait. "Als ik vroeger geen ereplaats haalde, begon ik hevig aan mijzelf te twijfelen. Van de ervaringen in het afgelopen voorjaar heb ik opgestoken, dat ik het anders moet aanpakken. Als het nu in de Tour niet lukt, ga ik me op een zo goed mogelijk naseizoen richten. Als het slecht gaat in wedstrijden die op je lijf zijn geschreven, is dat een domper. Maar als ik bijvoorbeeld elfde word in een koers die mij niet zo goed ligt, dan vind ik voor mezelf dat ik een goede prestatie heb geleverd. Als doorfietsen tot mijn 36e te hoog is gegrepen en er al eerder geen nieuw contract inzit, kap ik er gewoon eerder mee."

Na zijn carriere wil Van der Poel zich met zijn echtgenote (de dochter van Raymond Poulidor) in Frankrijk vestigen. "Wat ik daar ga doen? Ik weet het niet precies. Een beetje los werk doen voorlopig. Af en toe zal ik wel eens in de koers opduiken, maar niet altijd. En ik wil tot mijn veertigste blijven crossen, in combinatie met de mountain-bike." Van een wereldtitel in het veldrijden, na vijf tweede plaatsen, droomt Van der Poel overigens niet meer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden