Adolf Muschg: het Joodse goud heeft het 'stiekeme vet' van de Zwitsers ontbloot

Adolf Muschg (63) is in de eerste plaats schrijver, gelauwerd in binnen- en buitenland en een gewaardeerd lid van de Zwitserse intelligentsia. Nu is hij ook in brede kring bekend, doordat hij de polemiek rond de Joodse tegoeden niet schuwt. Hij ondertekende het manifest dat in januari de regering en banken ter verantwoording riep en nam in een paginagroot stuk in de Tages Anzeiger persoonlijk stelling tegen de gewraakte uitspraak van minister Delamuraz 'dat Auschwitz niet in Zwitserland ligt'.

RENSKE HEDDEMA

“We zien onszelf heel anders dan het buitenland dat doet. We hebben niet gemerkt, hoe onpopulair de Zwitserse neutraliteitspolitiek is geworden bij onze buren. Neutraliteit was na de Tweede Wereldoorlog eigenlijk een heel makkelijke methode om geen beslissingen te hoeven nemen, uit de conflicten te blijven en te profiteren. In de koude oorlog kon men op basis van politieke neutraliteit zaken doen met alle partijen, terwijl men kwa instelling anti-oostblok was. Dat was de goede oude werkverdeling van in de oorlog: we zijn anti-nazi, mááar. . . in de praktijk moeten we vanwege onze neutraliteit met beide kanten zaken doen, en ook met de duivel kersen eten.

In de oorlog was er sprake van een noodsituatie. Maar voor de laatste dertig, veertig jaar heb ik een stuk minder begrip, vooral het ons onttrekken aan alle internationale politieke organisaties die niet zuiver charitatief waren, zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie. Zwitserland heeft steeds gezegd: in ideëel opzicht doen we mee, maar praktisch en materieel niet.

Deze keurige scheiding tussen dingen die iets opbrengen en dingen die iets kosten, is anderen niet ontgaan. Al heel lang moet in het buitenland het idee geleefd hebben, dat Zwitserland een profiteur is, die in de oorlog een recept ontdekt heeft hoe je je winsten maximeert en je toch nog eerlijk voor kan doen. We krijgen nu niet alleen de rekening gepresenteerd voor het Joodse geld op geheime bankrekeningen, maar ook voor het beleid van de banken jegens Zuid-Afrika, Zaïre, de Filippijnen. Dus de mening dat geld niet stinkt is niet waar gebleken, er is wel degelijk stinkend geld en zoals we gezien hebben, stinkt het nog lang na.'

De Zwitsers hebben zichzelf lang gezien als dienstverleners in een consumentenmarkt?

“Veel Zwitsers zien hun land niet eens als een economische grootheid, een compleet land, een politieke macht waar je ook belastingontduiking hebt, corruptie en criminaliteit. Financieel gezien zijn we een wereldmacht. Maar het kleinburgerlijk zelfbeeld, van een rechtschapen volkje temidden van het grote buitenland, is generaties lang onaangetast gebleven. Hier was alles anders, hier waren we van alle smetten van de wereldgeschiedenis vrij. Dat idee zit in de hoofden van de Zwitsers en is er niet uit te krijgen. We waren een modelleerling, een Sonderfall.”

Hoogmoed komt voor de val, en het gaat ook nog economisch slecht. . .

“Het is iets heel specifieks voor de Zwitsers dat ze niet willen uitkomen voor hun eigen rijkdom. Het Zwitserduits heeft daar een woord voor: heimlifeiss, heimlich feist: dat betekent stiekem vet. De Zwitsers zijn heimlifeiss, ze staan daar als onschuldige burgers, maar ze hebben volle zakken.

Mijn stiefkinderen gaan naar het gymnasium, maken hun huiswerk en doen gewoon hun best. Ineens hebben ze ontdekt dat alle klasgenoten op een of andere manier bijles nemen of naar een leerstudio gaan voor het examen. Die kameraden hadden dat allemaal verborgen gehouden en geroepen dat ze niks uitvoerden, maar stiekem verschaft men zich een klein concurrentievoordeel.

Minister Delamuraz zei: 'we laten ons niet chanteren' - een fatale uitspraak voor een staatsman. Er ís geld gekomen voor een fonds, en er is ook discussie gekomen.

Dit was nooit gelukt zonder druk van buiten. Er zou geen partij zijn geweest, ook de linkse niet, die het tot thema zou hebben verheven.

De publicaties van de afgelopen jaren hebben nooit dit effect bereikt. Het zijn steeds weer de intellectuelen geweest die er boek op boek over hebben geschreven, met nul komma nul resultaat, of hooguit het verwijt nestbevuiler te zijn. Max Frisch is het beste voorbeeld. Hij schreef 'Blütter aus dem Brotsack' toen hij in dienst was en in de jaren zestig 'Der Dienstzettel'. Het ging over dezelfde oorlog, maar in een totaal ander licht gezien. De reacties daarop waren uitermate afwerend, nu is Frisch natuurlijk allang een totale verrader geworden. Frisch heeft de Zwitserse legende al heel vroeg opgeblazen, maar Zwitserland wilde er niet aan.'

Zwitserland heeft in de oorlog naar schatting 30 000 Joodse vluchtelingen aan de grens teruggewezen, maar bijna hetzelfde aantal, weliswaar tegen betaling, opgenomen. Wat merkte u daarvan als klein jongetje?

“Bij een vriendje zat een Joodse jongen in huis, van wie de ouders verdwenen waren. Maar over de achtergronden werd bij ons thuis eigenlijk niet gepraat. Jodenvervolging was geen onderwerp waarover men zich druk maakte. Mijn vader was een streng reformatorische christen en alleen zijn liefde voor het Oude Testament behoedde hem voor een uitgesproken antisemitisme. Tegelijkertijd was hij net als elke andere vrome christen sterk antisemitisch geïmpregneerd. Ik herinner me dat gedeelte uit het Nieuwe Testament waarin de Joden, voor het kruis staande, zeggen: 'Zijn bloed komt over ons en over onze kinderen'. Dat citeerde mijn vader en het kwam op mij over als gerechtigheid, zo van 'wat de Joden overkomt overkomt ze eigenlijk nog als moordenaars van Christus.' Dat Joden mensen waren die je niet kon vertrouwen, werd niet expliciet uitgesproken maar het hing in de lucht.”

Zwitserland heeft altijd het adagium gevoerd: Am besten ist unsere Auslandpolitik wenn wir keine haben. Waar komt dat vandaan?

“Een bond waarvan de innerlijke samenhang kunstmatig is - dit land is tenslotte een afspraak tussen 26 kantons met vier verschillende talen - wordt gedefinieerd door een druk van buiten. Men is het erover eens wat men niét wil zijn - namelijk wat al die andere landen zijn - en dat is een identiteitsgarantie. Het is een 'identity by default', die eruit bestaat dat we geen identiteit hébben. Het zijn heel pragmatische reflecties; de ervaring is dat men samen sterk staat, dat dat winst oplevert en dat men zich zo ook een buitenlandbeleid bespaart.

Maar als de functies internationaal verschuiven, de Oost-West-verhoudingen veranderen, dan vervloeien ook onze grenzen. Dan lossen als het ware de randen van deze federatie op. Men heeft totaal geen maat meer in de omgang met zichzelf en het gekke is, dat een volk dat op anderen zo hooghartig en farizeïsch overkwam, nu zo hulpeloos en depressief blijkt. Als een kind dat altijd dacht dat het geliefd was ineens te horen krijgt: 'Ik heb altijd al een hekel aan je gehad', dan is dat een schok. Ik heb met de moedermelk binnengekregen dat alle landen ons bewonderden en wilden zijn zoals wij, de enige echte democratie, en dan krijg je dit. Dit is voor vele van mijn landgenoten letterlijk niet te bevatten.'

U heeft in januari het Manifest ondertekend dat zich ook sterk tegen de regering keerde.

“Het was vooral een signaal tegen het latente antisemitisme dat uit de woorden van onze minister sprak, toen was dat nodig. Sindsdien hebben de fronten zich verlegd. De regering doet nu serieuze pogingen om met het Solidariteitsfonds uit deze klem te komen. De Bundesrat heeft heel hoog ingezet met die zeven miljard, Blocher (de populistische ultrarechtse leider van de Schweizerische Volkspartei, red.) springt daar natuurlijk bovenop, maar ook een oud- directeur van de Nationale Bank heeft zich al tegen de stichting gekeerd. Er heerst bij sommigen de stemming: hoezo moeten wij ons kapot sparen, ons sociale stelsel loopt gevaar, de pensioenen worden onbetaalbaar, de werkloosheid was nog nooit zo hoog - hoe moeten we dan nog geld opbrengen voor anderen?”

Inmiddels is de historische commissie Bergier aan het werk, wat verwacht u daar van?

“Ik kan me niet voorstellen dat Bergier komt met meer dan een paar retoucheringen van het bestaande beeld, er is inmiddels al zoveel gepubliceerd. Als een volk iets heel onaangenaams moet accepteren of een familie een schande moet verwerken dan heeft ze tijd nodig, ervaringen, rituelen. Ik zie de groep Bergier in eerste instantie als een maatregel van psychische hygiëne van een natie die in de war is geraakt. De boodschap is: we kijken onze eigen geschiedenis zelf na, niet omdat het buitenland dat zegt, maar omdat we dat zelf belangrijk vinden. Politiek geef je daarmee een signaal af dat je erkent dat je houding ten opzichte van het verleden niet in orde was en je creëert de tijd om dat niet zo fraaie zelfbeeld draaglijk te maken.”

En de directe democratische processen die die Solidariteitsstichting nog moet doorlopen: parlement, volk, kantons, wat is uw prognose daarover?

“Er zijn twee scenario's. Ofwel het lukt de Bundesrat om met hulp van de kerken en andere maatschappelijke groeperingen een appèl te doen op de morele verantwoordelijkheid van de Zwitsers. Er komt nu kennelijk een grootschalige interne pr-campagne, waarin de regering de Stichting gaat verkopen. 'Solidariteitsstichting schept arbeidsplaatsen', ik zie de koppen al voor me. De Zwitser geeft nooit graag geld, maar als je hem kunt overtuigen van het belang van een goed imago voor het toerisme, de hotellerie, dat zijn hotelbedden weer gevuld raken, dan heeft het misschien een kans. Nu wordt het nog gezien als zondenfonds, als boetedoening, als knieval voor het buitenland. Daarvan moet het losgekoppeld worden, dat is te pijnlijk.”

En als de bevolking inderdaad nee zegt?

“Zelfs als het volk zo verstandig is in te stemmen met de Stichting, dan kunnen de kantons nog tegen stemmen, en dan is alles alsnog verloren. De kleine reactionaire oerkantons hebben evenveel stemrecht als de grote. De stem van kanton Uri (34 000 inwoners), telt even zwaar als die van Zürich (1 123 000). Demagogie heeft hier meer kansen dan elders. Door wat er de laatste maanden gebeurd is, gaan er stemmen op dat de Bundesrat meer macht zou moeten krijgen.

Aan de andere kant, ik ben een groot federalist. Ik vind in menig opzicht dat de kleine eenheid, waarin je nog overzicht hebt over de verhoudingen, een reëlere democratie oplevert. Ik had, als lid van de commissie voor de grondswetsherziening, ook allerlei ideeën voor liberalisering. Nu weet ik het ook niet meer zo zeker. Onze club was sterk geïnspireerd door Max Frisch, je houdt een volk een idee voor, maar dat is niet genoeg. Die ideeën zijn een zachte dood gestorven, zodra ze het groene vilt van onze werktafel hadden verlaten. Voor een staatsherziening heb je namelijk een kleine revolutie nodig, er moet een groot onbehagen zijn.'

Is dat nu niet het geval?

“De discussie zelf zal Zwitserland zeker veranderen, maar ik waag me niet aan voorspellingen in welke richting. Het zou ook best kunnen dat er een nog reactionairder Zwitserland uit ontstaat, dat zich nog meer afwendt van Europa dan nu. De anonieme brieven die ik ontvang, verwensen mij en mijn vrouw al naar de duivel. “U en uw bastaardvrouw (Muschg is getrouwd met een Japanse, red.), u komt ook nog wel aan de beurt.” Er beweegt momenteel van alles. We raken nu in een proces, waarvan we de uitkomst niet kennen. Ik zal in ieder geval mijn plicht doen en voor de Solidariteitsstichting op de bres springen, waar ik kan. ”

De prijs van het geweten

Zwitserland kent twee fondsen naar aanleiding van de Joodse tegoeden op de Zwitserse banken. Het eerste is een feit, het tweede (de Solidariteitsstichting) is nog maar een voorstel. - Een fonds van 265 miljoen frank. Dit geld is gestort door de drie grootste banken (100 miljoen), de Nationale Bank (100 miljoen) en de industrie (65 miljoen). Het is de bedoeling dat dit fonds claims van Joodse en andere rechthebbenden vergoedt. Wat over is, omdat de details niet meer zijn te achterhalen, vervalt aan Joodse instellingen, waarbij het World Jewish Congress als bemiddelaar optreedt. Als er meer claims zijn dan geld, lijkt het logisch dat de Solidariteitsstichting bijspringt. - De Solidariteitsstichting. Het is de bedoeling om de Zwitserse goudvoorraad zodanig op te waarderen, dat er goudstaven aan het nationaal onderpand worden onttrokken en de geldhandel ingaan. Bij een eerste opwaardering wordt 7 miljard besteed aan de nieuwe Solidariteitsstichting. De Stichting krijgt de beschikking over de jaarlijkse rente daarvan, enkele honderden miljoenen per jaar. Daarvan wordt de helft besteed aan humanitaire doelen in het buitenland en de andere helft aan doelen in Zwitserland.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden