Review

Adolf Hitler als jochie

Hoe wordt een onschuldig kind de belichaming van het kwaad? In de nieuwe roman van Norman Mailer is Adolf Hitler een gewoon Oostenrijks knaapje, dat langzaam geïnjecteerd wordt met het Kwaad. Mailers visie op de duivel is nogal kinderachtig, vindt Rob Schouten. Maar vertellen kán hij.

De vraag is wat opmerkelijker is aan Norman Mailers nieuwe boek: het onderwerp of de uitwerking ervan. ’Het kasteel in het woud’ is een roman over een geschiedkundige datum, de jeugd van Adolf Hitler. Kennelijk zit de kruisbestuiving van facts en fiction in de lucht. In Nederland met ’Lucifer’ van Connie Palmen, gebaseerd op het leven van Peter Schat, en met ’Het schervengericht’ van A.F.Th. van der Heijden, gemodelleerd naar de zaak Manson/Tate, in Amerika met bijvoorbeeld Joseph Roths roman ’Het complot tegen Amerika’, een alternatieve versie van de Tweede Wereldoorlog.

Maar Mailers jonge Hitler heeft toch een extra dimensie: behalve een eventueel spel met de geschiedenis suggereert zijn roman automatisch ook een mogelijke verklaring voor een van de grootste raadsels uit de recente wereldgeschiedenis: de psychologie van een volkerenmoordenaar, iemand die de belichaming van het kwaad is.

Hoe zagen de jonge jaren van Adolf Hitler eruit? Wislawa Szymborska schreef een gedicht over zijn eerste fotootje, als baby:

‘Wie is dat snoesje in dat babyjurkje

toch?

Dat is nu de kleine Adolf, ’t zoontje van

de Hitlers.

Zou hij misschien doctor in de rechten

worden?’

Over dat mysterie van de misleidende onschuld gaat ook Norman Mailers roman, een boek over een doodgewoon jochie uit een Oostenrijks doorsneegezin, met broertjes en zusjes, een kind dat indiaantje speelt, vuurtjes stookt en zijn broertje pest. Mailers versie van Hitlers jonge jaren wijst niet onverbiddelijk vooruit naar de massamoordenaar van later. Het boek gaat zelfs niet eens in hoofdzaak over Adolf maar meer over zijn vader Alois Hitler, een redelijk brave, middelmatige carrièremaker uit de tijd van Keizer Franz Jozef.

Mailer stelt het voor alsof het kwaad gaandeweg in Adolf, door zijn verwanten ’Adi’ genoemd, geïnjecteerd wordt om zich later, na de door dit boek beschreven tijdsspanne, in volle demonie te openbaren. De verteller is een lagere duivel, die zich met de jonge Hitler bezighoudt en hem allengs manipuleert, in de trant van de sturende engelen in Harry Mulisch’ ’De ontdekking van de hemel’.

Mailers ’duivelse plan’ dat, moet ik bekennen, literair gesproken tamelijk kinderachtig, overbodig en geforceerd overkomt, lijkt gebaseerd op ’Brieven uit de hel’ van C.S. Lewis, een klassieker op het gebied van duivelse listen: de wereld wordt voorgesteld als een vorm van touwtrekken tussen engelen en duivels.

Deze praktijken, die tenslotte teruggaan op middeleeuwse voorstellingen van zaken, geeft ’Het kasteel in het woud’ iets primitiefs, alsof niet de geschiedenis maar een bovenmenselijk Kwaad Hitler heeft ’gemaakt’.

Het frappante aan Mailers jonge Hitler is, dat deze op geen enkel moment echt onsympathiek wordt. Dat is gek, want je bent je voortdurend bewust waar die onschuldige kinderacties van Adi op uit zullen draaien. De invloed van zijn grotere halfbroer, van zijn overheersende vader, de douaneambtenaar, van zijn liefhebbende moeder, staan nu eenmaal niet op zichzelf maar in het licht van Hitlers rol in het Derde Rijk. De enige reden waarom Mailer deze roman schrijft is immers dat-ie over Adolf Hitler gaat.

Als de jonge Hitler iemand pest ben je dus geneigd te denken: zie je wel, en als hij zijn pijn dapper verbijt zie je in het verschiet de latere psychopaat die niets meer voelt. Toch blijft Adi Hitler menselijk en gewoontjes. Eerlijk gezegd bleef ik ook voortdurend denken dat het net zo goed allemaal anders had kunnen aflopen, en dat is misschien wel de grootste, zij het onbedoelde, verdienste van Mailer, dat hij ondanks de hocus pocus van zijn duivelse influisteringen de fatale invloeden op zijn hoofdfiguur in het ongewisse laat.

Mailer suggereert bijvoorbeeld dat de imkerij van Hitlers vader, de organisatie van de bijenvolken, waarin het volk alles opoffert om te overleven en de koningin te voeden en waarin zwakke bijen zonder meer uit de weg worden geruimd, van invloed zou zijn geweest op Hitlers latere praktijken, maar op hetzelfde moment lijkt hij ook weer te aarzelen bij zo’n theorie van jeugdige beïnvloeding. Als de verteller/duivel een droom over het vergassen van bijen in Hitlers geest legt, meldt hij er direct bij: ,,Hier zou ik de lezer willen waarschuwen niet te veel waarde te hechten aan het vergassen of de lijkentelling. Dit moet niet worden opgevat als dé oorzaak van alles wat volgde. Want een droomgravure, hoe kunstig ook, maakt niet meer dan een spatje op je psyche, een voetspoor dat vooruitloopt op ontwikkelingen die in de volgende tientallen jaren al dan niet komen.’’ Inderdaad, er zijn ook jongens die na een jeugd tussen de bijenkorven helemaal geen dictator werden.

Het geheimzinnige complex van factoren dat Hitler maakt tot wat wij van hem kennen, wordt dus door Mailer niet opgehelderd. Geen wonder. Mailers geloof in Goed en Kwaad als concrete machten is ook te eenvoudig om de hedendaagse lezer te overtuigen en zijn kleine Mefistofeles is toch te gewoontjes en antropomorf om echt dreigend te worden. In plaats daarvan schreef hij een wonderlijk boek over zomaar een jongen in het late Habsburgse rijk, product van inteelt (Hitlers vader was getrouwd met zijn nicht), maar ook van een redelijk warm nest.

Het meest karakteristieke aan het boek is misschien de passage over Tsaar Nicolaas II, naar wiens kroning Hitlers demon, die nu eenmaal meer cliënten in z’n bestand heeft, zich spoedt. Voor Hitlers verhaal doet het er niks toe en de lezer krijgt dan ook de raad, als het hem niet interesseert, naar pagina 257 door te bladeren. Maar het zegt iets over Mailers ongebroken vertelzin, die groter is dan zijn greep op het verhaal.

Wat de verklaring voor Hitlers latere loopbaan betreft, die komt niet uit de verf. Dan zegt het fotootje van de jonge Hitler, uit 1899 op de lagere school in Leonding, meer dan deze hele roman: een heerszuchtig, arrogant ventje, met de armen vastberaden over elkaar geslagen. Al helemaal de Führer, maar dat is achterafwijsheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden