Admiraal tegen eeuwige oorlog

Hij was de gebeten hond bij de hogere regionen van de Amerikaanse marine. Ze verweten hem dat hij alleen maar uit was op wraak omdat hij was gepasseerd bij promotie tot de top. Maar in de media en in progressieve kringen was hij een geziene verschijning omdat hij van leer trok tegen oorlogszucht en militaire verspilling.

Gene La Rocque was in 1971 met pensioen gestuurd als 'rear admiral', een rang met twee sterren die vergelijkbaar is met een Nederlandse schout-bij-nacht. Hij zou zich in zijn loopbaan van 31 jaar te weinig hebben onderscheiden om gepromoveerd te worden naar drie sterren. Een jaar later begon hij met een collega het Center for Defense Information (CDI), een brandpunt voor critici van het Pentagon.

Hij had genoeg oorlog meegemaakt. "Ik vind het vreselijk als ze zeggen 'Hij heeft zijn leven gegeven voor zijn land'. Maar in feite steelt het land het leven van die kinderen, in naam van eer en glorie."

In 1940 was hij bij de marine gegaan, zoals zoveel Amerikaanse jongens in die spannende jaren van oorlog die overal ontbrandde. In de zomer van het volgende jaar werd hij op de basis Pearl Harbor in Hawaï geplaatst, op eigen verzoek. De Stille Oceaan, dat klonk zo romantisch, vond hij. Het werd al snel een bloedbad met de Japanse aanval in december op Pearl Harbor. Zijn schip bleef als een van de weinige ongedeerd en zette de achtervolging in. Dat viel tegen.

Niemand had de overval verwacht. "We zagen de Japanners als kleine bruine mannetjes terwijl wij de grote blanke mannen waren. Van de Duitsers wisten we dat ze geweldige vechters en bouwers waren, maar de Japanners zouden een makkie voor ons zijn. Het duurde een hele tijd voordat we beseften hoe goed die kerels waren."

Ook al maakte hij tijdens zijn vier jaren op de Stille Oceaan dertien zeeslagen mee, hij herinnerde zich vooral de verveling. "Wat een verspilling van een menselijk leven. Ik verloor veel vrienden. Ik moest de ouders van mijn maat vertellen over onze laatste dagen samen. Je raakt ledematen kwijt, je ogen, een deel van je leven - en waarvoor?"

Toch geloofde La Rocque destijds nog in zijn werk. "Ik bleef bij de marine omdat ik dacht dat de Verenigde Staten de wereld echt veilig zouden kunnen maken voor democratie."

Amerika bleef onafgebroken in oorlog ergens op de wereld. "We gingen altijd ergens anders heen om onze oorlogen uit te vechten, dus we hebben nooit echt de verschrikkingen ervan ervaren. We zijn uniek in de wereld, een land met dertig miljoen oorlogsveteranen", zei hij in 1985.

"Ik denk niet dat ik ben veranderd. Ik was een goede scheepskapitein. Ik was gehard. Ik werkte als een bezetene om te zorgen dat mijn schip en mijn mannen op hun best waren. Ik hield van de zee, nog steeds. Maar de Verenigde Staten zijn veranderd. De gedachte dat je kunt proberen conflicten met vreedzame middelen te regelen, is verdwenen. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben we militaire kracht gebruikt om te bereiken wat we wilden in de wereld."

Hij meldde zich in de jaren zestig vrijwillig voor de oorlog in Vietnam. Daar begon hij echt te twijfelen. "We sturen enthousiaste, stoere en knappe 19-jarigen de kust op en we brengen ze terug in zwartrubberen lijkzakken. Wat kleine dingen blijven liggen: wat ingewanden en ledematen die niet in de zak passen. Dan neem je een brandslang en spuit dat spul van het dek overboord."

Terug in Amerika bracht hij als strategisch planner van de stafchefs in 1968 een kritisch verslag uit. "Ik had niemand kunnen vinden die me kon vertellen waarom de Verenigde Staten in Vietnam waren en wat we daar probeerden te bereiken", vatte hij zijn rapport samen.

Dat viel verkeerd en zijn laatste drie jaren als militair zat hij weggestopt als directeur van een bijscholing voor officieren uit bevriende Latijns-Amerikaanse landen.

Na zijn vertrek ergerde hij het Pentagon zozeer met zijn denktank Center for Defense Information dat 500 gepensioneerde admiraals (daar zijn er duizenden van in de VS) een paginagrote advertentie plaatsten in The Washington Times tegen zijn opvattingen. Een vroegere chef van hem zei: "Als de ideeën van La Rocque de overhand krijgen, dan zullen mijn kinderen hun leven niet in vrijheid kunnen voltooien."

La Rocque hield stand tegen het verwijt dat hij wilde toegeven in de Koude Oorlog. "Je kunt redeneren dat de Tweede Wereldoorlog uitgevochten moest worden. Hitler moest worden gestopt. Maar jammer genoeg vertalen we dat onveranderd naar de situatie van vandaag."

Hij wilde de Sovjet-Unie en andere communisten ook bestrijden, maar vreedzaam. "De Russen hebben eigenlijk alleen maar invloed in de bufferzones rondom hun eigen land. Ze zijn een flop geworden in andere landen. Toch bepaalt de Russische beer zo ongeveer alles wat wij doen."

De analyses van zijn centrum van het militaire apparaat en onthullingen over verspilling vonden gehoor bij de media. Hij ging ermee door tot enkele jaren geleden.

"Het kan best zijn dat mijn telefoons worden afgeluisterd", zei hij in een interview. "Ik hoop dat ze dat doen want ik zie graag dat alles wat wij weten doordringt tot het Witte Huis en het Congres, ook als dat gaat via aftappen."

Eugene Robert La Rocque werd geboren op 29 juni 1918 in Kankakee, Illinois, Verenigde Staten. Hij stierf op 31 oktober 2016 in Washington DC.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden