Adoptie buitenlands kind wordt moeilijker

Van onze parlementsredactie DEN HAAG - Kandidaat-pleegouders mogen niet langer buitenlandse kinderen adopteren zonder controle door één van de acht bemiddelende instellingen. Zonder toestemming van zo'n instelling wordt het adoptie-kind niet in Nederland toegelaten.

De Tweede Kamer is gisteren akkoord gegaan met deze wijziging in de Wet opneming buitenlandse pleegkinderen. Als bemiddelende organisaties voor de zogenoemde zelfdoeners zijn niet aan de overheid verwante instellingen aangewezen als de Vereniging Wereldkinderen en de Stichting Kind en Toekomst.

Op dit moment is het mogelijk dat aspirant-pleegouders met de beginseltoestemming van het ministerie van justitie in het buitenland op zoek gaan naar een adoptiekindje. De beginseltoestemming, een verklaring over de geschiktheid als ouders, wordt in andere landen als officieel document beschouwd. Er is op die manier echter geen controle mogelijk op de betrouwbaarheid van de buitenlandse bemiddelaar die het kindje voor hen zoekt.

Staatssecretaris Schmitz van justitie wil deze ongecontroleerde adoptie en mogelijke excessen met kinderhandel tegengaan door alle aspirant-ouders te verplichten zich tot één van de vergunninghoudende instanties te wenden. Aspirant-ouders mogen dus nog wel zelf op zoek gaan naar een adoptiekindje, maar moeten zich weer tot de vergunninghoudende instantie wenden als zij dat hebben gevonden.

De vergunninghouder kijkt vervolgens of de bemiddelaar betrouwbaar is en stuurt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van justitie het zogeheten gezinsrapport naar de buitenlandse bemiddelaar. De instantie zorgt ook voor informatie-uitwisseling tussen die bemiddelaar en de aspirant-ouders over het kindje en de te volgen procedure.

PvdA en D66 hebben bedenkingen tegen het feit dat de vergunninghoudende instantie het gezinsrapport verstuurt. Zij vinden dat het ministerie van justitie dat moet doen. PvdA-kamerlid Van den Burg: “Het kan immers gebeuren dat de vergunninghouder een rapport moet doorsturen aan een buitenlandse bemiddelaar waarover hij eerder negatief heeft beslist.”

Schmitz benadrukte dat de vergunninghouder het rapport onder verantwoordelijkheid van de minister van justitie verstuurt. Bovendien is het volgens haar belangrijk dat de instantie de ouders informeert over de adoptie. Er zal volgens Schmitz ook steeds goed contact tussen het ministerie en de vergunninghoudende instantie zijn.

Schmitz beloofde overleg te zullen voeren met haar collega van financien over de vraag of de bemiddelingskosten, een aftrekpost voor de belasting kunnen worden. Die kosten bedragen tussen de 2000 en 6000 gulden. De Kamer hecht veel waarde aan de aftrekpost, omdat de bemiddeling voor de zelfdoeners verplicht wordt.

Het aantal buitenlandse kinderen dat in Nederlandse pleeggezinnen wordt opgenomen is de afgelopen jaren overigens gestaag gedaald. Dit jaar werden tot 1 oktober 308 buitenlandse kinderen geadopteerd, tegen vorig jaar 574. In 1992 waren het er 618 en het jaar daarvoor 817. Vorig jaar kwamen de meeste kinderen uit Colombia (146), Brazilië (72) India (65) en Sri Lanka (62). Het aantal adopties dat buiten de erkende instanties om werd geregeld bedroeg vorig jaar 54, in 1992 69 en 1991 167.

Dat aantal neemt af omdat steeds meer landen het Adoptieverdrag 1993 ondertekenen. Dat verdrag schrijft voor dat een kind alleen voor adoptie in aanmerking komt als vaststaat dat voor het kind geen andere oplossing kan worden gevonden. Inmiddels hebben vijftien landen het verdrag ondertekend, waaronder Colombia, Brazilië, Roemenië, Sri Lanka, Mexico en Equador.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden