Adoptie / Zeg maar: dag Korea, tot later als ik groot ben

Zo'n vierduizend Zuid-Koreaanse kinderen zijn de afgelopen 35 jaar geadopteerd door Nederlandse echtparen, maar vorige week vertrok de laatste lichting adoptiebaby's naar Schiphol. Hoewel Zuid-Korea inmiddels welvarend is, worden vanwege de rigide sociale conventies nog altijd veel kinderen voor adoptie aangeboden. En Zuid-Korea investeert liever in het terughalen van 'Overzeese Koreanen' dan in sociale voorzieningen die tegengaan dat vrouwen hun kinderen ter adoptie opgeven.

door Eun-mi Postma

Twee jongens en twee meisjes. Alle vier de baby's zijn ongeveer een half jaar oud en zien er kerngezond uit. De meisjes in hun rode pakjes kijken wat slaperig voor zich uit, terwijl de jongens met hun zwarte oogjes nieuwsgierig alle bewegingen om hen heen volgen.

In de babykamer op de Zuid-Koreaanse luchthaven Incheon krijgen ze nog een laatste fles en schone luier vlak voor de vlucht. Al in hun prille bestaan wacht hen een lange reis, die hun leven voorgoed zal veranderen. Dit zijn vrijwel zeker de laatste kinderen uit Zuid-Korea die door Nederlandse echtparen worden geadopteerd.

Daarmee komt na 35 jaar een einde aan de 'adoptierelatie' tussen beide landen. In die tijd hebben zo'n vierduizend kinderen door bemiddeling van Vereniging Wereldkinderen, de grootste adoptie-organisatie in Nederland, een nieuw thuis gekregen op Hollandse bodem. Na anderhalf jaar moeizaam overleg met het Zuid-Koreaanse kindertehuis Korean Social Service, werd geen overeenkomst bereikt over voortzetting van de samenwerking. Wereldkinderen heeft vervolgens het adoptiekanaal Zuid-Korea gesloten, al zijn de onderhandelingen volgens de organisatie nog niet volledig dood.

,,We vonden het niet langer meer verantwoord om aspirant-ouders die graag een kind uit Zuid-Korea wilden adopteren in onzekerheid te laten'', zegt Anneke Döbken, hoofd Azië van Wereldkinderen. Omdat de vraag naar adoptiekinderen nog steeds toeneemt en de relatie met Korea altijd goed is geweest, ziet het bureau deze stroom niet graag opdrogen. Maar het wil zakendoen op basis van gelijkwaardigheid en inzichtelijkheid en dat bleek niet mogelijk. ,,We willen inzicht in de financiële situatie, maar na lang aandringen is het kindertehuis nog steeds niet over de brug gekomen met de nodige financiële gegevens', aldus Döbken.

En daarom liggen de laatste vier kinderen, na 35 jaar samenwerking, in de armen van Trudy van der Mannen, die als vrijwilligster voor Wereldkinderen de baby's escorteert naar Nederland. Ze betreurt dat het adoptieprogramma stopt. ,,Als ik zeker zou weten dat de kinderen elders goed terecht zouden komen of dat de situatie in Zuid-Korea voor ongehuwde moeders beter zou worden, dan zou ik er vrede mee hebben, maar daar ben ik niet zo zeker van'', zegt ze.

Van der Mannen weet waar ze over praat. Ze heeft zelf twee meisjes geadopteerd uit Zuid-Korea, die allebei zijn afgestaan vanwege de sociale druk in de Zuid-Koreaanse samenleving. ,,De moeder van mijn oudste dochter was ongehuwd en de ouders van mijn jongste dochter waren gescheiden.''

De afgelopen jaren is er niet veel veranderd, want volgens Kim Chun Hee, de maatschappelijk werkster van het kindertehuis waar de vier baby's vandaan komen, zijn ongewenste zwangerschappen en scheidingen nog steeds de meest voorkomende redenen waarom kinderen worden afgestaan. Dat geldt ook voor de kinderen die in Incheon op hun vlucht wachten.

Het is op z'n minst opmerkelijk dat zo'n welvarend en modern land als Zuid-Korea, dat een sterke economie heeft en waar het inkomen per inwoner ongeveer gelijk is aan dat van landen als Spanje en Portugal, nog steeds een adoptieprogramma heeft lopen. Met jaarlijks 2400 kinderen die de grens overgaan, draait het programma nog op volle toeren. In totaal hebben sinds de Zuid-Koreaanse oorlog (1950-53) 130000 kinderen voor adoptie het land verlaten. Zuid-Korea is daarmee, oneerbiedig gezegd, een van de grootste leveranciers van adoptiekinderen in Azië. De armoede die in de jaren zestig en zeventig een hoofdreden voor adoptie leek, is de afgelopen tien jaar grotendeels verdwenen. Je zou verwachten dat zo'n trots land als Zuid-Korea alles in het werk zou stellen om de eigen kinderen binnenboord te houden.

Maar volgens de Zuid-Koreaanse journalist Kim Chang Yong, een specialist op het gebied van adoptie, ligt dat niet zo eenvoudig. ,,Ik betreur het feit dat wij blijkbaar niet in staat zijn om deze kinderen zelf op te vangen. In Seoul is wel een opvanghuis voor alleenstaande moeders. Maar de sociale voorzieningen zijn te beperkt.''

Onder de nieuwe president Roh Moo-hyun kan daar verandering in komen. Hij is een liberale, progressieve leider, die in zijn inauguratiespeech in februari sprak over gelijke kansen voor iedereen. Toch gelooft Chang Yong niet dat Zuid-Korea op korte termijn zijn adoptieprogramma zal stoppen ,,Het aantal kinderen dat voor adoptie wordt aangeboden is afgelopen jaren wel flink afgenomen, maar zolang Zuid-Korea een conservatief land is en de Zuid-Koreanen vasthouden aan de diepgewortelde Confuciantistische normen en waarden, waarbij het eigen, zuivere familiebloed het hoogste goed is, zullen kinderen naar buitenland blijven vertrekken in plaats van in eigen land te worden geadopteerd. Ander bloed in je eigen familie opnemen is een taboe, je eigen bloed afstaan is een schande voor de hele familie. Deze normen en sociale conventies veranderen niet van de een op andere dag.''

Toch zijn er wel degelijk veranderingen merkbaar. Zo komt het feminisme op en kiezen steeds meer vrouwen ervoor om na hun studie te gaan werken in plaats van direct te trouwen. In een door mannen gedomineerde maatschappij is dit een nieuw verschijnsel, dat opvallend snel om zich heen grijpt. Het zelfbewustzijn van de Koreaanse vrouw lijkt met de dag sterker te worden. Wat eerder voor onmogelijk werd gehouden, gebeurt nu mondjesmaat: alleenstaande moeders, vaak tegen de druk van de familie in, besluiten om hun kind te houden en alleen op te voeden.

Ook in de benadering van geadopteerden die als volwassene terugkeren naar Zuid-Korea is er het een en ander veranderd. Zo heeft Kim Chang Yong zich het lot van deze geadopteerden aangetrokken en drie jaar geleden een programma opgezet voor kinderen die kennis willen maken met hun geboorteland. Zij kunnen kostenloos Koreaanse taal- en cultuurlessen volgen aan de Inje-universiteit in ruil voor het geven van lessen Engels.

Momenteel volgen negen geadopteerden uit Europa en Amerika het programma van vier maanden, onder wie Jennie Wallden (27) die zes jaar was toen ze naar Zweden vertrok. Hoewel ze met haar lange zwarte haren uiterlijk niet veel verschilt van haar medestudenten op de campus, zie je direct dat ze anders is. Haar manier van praten en bewegen is expressiever dan van de bescheiden Zuid-Koreaanse studentes. Zo barst Wallden in de klas in huilen uit als ze een kinderlied herkent dat haar Zuid-Koreaanse moeder vroeger voor haar zong.

Haar biologische moeder heeft ze inmiddels ontmoet. ,,Ik verwijt mijn moeder niet dat ze mij heeft afgestaan. Mijn ouders woonden samen en waren niet gehuwd. De ouders van mijn vader gaven geen toestemming voor een huwelijk. En met een buitenechtelijk kind zou mijn moeder door iedereen met de nek worden aangekeken. Nadat ze mij heeft afgestaan, is ze Engels gaan studeren. Ik heb geluk dat ik met haar geen taalbarrière heb'', zegt Wallden lachend. Ze volgt de cursus om de cultuur van haar moeder en het leven in Zuid-Korea te begrijpen.

Het project is volgens Chang Yong een success. Inmiddels hebben 36 geadopteerden uit zeven landen het programma doorlopen en Chang Yong heeft het ambitieuze plan om op verschillende universiteiten soortgelijke projecten op te zetten. En dat terwijl de Zuid-Koreaanse overheid al verschillende 'Thuiskomst Programma's' in de aanbieding heeft.

Jennie Wallden wuift de suggestie weg dat de overheid haar geld beter kan besteden aan betere sociale voorzieningen die adoptie minder noodzakelijk maken, dan het uit te geven aan kennismakingsprogramma's als doekje voor het bloeden. ,,Je kunt de geschiedenis niet terugdraaien. Er zijn nu eenmaal veel kinderen uit Zuid-Korea geadopteerd en die zijn blij met zulke programma's. Natuurlijk moet er nog veel veranderingen, maar dit is al een stap in de goede richting.''

Zuid-Korea ontvangt de geadopteerden met open armen. Zo kunnen ze rekenen op een speciale behandeling van de Zuid-Koreaanse immigratiedienst. Sinds een jaar vallen geadopteerden onder de categorie 'Overzeese Koreanen' en kunnen ze om die reden vrij gemakkelijk een werkvisum verkrijgen zonder een werkcontract. Dat vormt een schril contrast met het feit dat bij adoptie juist alle officiële banden worden doorgesneden en de adoptiekinderen uit alle registers worden geschrapt.

Het warme onthaal lijkt onverholen gebaseerd op feit dat Zuid-Korea economische potenties ziet in de in het westen opgeleide geadopteerden. Zo staat het land te springen om 'buitenlanders' die Engels willen doceren aan de Koreanen.

Voor de kinderen op het vliegveld in Incheon staat later de deur dan ook open. De klok in de babykamer in de vertrekhal wijst half een. Over een uur stijgt het vliegtuig op naar Nederland. ,,Zeg maar: dag Zuid-Korea, tot later als je groot bent'', fluistert Trudy van der Mannen tegen de baby die ze op haar buik draagt. Slaperig richt die nog even haar hoofdje op. Dan verdwijnen ze achter de glazen schuifdeuren door de paspoortcontrole voor de laatste adoptievlucht uit Zuid-Korea.

Inmiddels zijn de baby's een week bij hun nieuwe ouders. Als het bloed inderdaad dikker is dan water, zoals een Koreaans spreekwoord luidt, zullen zij wellicht ooit terugkeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden