Ademloos luisteren

Een goed kinderboek overleeft zijn eigen tijd. Wat is het geheim van de klassiekers van schrijvers als Annie M.G. Schmidt, Guus Kuijer of Tonke Dragt? Ter gelegenheid van de vijftigste Kinderboekenweek vandaag ruime aandacht voor het kinderboek. Een interview met hoogleraar jeugdliteratuur Helma van Lierop, met kindermuziekcomponist Henny Vrienten en bekende auteurs die vertellen over hun eigen, favoriete jeugdboek. Ze heeft twee zonen: een leeSkind en een leeFkind, zoals Annie M. G. Schmidt ooit het onderscheid typeerde tussen kinderen die boeken verslinden en kinderen die niet lezen, omdat ze liever buiten zijn. Helma van Lierop, hoogleraar jeugdliteratuur in Tilburg en daarnaast sinds 1998 buitengewoon hoogleraar jeugdliteratuur aan de universiteit van Leiden, weet er alles van hoe het is om een kind te hebben dat niet van lezen houdt.

Haar zonen (15 en 13 jaar) heeft ze eindeloos voorgelezen. De oudste nam de leeswoede van zijn moeder gretig over. Bij de jongste is ze al blij als hij een boek pakt. Om hem toch te stimuleren, is ze voortdurend op zoek naar boeken die aansluiten bij zijn hobby's. ,,Met een boek over sport kan ik hem nog wel motiveren. Daar gaat het toch ook om: dat je plezier beleeft aan het lezen.”

Er wordt steeds minder gelezen in Nederland. Alle geld en inspanningen die worden gestoken in leesbevordering ten spijt, grijpen met name jongeren steeds minder naar een boek. Vooral jongens in de puberleeftijd (14 plus) lezen weinig of helemaal geen boeken. Helemaal blindvaren op die leesonderzoeken kun je ook niet, relativeert Van Lierop, omdat jongeren voor school vaak wel veel boeken (moéten) lezen.

Dat neemt niet weg dat ook zij zich zorgen maakt over het afnemende leesgedrag. ,,Het is natuurlijk niet voor niks dat er zoveel gedaan wordt aan leesbevordering. De projecten richten zich onder meer op allochtone kinderen, omdat in de gezinnen waarin ze opgroeien voorlezen geen traditie is.”

Maar in de jubileumkrant van de Kinderboekenweek, die dit jaar een halve eeuw bestaat, klinkt niets door van die actuele zorgen. Daar is het feest. Hieperdepiep hoera en lang zullen we lezen! De Kinderboekenweek wordt 50 jaar! Het thema van de Gouden Kinderboekenweek is Muziek! Niet toevallig, omdat bij een feest muziek hoort, en waar muziek klinkt is het feest.

,,Daar wil je bij zijn. Iedereen! Toch?” Aldus de juichende openingszinnen in de speciale kinderboekenweekkrant.

Een van de hoogtepunten van het jubileum is de uitreiking van de speciale jubileumprijs voor het meest monumentale kinderboek sinds 1954. Oud-juryleden die in de afgelopen 50 jaar deel uitmaakten van de Griffeljury's kiezen uit 61 boeken die ooit een Gouden Griffel kregen of Kinderboek van het Jaar waren (de voorloper van de Griffel). Elk jurylid mocht drie boeken nomineren en dat viel lang niet mee, zegt Van Lierop.

Haar keuze viel na lang wikken en wegen op de volgende boeken: 'De brief voor de koning' (1963) van Tonke Dragt, 'Lawines razen' (1954) van An Rutgers van der Loeff en 'Krassen in het tafelblad' (1979) van Guus Kuijer. Meer juryleden deelden haar voorkeur, want twee van de drie boeken ('De brief voor de koning' en 'Krassen in het tafelblad') hebben ook de shortlist gehaald van in totaal zes boeken, waaruit de uiteindelijke winnaar zal worden gekozen.

De andere vier genomineerde titels zijn: 'De kleine kapitein' (1972) en 'Het sleutelkruid' (1964) van Paul Biegel, 'Kruistocht in spijkerbroek' (1974) van Thea Beckman en 'Kleine Sofie en Lange Wapper' (1984) van Els Pelgrom.

Helma van Lierop hoopt dat Tonke Dragts 'De brief voor de koning' wint. In haar ogen is dat een magistraal boek dat glansrijk de criteria doorstaat waaraan een goed kinderboek moet voldoen. ,,Een van de belangrijkste daarvan is dat het boek zijn eigen tijd overleeft en niet na tien jaar gedateerd is.” Op dit moment is bijvoorbeeld Francine Oomen erg populair met haar boeken waarvan de titels variëren op de vraag 'Hoe overleef ik ... de brugklas', '... de eerste zoen' en '... de vakantie'. Van Lierop: ,,Dat zijn geen slechte boeken, maar ik vraag me af of ze over een aantal jaren nog zo gewaardeerd worden. Ik verwacht van niet, omdat ze erg eigentijds zijn.”

Een van haar favoriete jeugdboeken is 'Lawines razen' van An Rutgers van der Loeff-Basenau, dat in 1954 als eer-ste kinderboek van het jaar werd gekozen en gaat over een dorp, dat door lawines wordt bedolven. ,,Vorig jaar heb ik dat meegenomen naar een basisschool, waar ik was uitgenodigd om iets over mijn werk te vertellen. Uiteraard is het taalgebruik hier en daar verouderd, maar het viel me op dat de kinderen ademloos luisterden toen ik een hoofdstuk voorlas. Dat geeft aan dat dit boek zijn eigen tijd overstijgt en vijftig jaar nadat het geschreven is, kinderen nog steeds kan boeien.”

VERVOLG OP PAGINA 13

VERVOLG VAN PAGINA 11

Ademloos luisteren

KINDERBOEKEN

De grenzen vervagen tussen jeugd-en volwassenenliteratuur

Andere criteria die Van Lierop laat meewegen zijn de geloofwaardigheid van het verhaal, de compositie en de originaliteit. ,,Wat ook belangrijk is dat de auteur niet alles invult maar ruimte overlaat voor de lezer om zelf dingen te fantaseren. Een goede schrijver laat je ook anders naar dingen kijken, waardoor je aan het denken wordt gezet. Ik vind het boek 'Deesje' van Joke van Leeuwen daarvan een mooi voorbeeld. Maar dat geldt natuurlijk ook voor iemand als Annie M.G. Schmidt, die de wereld op z'n kop zette, door deze vanuit het perspectief van het kind te bekijken. Voor die tijd was dat vernieuwend.”

Terugkijkend op een halve eeuw jeugdliteratuur springen voor Van Lierop de jaren zeventig eruit, zij het niet in positieve zin. ,,Dat was de periode van de probleemboeken, de kommeren kwelverhalen. Boeken uit die tijd haal je er onmiddellijk uit door hun verantwoorde inhoud. Centraal stonden actuele maatschappelijke problemen. Het was toen allemaal heel erg dik, heel zwaar en opvoedend.”

Die pedagogische benadering keert regelmatig terug in de literatuurgeschiedenis. Het is een golfbeweging, vertelt de hoogleraar. In de 18de eeuw had je Van Alphen met zijn pedagogische kinderrijmpjes, eind 19de eeuw werden kinderen ook overladen met boeken-met-een-duidelijke-boodschap, een tendens die zich de afgelopen eeuw in de jaren zeventig weer voordeed.

Van Lierop: ,,Je ziet meestal pas achteraf dat het er allemaal te dik bovenop ligt. Het is ook niet verkeerd, omdat in die boeken ook allerlei taboes worden doorbroken. Onderwerpen als seksualiteit en dood werden vanaf de jaren zeventig weer bespreekbaar in kinderboeken. En als dan blijkt dat dat een gat in de markt is, wordt het gauw een vast stramien, waarbij de nieuwe inhoud niet gevolgd wordt door een nieuwe vorm.”

Astrid Lindgren heeft daarvoor volgens van Lierop wel eens spottend het recept gegeven: men neme een gescheiden vrouw, het liefst een atoomfysicus, in ieder geval geen vrouw die lief is of thuis met thee klaar zit, en je mengt dat met drugs en seks, en voilà, succes verzekerd. ,,Wat ik hiermee wil zeggen is dat het allemaal gauw clichématige verhalen worden met een voorspelbare ontwikkeling en afloop. In feite worden de boeken van Carry Slee ook volgens zo'n vast recept gemaakt. Dat ze zo populair zijn en altijd gekozen worden door kinderjury's, komt doordat ze inhaken op actuele onderwerpen als kindermishandeling en pesten. Dat spreekt tot de verbeelding van kinderen. Maar de compositie is voorspelbaar: het probleem wordt heel breed uitgemeten, gevolgd door een abrupt einde, waarin alles weer op zijn pootjes terechtkomt.” Andere ontwikkelingen in de afgelopen halve eeuw zijn het vervagen van de grenzen tussen jeugd-en volwassenenliteratuur en het verdwijnen van het verschil tussen jongens-en meisjesboeken. In de triviale sector bestaan ze nog wel, typische meisjes-en jongensboeken, maar in de jeugdliteratuur is dat verschil er sinds 1970 eigenlijk niet meer. De ontwikkeling in boeken weerspiegelt de veranderende rolpatronen in de samenleving. Is bij Annie M.G. Schmidt Jip nog het stoere jongetje en Janneke het bangige meisje, Miep Diekman maakte Kaatje al een stuk assertiever dan Hannes. Ook in 'Madelief' van Guus Kuijer zijn de rollen omgedraaid: Madelief is kattig, Jan Willem zachtaardig.

Dat jeugdliteratuur traditioneel een grote aantrekkingskracht heeft op meisjes, ziet Van Lierop ook terug in de collegezaal. Het gros van haar studenten is vrouw. Toen ze dit jaar tijdens haar eerste college in Leiden twee oudere mannen zag zitten, dacht ze even aan een doorbraak. Maar de twee heren waren verdwaald en verwachtten een college over de antieke wijsbegeerte.,,Jeugdliteratuur heeft nog steeds het imago van een vrouwenwereld, waar een stoere Hollandse jongen niks te zoeken heeft.” Dat verklaart wellicht ook dat ze voor haar buitengewoon hoogleraarschap in Leiden, waar ze driekwart dag per week de Annie M.G. Schmidt-leerstoel vervult sinds 1998, alleen maar een onkostenvergoe-Van ding krijgt. ,,Jeugdliteratuur bungelt er inderdaad nog steeds een beetje bij, status heeft het niet echt”, al werkt ze er hard aan om daar verandering in te brengen. ,,Ik ben al blij dat er op de Katholieke Universiteit Tilburg ruimte is voor colleges jeugdliteratuur. En ook de universiteit van Nijmegen, waar ik ben afgestudeerd, is de kinderliteratuur redelijk goed gezind.”

Lierop had verwacht dat nu steeds meer volwassenen kinderboeken gaan lezen (het 'Harry Potter'-effect) de kinderen jeugdliteratuur eindelijk als een serieuze wetenschap erkend zou worden. Maar dat gevecht is moeizamer dan ze dacht. ,,Het is een interessant en nieuw fenomeen dat de grenzen tussen jeugd-en volwassenenliteratuur vervagen. In het verleden heb je ook wel dat soort boeken gehad, zoals 'Alice in Wonderland' en 'Winnie the Pooh', maar dat waren incidenten. Pas sinds 'Kleine Sofie en Lange Wapper'

(1985), een boek dat zó'n geraffineerd spel met fantasie bevat, kun je duidelijk spreken van een nieuwe trend dat volwassenen kinderboeken lezen. Recent heb ik zelf het boek 'Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht' van Mark Haddon gelezen over een autistisch jongetje. Dat is bijzonder knap geschreven vanuit het perspectief van het kind. Kinderen zullen niet alle lagen kunnen doorgronden van dit boek, maar dan nog blijft er genoeg over.”

Het lijkt wel, zegt Van Lierop, of veel recensenten van volwassenenliteratuur deze ontwikkeling waarbij de grens tussen kinder-en volwassenenboek vervaagt, moedwillig negeren, 'waardoor ze in hun ivorentorenhouding kunnen volharden'. ,,Maar als je als criticus een auteur volgt die voor zowel volwassenen als kinderen schrijft, moet je toch naar zijn hele oeuvre kijken en kun je diens kinderboeken toch niet negeren? Toch ge-beurt dat.” De twee 'kampen' die er bestaan van enerzijds kinderliteratuurrecensenten en anderzijds de critici van 'grote-mensenliteratuur', zie je ook terug in het prijzenstelsel. ,,Toen Anne Vegter met haar boek 'Verse bekken' werd genomineerd voor de AKOliteratuurprijs, werd meteen het reglement aangepast. Dat mag kennelijk niet, een kinderboekenschrijver die de AKO-prijs wint.”

Van Lierop deed onlangs een onderzoek in een vierde klas van het gymnasium om te kijken of er nu werkelijk zoveel verschillen zijn tussen literatuur voor volwassenen en voor jeugd, afgezien van de omslag van het boek. Een van de weinige verschillen bleek het perspectief op de toekomst. Dat is in jongerenboeken over het algemeen positiever. ,,Waarom zou je dan zo'n boek niet op de boekenlijst mogen zetten? Een boek als 'Vallen' van Anne Provoost moet toch op die lijst kunnen staan.”

Voor het komende decennium verwacht de hoogleraar geen grote veranderingen. ,,Er is een enorme spreiding aan aanbod en dat zal voorlopig wel zo blijven; dat vind ik prachtig. Naast hele literaire boeken zal de hausse van griezelen fantasyboeken, voortvloeiend uit de 'Harry Potter'-hype ook nog wel even aanhouden.”

Zelf is Van Lierop geen Potter-adept, al heeft ze wel bewondering voor de slimme manier waarop auteur Rowling het avonturen-en griezelgenre weet te vermengen. ,,Maar ik heb er niets mee, ook omdat er geen mooie karaktertekeningen in voorkomen, met uitzondering van Harry Potter. Alleen de 'Gevangene van Azkaban' kon me wel bekoren.”

Nee, dan leest de hoogleraar jeugdliteraar liever 'De brief voor de koning' nog een keer of 'Wachten op Matroos'

(2001) van Ingrid Godon, met woorden van André Sollie. ,,Dat is zo'n prachtig boek over vriendschap. Het gaat over vuurtorenwachter Tijs, die wacht op zijn vriend Matroos. Deze heeft beloofd hem mee te nemen op wereldreis. In afwachting van de reis krijgt hij alvast een zeemanstrui voor zijn verjaardag. Matroos komt niet. Maar dat wordt niet met zoveel woorden gezegd. Er staat: 'En er wordt gedanst en gezongen. Maar de kurk zit nog op de brandewijn. En de zeemanstrui kriebelt.' Als Tijs hem niet meer verwacht, verschijnt Matroos en samen gaan ze weg. Die zin over de zeemanstrui vind ik prachtig, want het geeft goed weer toe Tijs zich voelt zonder dat het expliciet wordt gezegd.”

'Lawines razen' leest ze ook nog heel graag, haar favoriete jeugdboek. ,,Ik hou nu eenmaal van realistische boeken.” Vol bevlogenheid vertelt ze over nog veel meer 'magistrale' kinderboeken. Nee, het plezier in het lezen vergaat haar nooit, ook al zit er veel verplichte kost en studiestof bij. ,,Ik ben een primaire genieter. Van mezelf mag ik altijd eerst lekker lezen. Pas daarna ga ik analytisch lezen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden