ADELAARSNEST HEEFT NOG EEN MOOIE TOEKOMST

Hitler bracht er zijn vakanties door en dat hij er ook zijn afschuwelijke beslissingen nam, dat wordt maar liever vergeten in het Beierse Berchtesgaden. De dorpelingen koesteren het gebouwencomplex op de Obersalzberg als een lucratief vakantieoord. Maar nu de Amerikanen er van af willen, zitten Staat en gemeente er een beetje mee in de maag: het Adelaarsnest mag geen bedevaartplaats worden voor neo-nazi's, maar evenmin een tweede Dachau.

Strikt genomen zijn het geen toeristen die Joyce twee keer per week in haar bus door het landschap rijdt. Haar reisgezelschap bestaat uit Amerikaanse militairen die meestal samen met hun familie enkele jaren in Duitsland gestationeerd zijn. Voor hun recreatie stelt het Amerikaanse leger een drietal vakantieoorden ter beschikking, in 1945 overgenomen uit de Beierse nalatenschap van de nationaal-socialisten. Eén van die American Forces Recreation Centre's bevindt zich in Garmisch Partenkirchen, de andere aan de Chiemsee en de derde, de meest brisante, hier op de Obersalzberg.

Waarom had Hitler al vroeg dit oord uitgezocht voor zijn vakantiehuis, een huis dat later, na zijn machtsovername in '33, tot een reusachtig complex van gebouwen, een waar nazi-reservaat, zou worden uitgebouwd? “Kijk maar om je heen,” zegt Joyce en ze wijst op de bergketens en de toppen, de Watzmann (2 713 meter), de Hundstod (2 593 meter), de Hoher Göll (2 522 meter). “Als hij vanuit zijn reusachtige, hydraulische beweegbare raam in de Berghof-villa in de richting van de Ettenberg blikte, kon hij Oostenrijk zien - zijn geliefde geboorteland. Hitlers geboortestad Braunau ligt hier een half uur rijden vandaan.” Niet dat hij daar ooit kwam, maar Hitlers Heimat-gevoel werd op de Obersalzberg volkomen bevredigd. “Het huishouden werd door zijn halfzuster Angela Rabaul bestierd.”

“Kijk naar rechts en u ziet de restanten van the Berghof,” knauwt Joyce in haar microfoon. We rekken ons naar rechts en zien schuin boven ons, half overwoekerd door een betrekkelijk jong beukenbos, de resten van wat eens Hitlers garage was. Meer niet. Zelfs van de toegangsweg tot het dertig kamers tellende huis is alleen een vaag contour in het landschap over. “Het huis werd bij een bombardement van Engelse Lancasters in april 1945 tweemaal vol getroffen; de ruïne werd in 1952 op last van de Beierse regering opgeblazen: te veel souvenirjagers. Tot op de laatste badkamertegel was alles uit het huis gesloopt. Elk jaar rond Hitlers verjaardag in april vond men bovendien anonieme rouwkransen en kaarsstompen tussen het puin. Dat alles werd voor de regering in München iets te pijnlijk.”

Een radicale sporenvernietiging dus, maar dat weerhoudt er ook nu nog duizenden niet van om op de Obersalzberg wat aan nazi-archeologie te doen. Meer dan driehonderdduizend bezoekers registreerde de plaatselijke VVV van Berchtesgaden vorig jaar, officieel allemaal aangelokt door het natuurschoon, maar een krabbel- en speurtocht over de Obersalzberg ontbreekt zelden op het programma. “Waar heeft dat Hitlerhuis overal al niet gestaan?,” verzucht de zeventigjarige Berchtesgadener George Renoth, die al jaren de capriolen van de toeristen gadeslaat en zelf als kind de Führer meerdere malen op het terras van de Berghof zag staan. We ontmoeten hem bij het hotel 'Zum Türken', een onderkomen waar destijds elitetroepen van de SD waren ondergebracht en dat het dichtst bij de Berghof gelegen was. “Dan fotograferen ze elkaar op de plek waar Hermann Goerings huis stond of dat van Martin Bormann en denken dat ze op het terrein van de Berghof staan.”

Einddoel van de Obersalzberg-tour is het wonderbaarlijke 'Kehlsteinhaus', spectaculair gelegen op de top van de 1825 meter hoge berg - een geschenk aan Hitler ter gelegenheid van diens vijftigste verjaardag in 1938. Het huis, dat Hitler niet meer dan een dozijn maal bezocht (uit hoogtevrees) en als theehuis benutte, was gezien de ligging een bouwkundig mirakel waaraan de geallieerden de naam Eagle's nest (Adelaarsnest) verleenden. Hun bommen misten hun doel, zodat het huis puntgaaf uit de oorlog kwam. In de winter is het onbereikbaar, maar een verslag van de Franse ambassadeur Francois Poncet die Hitler er in 1938 bezocht, biedt uitkomst. “Ik kwam in een gedrongen huis dat een zeer stabiele indruk maakte. Het bestond uit een galerij met Romeinse zuilen en een reusachtige, met veel glas rondgebouwde ruimte. Geweldige houtblokken brandden in een grote marmeren open haard (een geschenk van Mussolini) en er stond een lange tafel met ongeveer dertig zetels. Het panoramazicht op de bergen was als de blik uit een vliegtuig. Daar beneden lag Salzburg, het zag eruit als een amfitheater. Hitlers huis maakte op mij de indruk van een in het heelal zwevend gebouw.” Tegenwoordig kan men er 'Kaffee und Kuchen, Bier und Weisswurst' consumeren - de staat Beieren heeft het huis aan een restauranthouder verhuurd.

Hij moet wel een beetje om die nieuwgierige bezoekers grinniken, de ouwe Renoth. Zijn ouders verdienden destijds al goed aan het Hitler-toerisme. In de nazitijd rolden wekelijks speciale treinen uit heel Duitsland het overgeproportioneerde station van Berchtesgaden binnen. Renoths ouders verhuurden permanent kamers. Renoth: “Het eerste dat ze bij aankomst vroegen was: Ist der Führer da? En als hij er dan was, haastten ze zich hun koffers weg te brengen en daarna meteen de berg op te snellen om een glimp van hem op te kunnen vangen.” Met duizenden trokken ze in spontane defilés onderlangs de Berghof, waar de swastika aan de vlaggemast wapperde.

Berchtesgaden, voor '33 nog een slaperig stadje onderaan de Obersalzberg, heeft eigenlijk altijd goed aan Hitler verdiend. Want ook nu er nog maar weinig over is van de oorspronkelijke nazi-bouwwerken - alleen het atelier van rijksbouwmeester Albert Speer, de modelboerderij (de 'Gutshof') van Hitlers secretaris Martin Bormann en de zogenaamde Platterhof, een luxe-hotel voor hoge nazi-bonzen, overleefden betrekkelijk onbeschadigd het april-bombardement - gaat de exploitatie van de geschiedenis onverminderd door. In een aanbouw van het hotel Zum Türken dat wegens de winter nog gesloten is (de Obersalzberg leent zich niet erg goed voor skiën) bevindt zich een toegang tot het ondergrondse bunkerstelsel dat over een lengte van zes kilometer de nazi-bouwsels met elkaar verbond. Die bunkers zijn goeddeels intact en de eigenares van Zum Türken heft voor een kijkje beneden een toegangsprijs van vijf mark. Dat het doorgaans dringen geblazen is, bewijst wel het voor de ingang geplaatste tourniquet en de via kettingen met elkaar verbonden paaltjes die de bezoekersaandrang in een nette rij moet persen. Zum Türken is overigens het enige object dat na de oorlog in particuliere handen is gekomen, de rest is bij de Amerikanen in gebruik.

Grootschaliger is evenwel de bedrijfstak die via drukwerkjes aan de Hitler-berg verdient. Talloze souvenirverkopers doen goede zaken met hun ansichtkaarten ('Hitlers huis vóór en na de verwoesting'), hun videocassettes ('Eva Braun auf dem Obersalzberg', in twee delen, speelduur 68 minuten) en hun glanzende fotobrochures ('Der Obersalzberg - Von Adolf Hitler bis heute'). Achter deze verkoopactiviteiten gaan flinke omzetten en enkele gewiekste uitgevers schuil. Alleen al met de brochures wordt jaarlijks naar schatting 1,5 miljoen mark omgezet. Het materiaal is op z'n minst verdacht en verspreidt een waas van onschuldigheid over het landschap. Hitler wordt als grote kinder-, natuur- en dierenvriend voorgesteld - afbeeldingen met kroost, ree en hond - en het nazicomplex op de berg was 'een unieke bouwkundige prestatie'. De teksten zijn verhullend: Adolf Hitler, wie kent zijn naam niet. Miljoenen mensen, niet alleen uit Duitsland, keken hoopvol en bewonderend naar hem op, zelfs zijn meest verbeten tegenstanders konden niet om zijn buitengewone persoonlijkheid heen. Geen woord over de nazi-misdaden. Niets over de vele beleidsbeslissingen die Hitler van hieruit nam. Navraag bij een verkoopster levert een blaffend 'Maak dat je wegkomt' op. De brochures, zo verzekert een woordvoerder van de gemeente Berchtesgaden, worden regelmatig door de officier van justitie gecontroleerd. Maar hij wil wel toegeven dat ze zich op de rand van het toelaatbare bewegen. “Maar wat kunnen we doen? We leven in een vrij land.”

Met die 'hands-off'-houding is de gemeente na de oorlog zeer wel gevaren; jarenlang waren uitgever en burgemeester één en dezelfde man. Dat zo'n stemming gedijen kon, lag ook aan het feit dat het terrein in handen was van de Amerikanen, maar de gemeente en ook de deelstaat Beieren zijn onlangs in hun passiviteit opgeschrikt.

De Amerikanen hebben begin dit jaar aangekondigd de Obersalzberg te zullen verlaten en het door de geschiedenis belaste terrein terug te geven aan de formele erfgenaam van de nationaal-socialisten: de Beierse staatsregering van CSU-premier Edmund Stoiber. Die deed nog een poging de teruggave te verhinderen door de Amerikanen een krediet van dertig miljoen mark ter modernisering van de faciliteiten aan te bieden. Daaraan knoopte hij wel vast dat de Amerikanen nog minstens tien jaar op de berg zouden moeten blijven zitten. De Amerikanen bedankten, die garantie wilden ze niet geven. Ze hebben hun troepenmacht in Duitsland sinds 1990 van 350 000 gereduceerd tot 100 000 man en willen ook hun recreatiecentra afslanken.

“Een kwestie van geld,” zegt areamanager Chuck Fothergill, een voormalig luitenant-kolonel. Hij leidt het beheer over de vroegere Platterhof, het grote nazihotel, dat nu General Walker-hotel heet en dat door zijn veelal jonge militaire gasten eerder aan een uit de kluiten gewassen jeugdherberg doet denken. Tot het complex behoort ook Bormanns modelboerderij dat de Amerikanen als opslag voor hun ski- en golfuitrusting benutten en de studio van Speer, die nu dient als gastenverblijf voor hoge officieren en vier-sterren-generaals. “Persoonlijk had ik hier wel willen blijven,” zegt Fothergill, die vorig jaar nog 120 000 Amerikaanse gasten wist te verwerken. “Ik ben erg in de geschiedenis van de tweede wereldoorlog geïnteresseerd, dus ik zit hier goed.”

Maar nu mogen de staat Beieren en de gemeente Berchtesgaden zich kopzorgen over de toekomst van het areaal op de Obersalzberg gaan maken. Beierens minister van financiën Georg von Waldenfels kondigde deze week aan dat de staat het 106 hectare grote terrein 'gezien zijn sensibele achtergrond' niet zal verkopen. Om een oog op de ontwikkelingen te kunnen houden zal de staat de grond en het onroerend goed verpachten: voor het General Walker-hotel heeft zich al een internationale hotelketen (Golden Tulip, Holiday-Inn, Kempinski?) aangemeld. Want zowel München als Berchtesgaden wil de Obersalzberg in de toekomst een puur recreatieve functie geven. Wat de historie aangaat, zo ligt er een voorstel om in een klein deel van de bunkers een documentatiecentrum in te richten. De gedachte aan een monument voor Hitlers slachtoffers, zoals lokale actiegroepen hebben geëist, wordt verworpen. De gemeentewoordvoerder: “We willen hier geen pelgrimsoord voor neo-nazi's, maar we willen met zo'n gedenkteken evenmin de associatie wekken dat hier een tweede Dachau was.”

“Het verdringen gaat gewoon door,” zegt de jonge Berchtesgadener arts Bartl Wimmer, een van de initiatiefnemers voor een gedenkteken op de berg dat aan het leed van Hitlers slachtoffers moet herinneren. Een handtekeningenactie leverde onder de achtduizend zielen in het stadje vooralsnog niet meer dan driehonderd sympathisanten op. “In hun hart,” zegt Wimmer, “zijn de mensen van Berchtesgaden er trots op dat Hitler het hier bij hen zo fijn gehad heeft.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden